Libanon, 3 maand later...

In de marge van de Internationale Conferentie voor Solidariteit met het Verzet in Beiroet, van 16 tot 19 november, kregen we de kans om de verwoestingen van de Amerikaans-Israëlische agressieoorlog met eigen ogen te zien, drie maand na het staakt-het-vuren. We zagen ook de heropbouw, en de vaste wil van een volk om zich niet te laten doen.


Met de Secours Populaire Libanais in Zuid-Beiroet

In het kantoor van de Secours Populaire Libanais (SPL), de partnerorganisatie waarvoor Geneeskunde voor de Derde Wereld een noodhulpcampagne opzette, worden we ontvangen door Dr. Ahmed Sadek, de vice-directeur. De man bedankt ons omstandig voor de overgemaakte steun (5000 euro tijdens de solidariteitsmissie van G3W in augustus, en nog eens 2000 euro nu). “Die 5000 euro waren snel opgebruikt”, vertelt Dr. Sadek. “Er waren ook zoveel noden voor de families die uit hun huizen waren gebombardeerd. We vingen hen op bij gezinnen, in scholen, in onze kliniekjes en kantoren, en kochten hulpgoederen voor hen: voedselpaketten, medicamenten, dekens.” We vragen hoe de situatie vandaag is in de getroffen gebieden. “Nog lang niet in orde”, antwoordt Dr. Sadek. “We kampen er nog met veel problemen. En nog elke dag vallen slachtoffers door de clustermunitie die Israël massaal in het zuiden heeft afgeworpen. En nog iets: er zijn ook gevallen bekend van lijken met vreemde, zwarte plekken, zonder tekens van directe verwondingen. Dat doet denken aan het gebruik van fosforbommen, of andere verschrikkelijke nieuwe wapens.”

Met een staflid van SPL rijden we naar Zuid-Beiroet, naar de sjiïetische wijken die het doelwit waren van de Israëlische luchtaanvallen. We lachen met de naam van onze gids: Salam Harb, ofte “Vrede Oorlog”. Maar wat we te zien krijgen is alleen maar oorlog: tientallen volledig verwoeste flatgebouwen, vooral gebruikt om in te wonen. Gebruiksvoorwerpen, meubelen, kinderspeelgoed: het is nog allemaal duidelijk zichtbaar tussen het puin. Salam wijst ons waar hijzelf tijdens de bombardementen werkte, met een mobiel kliniekje van SPL. “We hebben daar in totaal vijf doden geteld, waarvan drie familieleden in één keer. Gewonden moesten we 's nachts transporteren, in een gewone burgerauto en met gedoofde lichten, om niet de aandacht te trekken van de Israëlische gevechtsvliegtuigen. Want die mikten op alles wat hier bewoog. Op 30 juli hebben we dan ook ons mobiel kliniekje moeten verhuizen naar veiliger oorden.”

Aan een van de gebouwen zien we grote spandoeken hangen met... de Venezolaanse president Chávez erop! Chávez was immers de enige regeringsleider die de Israëlische agressie keihard had veroordeeld, en een oproep had gedaan om de diplomatieke betrekkingen met Tel Aviv te verbreken. We passeren ook langs wat er overblijft (niets!) van een ngo die in een van de flatgebouwen zijn kantoren had, het Consultative Centre for Documentation and Services. Zijn directeur, Dr. Ali Fayyad, vertelt dat ze er een documentatiecentrum hadden met 40.000 titels: allemaal weg! Onder het puin, in de diepte van de bomkrater, zien we nog wat stukken en brokken van de bibliotheek. Ook de kennis werd stukgebombardeerd, en de cultuur (een cultureel centrum onder het puin), en de sport (een fitnesscentrum weggeveegd),...

Kennismaking met Hezbollah in Zuid-Libanon

De dag na de conferentie trekken we naar het zuiden van Libanon, in een stoet van vier bussen, volgeladen met deelnemers aan de internationale conferentie. Overal verwoeste bruggen, noodbruggen, omwegen langs kleine zijbaantjes. Ook overal, in alle dorpen: grote posters met de martelaren van dat dorp, de verzetsmensen en burgers die er gesneuveld zijn. Dat is telkens even slikken... De opkuis en wederopbouw zijn overal aan de gang. Meestal zijn het de mensen zelf en Hezbollah die de handen uit de mouwen steken, maar langs de weg hangen grote billboards die opscheppen over de steun van Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten,...: landen met pro-Amerikaanse regimes, die tijdens de oorlog geen kik gegeven hebben)

Ik raak aan de praat met May Haddad, een ngo-activiste van de People's Health Movement. Tijdens de oorlog was zij actief in de hulpverlening, met een consortium van zeven ngo's. Hoe kijkt zij tegen Hezbollah aan? “Ik heb een enorm respect voor hen. Hoewel ik hun visie niet deel, steun ik hen. Meer zelfs, ik bewonder hen.” Bewonderen? “Ja, zij zijn de enige beweging in Libanon waar je geen corruptie vindt, de enige groepering die echt aan dienstverlening doet voor de arme bevolking. Zij komen op voor de arme sjiïeten, die in Libanon altijd al achtergesteld waren. Maar ze staan open voor dienstverlening en samenwerking met mensen van alle overtuigingen.”

Even later maken we kennis met het discours van Hezbollah. We worden nabij Saïda even ontvangen door het hoofd van Hezbollah in Zuid-Libanon, sjeik Nabil Kaouk. Hij begint zijn toespraak uiteraard met “in naam van Allah/God, de Almachtige en Barmhartige”, maar daarna is het puur politiek wat de klok slaat: “Dat wij hier vandaag staan, is het bewijs van de mislukking van Israël en de VS. Bush wilde het aanzien van heel deze regio veranderen, hem deel doen uitmaken van het Amerikaans project, maar dat plan is geflopt, dankzij het Libanees verzet. Libanon wil en zal nooit meer deel uitmaken van het Amerikaans project. Wij zullen deze regio heropbouwen en herinrichten op basis van wat de Arabische volkeren willen, als een trotse, nieuwe regio.”

Sjeik Kaouk legt ook uit dat de overwinning van het verzet nog niet compleet is, om twee redenen: “Onze overwinning is niet volledig zolang er nog slachtingen zijn tegen de Palestijnen. Dit is een belangrijke humanitaire zaak, en we moeten allemaal achter de Palestijnen staan en hen steunen. We hebben nu wel een militaire overwinning behaald, maar we moeten die ook verzilveren in een politieke overwinning, om Bush en zijn volgelingen uit deze regio weg te krijgen.”

Hij heeft het daarbij ook over de Libanese regeringscoalitie, door iedereen als pro-Amerikaans getaxeerd. Sjeik Kaouk: “Deze regering is niet legitiem, ze bestaat maar bij de gratie van de VS. Wat anders te denken van een regering die Rice (VS-Buitenlandminister, nvdr) en Bolton (de intussen niet benoemde oerconservatieve VS-ambassadeur bij de VN, nvdr) met alle égards ontvangt. Het is de VS-ambassade in Beiroet die het beleid van de Libanese regering bepaalt.”

Het is al donker als we in de verwoeste dorpjes van het zuiden aankomen: Qana (waar Jezus zijn eerste mirakel verrichtte, water in wijn, weet je wel), Saddiqine, Bint Jbeil. Veel staat er niet meer recht. De weinige mensen die er nog (of terug) wonen, stappen op ons toe en willen hun verhaal kwijt. In de verte zien we de grens met Israël, hel verlicht. Van de Unifil-troepen krijgen we niets of niemand te zien, van de Belgische troepen nog minder. Ik vraag May Haddad wat ze vindt van de aanwezigheid van buitenlandse troepen in haar land. Ze antwoordt flegmatiek: “Tijdens de oorlog hadden we Israëlische troepen te water, te land en in de lucht. Nu hebben we de Duitsers in onze wateren, de Fransen in ons luchtruim en andere vreemde troepen op de grond...”

 
Foto 1
Bert De Belder met Salam Harb, staflid van Secours Populaire Libanais, in de stukgebombardeerde zuidelijke wijken van Beiroet. (foto: Luc Vancauwenberge)
 
Foto 2
Sjeik Nabil Kaouk (rechts op de foto), hoofd van Hezbollah in Zuid-Libanon, spreekt een groep van 200 buitenlandse vredesactivisten toe in Saïda. (foto: Luc Vancauwenberge)
 
Foto 3
Poster die waarschuwt voor de gevaren van clustermunitie, nabij Tyr (Zuid-Libanon). (foto: Luc Vancauwenberge)
 
Foto 4
Met Salam Harb van Secours Populaire Libanais in de zuidelijke wijken van Beiroet, waar hij als verpleger met een mobiel kliniekje actief was tijdens de bombardementen. (foto: Luc Vancauwenberge)
 
Foto 5
Tussen het puin zijn nog gebruiksvoorwerpen en speelgoed te herkennen... (foto: Luc Vancauwenberge)
intal DOOR:

Deel dit artikel