Men zegt dat het zotten zijn

Sommigen leggen er hun leven voor in de weegschaal. Zomaar, vrij en gewillig. Ze gaan voor Peace Brigades International menselijk schild spelen voor met de dood bedreigde rechters, vakbondsleiders en mensenrechtenactivisten. Je hebt er ook die vrijwillig een brandend huis binnenstappen. Of die hun ‘echte’ werk verwaarlozen door een kot in de nacht te werken voor iets waar ze meer in geloven. Men zegt dat het zotten zijn, maar ’t zijn zotten die dat zeggen.



‘Wat drijft hen?’, wil de Jambers in mij weten. Puur altruïsme of een dubbele agenda? Sluwe vossen die op slinkse wijze een job willen bekomen of opportunisten die meesurfen op de eldersverworven competentie-golf?
Zelf heb ik zomers na elkaar gewerkt op het speelplein. Bijna gratis en voor niets. Met een vergoeding van 18 euro per dag kon ik een broodje, een drankje en de bus betalen. Vriendinnen die hun zomer aan de kassa van de Delhaize sleten – ‘hebt u een klantenkaartje?’- verklaarden mij gek. Ik wist wel beter. Het waren weken vol plezier, spelen en avontuur. Ik maakte er vrienden,die werden liefjes en daarna terug vrienden. Van wat ik toen leerde, pluk ik bovendien nog steeds de vruchten: in groep werken, overleggen, activiteiten voorbereiden, verantwoordelijkheid nemen, voor een groep spreken, afspraken nakomen, …

Laten we even de filosofische toer opgaan. Marcel Mauss, een Frans etnoloog uit het begin van de 20e eeuw, stelt dat de nietwederkerige gift niet bestaat. Hij schrijft in zijn Essai sur le don over het verschijnsel ruilen in archaïsche samenlevingen. Daar was ruilen in alle opzichten een maatschappelijke activiteit. Het was tegelijkertijd een economisch, juridisch, moreel, esthetisch,religieus en mythologisch fenomeen. Ruilen overstijgt het mensbeeld van de rationele homo economicus en het overstijgt onze economie.
Quid pro quo, voor wat hoort wat. Niemand staat graag in het krijt bij een ander. Als ik een zinvolle, maar onbezoldigde dienst verleen aan onze samenleving, dan is die samenleving mij iets verschuldigd. In die zin is vrijwilligerswerk een maatschappelijk appél aan de ander om iets terug te geven, een ruil. Vrijwilligerswerk is een gift, die anderen aanzet om meer burger te zijn en zich maatschappelijk in te zetten. Vrijwilligerswerk bestaat omwille van vrijwilligerswerk.

Mijn speelplein bestaat nog steeds, en ze houden er vast aan die 18 euro. De Kevins en Bianca’s waarvoor ik vroeger bosspelen bedacht, verkleden zich nu voor de kindjes. Ze worden vrienden, liefjes en daarna zien ze nog wel.


--- Miek Stevens is stafmedewerker van Jeugddienst Globelink

Je kan dit artikel nalezen in nummer 36 van het Globelink-tijdschrift Koppelteken

Deel dit artikel