Mijncontracten Congo: de hold up van de eeuw

Het lang verwachte rapport van de commissie die de Congolese mijnsector en de mijncontracten in kaart brengt is recent verschenen. Het gaat om lijvig document van 474 blz. Een kluif voor economisten om dit allemaal grondig uit te pluizen. Het studiecentrum IPIS heeft een eerste stand van zaken opgemaakt en enkele markente gegevens en conclusies verzameld. Het volledige document kan je op de site van IPIS lezen. We profiteren van hun gegevens om enkele bedenkingen over “het geologisch schandaal” zoals Congo wel eens genoemd wordt te formuleren.


Handboek: hoe plunder ik een land?
Hoe is het mogelijk dat het rijkste land (qua grondstoffen) behoort tot een van de armsten ter wereld? Er zijn natuurlijk de gekende mechanismen uit de tijd van dictator Mobutu (1965 – 1996): Multinationals kregen een langlopend contract, tegen vaste prijzen, zonder rekening te houden met de reële marktprijzen. De krant Le Phare citeert een voorbeeld van contracten waar nog steeds 500 $ per ton koper betaald wordt terwijl de prijs op de wereldmarkt ondertussen bijna 8000 $ bedraagt (1500 % winst!).

Daarnaast was er de afbetaling van de schuldenlast en de steeds hogere prijzen voor ingevoerde producten. Deze mechanismen brachten Congo economisch aan de rand van de afgrond. Het huidige rapport gaat over de nieuwe contracten, afgesloten tussen 1997 en vandaag. De situatie is chaotisch: 4542 uitbatingcontracten, verleend aan 642 firma’s. In het rapport worden enkele mechanismen duidelijk waardoor multinationals maximaal profiteren van hun positie:

- de “commercialisering”: multinationals bedingen dat zij de volledige commercialisering van de producten voor hun rekening nemen. Dit wordt voorgesteld als een soort dienstverlening en de multinationals krijgen hiervoor dikwijls nog een vergoeding. Gevolg is dat de Congolese partner volledig afhankelijk blijft en zelf niet op zoek kan gaan naar de hoogste bieder. Het IPIS-rapport citeert de diamantgroep De Beers als één van de bedrijven die deze praktijk hanteren.

- vrijstelling van belastingen: IPIS citeert het voorbeeld van Anvil Mining dat bedongen heeft dat het gedurende 20 jaar geen belastingen moet betalen.

- uitbreiding van de concessies en terugdringen van de Congolese deelname aan het beheer… Elke multinational beschikt over een batterij advokaten, juristen en belastingsconsulenten om voor hen het groost mogelijke voordeel uit de wacht te slepen.

IPIS citeert de winstcijfers van twee mijngiganten voor 2007: BHP Billiton (13.496.miljoen dollar) en Rio Tinto (7.746.miljoen dollar). Gigantische bedragen van slechts twee grote spelers. De GEHELE mijnsector in Congo betaalt 26,7 miljoen dollar aan belastingen (of ongeveer 0,3 euro per inwoner).


Het alziend oog
Het rapport van de commissie heeft een 60-tal contracten onderzocht en geen enkel hiervan wordt als bevredigend beschouwd. In alle contracten is de Congolese gemeenschap de verliezende partij. Het gros van die contracten zijn dan ook afgesloten toen Congo over geen enkele onderhandelingsmarge beschikte (de oorlog met Uganda en Rwanda tussen 1999 en begin 2003) en later onder de meest corrupte regering die Congo ooit gekend heeft. (De regering 1+4 waarbij Joseph Kabila verplicht werd door de internationale gemeenschap om de “rebellenleiders” in de regering op te nemen). Bemba, de leider van de pro-Oegandese militie, was in deze regering voorzitter van de commissie voor Economische Zaken en dus rechtstreeks betrokken. De Congolezen betitelen deze regering nog steeds als “1+4 = 0”, maar voor de multinationals waren dit gouden tijden. In dezelfde periode verloren vijf miljoen Congolezen het leven in een conflict dat uiteindelijk als inzet had: wie kan de hand leggen op de rijkdommen van het land…

Waar men ondertussen veel vragen kan bij stellen is het feit dat al deze contracten gesuperviseerd en goedgekeurd werden door de Wereldbank. Deze instelling is dus zeer slecht geplaatst om de Congolezen lessen te geven over goed bestuur en anticorruptie. Het gros van de rijkdom ging naar het buitenland en een minderheid van Congolezen heeft zich kunnen verrijken. Voor het land en de bevolking bleven kruimels over.


Wat brengt de toekomst?
De belangrijkste promotors van het herzien van de mijncontracten is de tandem Gizenga-Kabila. De Palu, de volkspartij van Gizenga levert de Minister van Mijnen en zit ook met drie leden in de Task Force die opgericht is door de regering om de onderhandelingen op te volgen. De belangrijkste bedrijven hebben nu een uitnodiging van de Congolese regering gehad om bepaalde aspecten van hun contract ter discussie te stellen. Het koor van Westerse stemmen dat oproept tot “sereniteit” in deze onderhandelingen zwelt dan ook aan. Sommige bedrijven hebben het verontwaardigd over pogingen om hen “te onteigenen”, sommigen kiezen eieren voor hun geld en zijn bereid van een beetje water in hun wijn te doen. Onder hen de bekende Belg George Forrest. Hij legt in de krant Le Potentiel (20/06/08) uit waarom: “On perd pas mal de terrain et on risque de se faire dépasser, alors que l’Europe n’a pas de matières premières… Les industriels chinois ou indiens n’ont pas encore fait beaucoup de choses très positives pour le développement du pays, mais s’ils font ce qu’ils disent, cela pourrait changer.”

Het is zeker dat de hoge prijzen voor de grondstoffen op de wereldmarkt en de concurrentie vanuit China de Congolese overheid enige manoeuvreerruimte zal geven om betere condities af te dwingen. Het resultaat dat de Wereldbank voorop stelt van 186 miljoen dollar belastingsinkomsten vanuit de mijnsector vertegenwoordigt echter slechts een fractie van de rijkdom die er werkelijk geproduceerd wordt. Een land als Zambia had in 2006 2 miljard euro (3 miljard dollar) aan inkomsten uit hun mijnsector.

Als Congo werkelijk wil profiteren van zijn bodemrijkdommen dringen er zich dus radikalere maatregelen op. Misschien kan het land zich inspireren op de maatregelen die in landen als Bolivië of Venezuela getroffen worden om een grotere greep te krijgen op de nationale rijkdommen.

Deel dit artikel