Nieuwe Indiase patentenwet: doodvonnis voor goedkope generische geneesmiddelen

Het Indiase Lagerhuis keurde deze week de nieuwe Indian Patent Bill goed. Wanneer het Hogerhuis deze beslissing bekrachtigt komt een einde aan de patentwetgeving die het land in de voorbije decennia heeft toegelaten om een bloeiende farmaceutische nijverheid te ontwikkelen. Men vreest dat er ook een einde zal komen aan de beschikbaarheid van goedkope geneesmiddelen voor Derde Wereldlanden.

De nieuwe wet wijzigt de wetgeving op de patenten om die in regel te brengen met de vereisten van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). De vorige wet, de Patent Act uit 1970, sprong losjes om met de bescherming van patenten. Daardoor konden Indische bedrijven wettelijk de producten van buitenlandse bedrijven namaken.

Buitenlandse multinationals konden onder de Indiase Patent Act enkel een patent nemen op het productieproces van een geneesmiddel. Iedereen die dat wou mocht in India een 'generische' kopie van dat dat geneesmiddel maken, op voorwaarde dat daarvoor een ander productieproces gebruikt werd. Dankzij de creativiteit van de Indiase wetenschappers ontstond aldus een sterke lokale farmaceutische industrie die geneesmiddelen van hoge qualiteit op de markt bracht aan een fractie van de prijs van de dure merkproducten van de farmagiganten.

De Indiase farmaceutische bedrijven kwamen in de voorbije jaren vooral in het nieuws doordat ze een groot deel van de AIDS-patiënten van geneesmiddelen voorzag. Dankzij de Indische generische medicijnen ging de prijs van een jaarbehandeling met AIDS-remmers op de wereldmarkt op enkele jaren tijd naar beneden van meer dan 10.000 euro tot zo'n 250 euro. De beschikbaarheid van goedkope geneesmiddelen uit India betekende een ommekeer in de behandeling van deze ziekte en een overlevingskans voor honderd duizenden patiënten. Naar schatting staan momenteel meer dan de helft van de 700.000 patiënten uit arme landen die een behandeling krijgen op Indische AIDS-remmers.

De herziening van de Indiase patentenwet is een rechtstreeks gevolg van het lidmaatschap van India in de WTO sinds het ontstaan van de organisatie tien jaar geleden. India kreeg toen, net als andere landen van de Derde Wereld, tien jaar uitstel om het akkoord op de zogenaamde Trade Related Intellectual Property Rights (TRIPS) na te leven. Intussen konden bedrijven tijdens deze overgangsperiode hun aanvragen voor patenten indienen in een zogenaamde 'mailbox' die nu pas opengemaakt wordt.

India heeft er sinds het ontstaan van de WTO altijd voor gepleit dat de belangen van de gezondheidszorg niet ten koste mogen gaan van de intellectuele eigendomsrechten. Gezondheidsactivisten waren dus onaangenaam verast toen eind vorig jaar de eerste versie van de amendementen door de president werd uitgevaardigd. Daardoor werden belemmeringen opgelegd die zelfs verder gingen dan wat voor de WTO strikt genomen nodig is. Internationale en Indiase ngo's en volksorganisaties wezen erop dat dit uiterst schadelijke gevolgen zou hebben, niet allen voor geneemiddelen maar ook voor andere producten zoals software en zaaigoed.

Onder druk van de massale protesten werden de meest draconische maatregelen uiteindelijk afgezwakt om de wet door het parlement te krijgen. Hoewel gezondheidsactivisten de huidige versie nog aan het bestuderen zijn, is nu al duidelijk dat de wet slecht nieuws is voor de beschikbaarheid van geneesmiddelen. Médecins Sans Frontières noemde de wet hoedanook het begin van het einde voor betaalbare generische medicijnen. Voor critici van de WTO en haar oneerlijke handelsvoorwaarden is de nieuwe patentwetgeving in India een reden te meer om de campagne tegen dit instrument van uitbuiting en onderdrukking op te voeren.

Deel dit artikel