Ontroerend weerzien van Hiba met haar vader in Amman

Op 29 april om zes uur ’s morgens, bij de aankomst in de luchthaven van Amman, lacht Hiba nerveus: “I will see baba now”. Haar ogen glunderen. Net voor we haar vader gaan zien wil ze nog even rusten, “zodat ik in één keer naar hem toe kan stappen. Hij moet toch zien dat ik goed kan stappen.” Als we dan eindelijk de grenscontrole gepasseerd zijn en de hoek omdraaien, zien we haar vader. Ze roept “BABA!” en vliegt hem om de hals. Hiba en haar vader stralen en lachen. Ze kust hem uitbundig en hangt aan hem. Ontroerend.

 


In de taxi naar het hotel babbelt Hiba honderduit. Haar vader moet meteen in haar fotoalbum kijken. In het vliegtuig zei Hiba dat ze haar vader zou plagen door hem te zeggen dat ze geen Arabisch meer kan. Maar daar merk ik nu niets van. Ze is niet te stoppen. Als ik haar eraan herinner dat ze toch geen Arabisch meer zou kennen, vertelt ze lachend hoe ze probeerde met haar vader in het Engels te converseren. Toen ze hem vroeg “How are you?” antwoordde hij: “I am Kassim”. En op “What is your name?” luidde zijn atwoord: “I am fine, thank you.” Ze vertelt het hem opnieuw in het Arabisch, iedereen moet lachen.

 

De volgende dag draag ik mijn patiënte Hiba over aan collega Dr. Ahmed. Hij is een plastische chirurg in het Al Nour-ziekenhuis, waar ze de eerste operaties kreeg na haar verwonding door die Amerikaanse clusterbom. Hij is speciaal op onze vraag overgekomen naar Amman, omdat het voor mij nu te gevaarlijk is om naar Bagdad te gaan. Hij is tevreden over de ingrepen: “Alle ingrepen zijn zeer goed geslaagd. Nu is haar linkerbeen verlengd, de voet staat vast in een goede positie en er zit terug spier en huid rond de enkel.” We nemen uitgebreid de tijd voor alle nodige uitleg én voor de vragen van vader Kassim. Hij is wat ongerust omdat zijn dochter nog niet goed kan stappen. Dr. Ahmed legt uit: “De dokters in België hebben ervoor gezorgd dat alles weer in orde is om opnieuw te leren stappen. Je spieren zijn fel verzwakt, en het kan nog pijn doen. Nu hangt het mee van jou af of je een goed, blijvend resultaat zult hebben.”

 

Hiba’s vader bedankt ons uitvoerig. Zeker nadat Dr. Ahmed hem zegt dat dit soort ingrepen in Irak ook nu nog steeds niet mogelijk is. “Daar is hier geen materiaal voor. We hebben de microscoop niet om die kleine bloedvaatjes aan elkaar te zetten, we hebben de speciale fijne hechtingsdraad niet, er is nog steeds tekort aan steriel verbandmateriaal.” Dr. Ahmed zucht: “En dat na twee jaar bezetting, en terwijl er geen embargo meer is.” De Iraakse arts zal Hiba voor ons verder opvolgen en ervoor zorgen dat ze een reeks kine-sessies krijgt in het Al Nour-ziekenhuis is. We houden via e-mail contact met Dr. Ahmed.

 

We regelen voor de dag nadien een taxi voor Hiba en haar vader. Ze heeft heel wat bagage bij. Op 1 mei, om 4 uur ’s morgens, is er het afscheid. Het is vroeg uit de veren, want ze willen voor het donker in Bagdad zijn. Er is sowieso al een probleem met de veiligheid, maar in het donker is dat nog meer het geval. Er zijn de Amerikaanse soldaten die dan sneller schieten, en er is het gevaar van een overval.

 

En dan het moment van afscheid. Hiba prevelt een gebed uit de koran, dat ze van een bidprentje afdreunt. Vader Kassim kust me en bedankt me nog een laatste keer. Ze stappen de auto in, ik zeg nog “bye, bye”, en ze rijden weg. We wuiven nog even naar elkaar. Een mix van gevoelens overvalt me. Een soort opluchting van ‘mission accomplished’. Een taak die zeer veel energie gevraagd heeft is achter de rug, een gewicht valt van mijn schouders. Hiba is overgedragen aan haar familie, en haar medische opvolging aan een bekwame collega. Anderzijds zit ik ook met de ontroering van het afscheid. Meer dan een vol jaar zijn we met Hiba bezig geweest, met vele, onvoorziene moeilijkheden, met mooie momenten maar ook met lastige momenten. Dat heb je altijd met oorlogstrauma’s. Het is niet alleen het lichaam dat geraakt is, maar ook het innerlijke, en dat geeft soms spanningen. Maar als het eindresultaat goed is, dan zijn de moeilijkheden ook sneller vergeten.

 

Als Hiba voldoende en goed kan oefenen, zal ze weer ongeveer normaal kunnen stappen. Een reuzeverschil met voor de rest van haar leven gekluisterd zijn aan krukken. De onzichtbare psychische, emotionele wonden, daar kunnen wij weinig aan doen. En die wonden zijn er. Achter de beminnelijke charme en glimlach van Hiba schuilt het enorme trauma dat ze meemaakte. En jammer genoeg keert ze nu terug naar een land met oorlog en bezetting, waar ze meteen weer zal herinnerd worden aan die dodelijke, laffe aanval met een clusterbom op een burgerwijk, die heel haar leven op slag en voor altijd veranderde. Zal ze dat trauma niet telkens herbeleven als ze een helikopter hoort, een tank ziet, een ontploffing hoort?

 

Tijdens haar verblijf in België heeft Hiba veel nieuwe vrienden gemaakt, nieuwe mensen leren kennen. Ze heeft gezien dat niet iedereen in het Westen het eens is met de oorlogspolitiek van Bush & Co. Zoals zoveel kinderen die leven onder oorlog of bezetting, is het meisje snel volwassen geworden. Een aantal jaren van als kind onbezorgd te kunnen leven en spelen, van ongedwongen de wereld te verkennen, zijn haar afgepakt. En ze is daarmee niet alleen. In Irak zijn er nog vele duizenden Hiba’s.

 

Wat zal er van Hiba worden? Nu ze weer naar huis gaat, denkt ze er opnieuw aan om advocaat te worden, zegt ze, omdat onder de VS-bezetting de mensenrechten niet gerespecteerd worden. Eerder liet ze ook vallen politieagente of dokter te willen worden worden. Benieuwd wat het zal worden. We wensen haar veel geluk!

 

Lees meer over Hiba op www.intal.be

Deel dit artikel