Ooggetuigeverslag Honduras: 'Een nieuwe fase in de repressie'

Op 28 en 29 juli raakten honderden manifestanten gewond toen een betoging in Tegucigalpa brutaal uiteengeslagen werd. (Klik hier voor verslaggeving en foto's) Deelnemers aan de internationale missie die enkele dagen voorheen Honduras bezocht, kregen onderstaand ooggetuigenverslag doorgestuurd.
(De tekst is vertaald uit het Spaans)

De militairen en de politie hebben duidelijk specifieke instructies ontvangen die erop gericht zijn de volksbeweging te verbrokkelen. Ze hebben de toestemming om de openbare ruimte stelselmatig te bezetten met gebruik van wapenkracht, om via het verspreiden van valse berichten de beweging te demoraliseren en het verzet te verdelen en om iedereen te arresteren, te mishandelen en te elimineren die opkomt voor het tegendeel van hun belangen, vooral als het gaat om leiders van het Front.

Bij wijze van getuigenis, kan ik verwijzen naar de feiten die vandaag plaatsgrepen, tijdens de actie ter blokkering van de weg, ter hoogte van de post El Durazno in het noorden van Tegucigalpa. Terwijl de actie ontplooid werd, ging ik in een taxi naar het winkelcentrum Metromall om het noorden af te sluiten. Ik was samen met andere burgers die de barbarij bespraken waarin de staatsgreepplegers ons gestort hebben.

De taxichauffeur liet ons in de taxi zitten vóór het bereiken van de Carrizal-bruggen, liep naar voren en sprak met de politie en de militairen, waarvan een aantal mij vastnamen op een brutale manier en me beroofden van al mijn bezittingen. Ik werd, in het gezelschap van kinderen, op de openbare weg, op mijn ondergoed na, volledig uitgekleed, waarna ik meer dan een uur moest wachten, waarop ik werd ondervraagd. Een notaboekje, waarin naast andere notities ook de namen stonden van kameraden kunstenaars en leden van het Front, werd in beslag genomen. Tot slot mocht ik mij aankleden en werd ik voorgeleid om mee te gaan met een patrouille.
Op dat moment riep ik mijn naam naar de menigte en herhaalde ik meerdere malen dat ik een Hondurese schrijver was. Deze actie was mijn redding, hoewel slechts tijdelijk. Ik werd weer geslagen op de borst, men gooide me op de grond en de officier schreeuwde, zwaaiend met zijn wapen : “je hebt tien tellen om te verdwijnen of ik verdwijn jou”. Onder die bedreiging heb ik niet geaarzeld en ben ik weggegaan in de tegenovergestelde richting. Ik ben verder gegaan in de richting van de sector van La Laguna, bij de afslag naar Olancho.
Toen ik daar aankwam zag ik de bewoners van El Durazno die weg liepen na hun verdrijving met wapenstok en traangas door de ATR-eenheid (een contingent van politie speciaal getraind om vreedzame demonstraties lastig te vallen). Geconfronteerd met deze intimidatie, hebben we weerstand geboden en zijn we met stenen beginnen gooien, waarbij we ons verplaatsten in vier groepen, onder het geschreeuw van onze slogans.
Na het bereiken van Torocagua, kwamen politieagenten, die terug kwamen van de vreedzame mars, met de grootste snelheid aangelopen. We liepen verder, niet wetende dat een andere politie-eenheid de weg voor ons afgesloten had en ons opwachtte in een brutale hinderlaag, waaraan we probeerden te ontsnappen door ons in een kreek, gelegen achter het benzinestation Maya, te verbergen. Om ons heen werd traangas afgevuurd en werd er met een speciaal soort kogels op ons gevuurd. Dit vervulde ons met woede. Velen van ons werden gevangen genomen, waaronder Carlos H. Reyes (onafhankelijk presidentskandidaat), Juan Barahona (leider van het Bloque Popular), Gabriel Galeano (beeldend kunstenaar), zoon van Javier Espinal (kunstenaar) en nog vele anderen. Ik besloot me niet in de kreek te werpen omdat ik voelde dat dit de meest geschikte plaats was om ons neer te kogelen, zo zonder getuigen.
Ik wierp me achter een autobus en zag het grootste deel van de gewapende contingenten passeren. Ik trachtte te vluchten en werd op brute wijze geslagen op rug, armen en benen. Ik wist te ontsnappen op het moment dat ze aankwamen bij Carlos H. Reyes en anderen, op wie ze vervolgens hun aanvallen richten.
Ik rende en zocht mijn toevlucht in een garage en bereikte via binnenwegen vervolgens Torocagua, waar ik een taxi nam om me naar het centrum van Tegucigalpa te brengen. Ik was woedend en verstomd, wetende dat ik niets kon doen voor de metgezellen die ik had achtergelaten.
In het centrum, ontmoette ik kunstenaars die wilden gaan spreken met de vele gevangen leden van het verzet in het vierde politiebureau. Op dat moment was het Comité van Familieleden van Verdwenen Gevangenen (COFADEH) aanwezig en kon de vrijlating van allen bekomen worden. Uit niet-officiële verslagen blijkt dat een kameraad, lid van de leerkrachtenvakbond COPEMH, werd gedood, de zoveelste toevoeging aan de lijst van slachtoffers van de dictatuur.

Ik besluit dat we in een andere fase van de repressie zijn aanbeland. De staatsgreepplegers weten dat ze de diplomatieke, economische en gerechtelijke strijd in al haar vormen verloren hebben, waarbij ze zichzelf getoond hebben voor wat ze werkelijk zijn : een klasse die onhandig, barbaars en ongeschoold is en die er niet voor terugdeinst over te gaan tot het gebruik van het enige waar ze nog beroep op kan doen : brute kracht.

Deze getuigenis vormt een publieke veroordeling van misdaden begaan tegen mij en tegen alle mensen in verzet.

Onze lichamen werden geslagen en ons bloed vergoten, maar onze waardigheid is intact en onze inspanningen, om het rijk van de rede, de rechtvaardigheid en de democratie te vestigen, zullen nog sterker worden.

We willen geen amnestie voor iedereen, zeker niet voor degenen die de wapens hanteren die ons doden en beteugelen.

HASTA LA VICTORIA SIEMPRE.

Samuel Trigueros
30 juli 2009

Deel dit artikel