Oost-Congo: Handicap International helpt slachtoffers van geweld

Musa heeft een nieuwe prothese nodig.
© Martina Bacigalupo - Vu' / Handicap International


Noord-Kivu is een Congolese provincie in het oosten van de Democratische Republiek Congo, dicht bij de grens met Rwanda en Oeganda. Deze provincie leidt al jaren onder gewapende conflicten. En al enkele maanden blijkt dat de veiligheidssituatie in een groot deel van Noord-Kivu er nog slechter op is geworden.

 

De eerste zes maanden van 2012 liepen tal van soldaten weg uit het Congolese leger FARDC. Het ging om ex-rebellen van het CNDP (Nationaal Congres voor de Verdediging van het Volk, officieel deel gaan uitmaken van het FARDC) van Bosco Ntaganda, die wordt gezocht door het Internationaal Strafhof. Dat heeft de commandostructuren van het FARDC sterk verstoord en heeft een negatief sneeuwbaleffect op de omgeving teweeggebracht.

 

De groep militairen die zijn overgelopen, hebben de Beweging van 23 maart opgericht (M23) en controleren nagenoeg de volledige regio. Ze hebben hun eigen regering opgericht, die door een gewelddadige rebellie de hele regio destabiliseert. Door de M23 zijn kleine gewapende groepen ontstaan. Gevolg: talrijke conflicten tussen lokale maïmaï soldaten en gewapende groepen, zoals de Democratische Krachten voor de Bevrijding van Rwanda (FDLR), een gewapende beweging die zijn wortels heeft in de genocide van 1994 in Rwanda.

 

Die gewapende groeperingen maken gebruik van de militaire afwezigheid om dorpen en vluchtelingenkampen aan te vallen. Zij vernietigen huizen en doden mensen die behoren tot etnische groepen die zij als vijandig beschouwen. Van april tot 15 juli 2012 hebben humanitaire organisaties meer dan 7.000 incidenten geregistreerd in de gebieden van Masisi, Walikale, Rutshuru en Beni (Bron: UNHCR, 27/07/2012). Het gaat om executies van burgers, verkrachtingen en andere seksuele mishandelingen, folteringen, willekeurige arrestaties, vernietiging van eigendommen, dwangarbeid of het inzetten van kindsoldaten en geweldplegingen van etnische aard. Het aantal werkelijke incidenten wordt nog hoger geschat, want sommige slachtoffers zijn niet in staat te spreken of hebben te veel schrik of schaamte om zich uit te drukken, vooral bij verkrachting.

 

Deze ongecontroleerde toestand heeft geleid tot massale volksverhuizingen in de provincie en de buurlanden. Eind juli 2012 berichtte de UNHCRdat sinds april 2012 meer dan 470.000 mensen uit Oost-Congo zijn weggevlucht.

 

De aanhoudende gewapende conflicten veroorzaken een permanente onveiligheid, die het moeilijk maakt zich te verplaatsen in Noord-Kivu: achtergebleven niet-ontplofte oorlogsresten (granaten, bommen, mijnen) veroorzaken nog steeds ongevallen. Zo stierven op woensdag 22 augustus 2012 zes meisjes van 9 tot 12 jaar in de regio Rutshuru na de ontploffing van een bom die zich in het veld van hun ouders bevond. Tussen 1964 en 2011 heeft de UNMACC (VN- Mijnactie Coördinatiecentrum) in Congo 2.445 ongevallen met niet-ontploft oorlogstuig gerapporteerd (Bron: Landmine Monitor, 2012). Betrouwbare gegevensverzameling ontbreekt. Het werkelijke cijfer ligt zonder twijfel veel hoger.

 



BRON:
Handicap International
Handicap Int. DOOR:

Deel dit artikel