Op de sofa met Filippijns ex-politiek gevangene Axel Pinpin

De Filippijnse dichter en agronoom Axel Pinpin deed eind april enkele dagen ons land aan. Een bijzonder bezoekje van deze boeiende man die 2 jaar en 4 maanden gevangen zat in de Filippijnen omwille van politieke motieven. intaller William Peynsaert nam een interview af met deze duizendpoot.


Zondagnamiddag. 26 april. Ik spoor vanuit Gent via Brussel naar Jette. Men heeft mij gevraagd om een interview af te nemen met een Filippijnse dissident. ‘Hij schrijft ook’, wordt mij enthousiast toevertrouwd. Een niet te miskennen reclameboodschap, kwestie van mij extra warm te maken voor deze nieuwe opdracht.

Men benadrukt nog enkele keren dat het om een sympathieke jongeman gaat, die vlot vertelt over de penibele toestand waarin hij verzeild raakte. Nou dat belooft, een zondagmiddag zeker wel waard en het adres waar het gesprek zal doorgaan, is nog makkelijk te vinden ook. Vlak bij het station. Zo heb ik het graag. In Jette dwaal ik als de Bohemer die ik ben, met grote ogen door een kunsttentoonstelling. De muren zijn behangen met niet onaardige schilderijen, maar met een prijskaartje dat mijn portemonnee al gauw duizelig maakt.
 

Gespot met Belgisch gerstenat

Boven bij de bar tref ik hem. Voor mij staat een tamelijk lange, magere jongeman, met een uitnodigende glimlach die een even zo warme inborst laat vermoeden. Nou ja, jongeman, navraag wijst uit dat hij toch al bijna 40 lentes telt. Mijn fout weze mij vergeven. Als je Axels onschuldig twinkelende ogen ziet, die nog ongeschonden verwondering schijnen te kennen, denk je dat je met een schrandere, opgewekte tiener te maken hebt. Maar Axel is geen tiener. Dat blijkt al na een kort gesprek. Deze kerel weet zeer goed waar hij mee bezig is. Axel Pinpin is trouwens met véél bezig. Hij is dichter en journalist, maar ook landbouwingenieur, vader en echtgenoot en o ja, volgens de regering van zijn moederland, is hij in bijberoep ook nog eens een te vrezen communistische guerrillastrijder. Als dat werkelijk zo is, weet hij zijn gewelddadige verleden en oorlogszuchtige intenties goed te verbergen. Zelden zo’n vreedzame ziel ontmoet.
 
Ons gesprek moet even wachten. Hij loopt als een kip zonder kop rond, zijn performance moet zo dadelijk plaats vinden en er zijn nog wat voorbereidingen nodig. En passant checkt hij voor de grap even of ik wel degelijk intal vertegenwoordig. Je weet maar nooit hoe ver de tentakels van de ‘foute’ krachten in de Filippijnen reiken. Werd Trotski ook niet vermoord door een killer die zich eerst uitgaf voor een Belgische journalist? Axel lacht zijn tanden bloot en verzekert mij dat hij er vertrouwen in heeft. Hij staat straks geheel en al ter mijner beschikking, maar eerst wil hij publiek lokken voor zijn korte optreden.
 

In trance voor rechtvaardigheid

Dat ronselen van toeschouwers pakt hij bepaald origineel aan. Hij stopt een bol touw in zijn achterzak en met daaraan verbonden een houten karretje met een briefje erin: ‘Stop the Killings’. Dat sleept hij achter zich aan. Het doet mij een beetje denken aan het kruis dat ene Nazareër lang geleden torste, opdat zijn volk er beter van zou worden. Axel blinddoekt zich en een assistente wandelt mee om hem klappen te geven met een geïmproviseerde knuppel. Als haar zachte tikken net iets harder lijken aan te komen dan ze bedoelt, verontschuldigt ze zich snel. Met deze dramatische scène trekt de activist het hele gebouw door. Uiteraard stroomt enige tijd later Axels lokaaltje vol belangstellenden. Axel valt als een gepijnigde martelaar op de grond, in bezit genomen van getormenteerde spasmen. Het geheel krijgt begeleiding van een indringend, dreigend muziekstukje. Uiteindelijk staat de dichter op en neemt hij zijn blinddoek af. Hij moet bekennen dat hij zich eventjes terug in de handen van zijn kidnappers waande. Ik zeg kidnappers, want Axel wil dat hier duidelijkheid over bestaat: hij werd NIET gearresteerd, men heeft hem ontvoerd.
 
Axel prijst de film aan die intal heeft kunnen maken en nodigt iedereen uit om die samen te bekijken. Later op de avond zal ik die zelf ook zien. Vooral de oproep van een klein meisje die met doorleefde, scherpe stem naar de politie schreeuwt, zal mij niet loslaten. Haar beide ouders zijn in koelen bloede afgemaakt voor haar ogen. ‘Weten jullie wel hoe lang het duurt voor je zoiets verwerkt?’, vraagt het meisje snikkend. Het kleine meisje, is eigenlijk een klein vrouwtje. Haar kindertijd zit er al op. Gesmoord in het geweld dat haar thuisland teistert. Zo veel is wel duidelijk.
Ik op mijn beurt ontvoer Axel naar een afgelegen kamertje, waar gelukkig voor ons, enkele comfortabele zetels staan. Onze gast neemt een gemakkelijke houding aan en steekt relaxed een sigaretje op. Veel tijd is er niet, dus ik neem mijn pen en notitieboekje in de aanslag. Allereerst wil ik graag iets meer weten over zijn kindertijd.
 

War. What is it good for?

Axel stond als kind nogal onder invloed van zijn grootmoeder. Blijkbaar was zij begaan met het lot van de armen en prentte zij haar kleinzoon nadrukkelijk in dat er in de wereld veel misstanden recht te trekken zijn. Verrassend genoeg was papa Pinpin een soldaat, die eind jaren ’70 actieve dienst zag in de strijd tegen opstandige moslims. Op een nacht hoorde Axel zijn vader in tranen uitbarsten en tegen zijn vrouw jammeren: ‘Ik kan het gewoon echt niet meer.’
Deze momenten schudden duidelijk iets wakker in de kleine Axel . Aan de universiteit vertaalde deze empathie met de verdrukten zich in zijn studiekeuze. Hij studeerde agricultuur en wenste met die kennis de boeren in zijn land vooruit te helpen in hun streven een aangenaam bestaan uit te bouwen. Met name door de landbouwtechnologieën te verbeteren. In een overwegend agrarisch land als de Filippijnen kan men zulke kennis zeer goed gebruiken.
 
Van zodra Axel afstudeerde in 1992, ging hij aan de slag. Eerst als medewerker in Amerikaanse projecten. Hij hielp wegen en bebossing uitplannen langs vliegvelden. In 1996 werkte hij voor het departement ‘Wetenschap en Technologie’, waar hij subsidieaanvragen uitpluisde en die al dan niet goedkeurde. Binnen dit kader trok hij ook rond en onderwees hij de boeren nieuwe landbouwtechnieken. Bij één zo’n bezoek, stelde een boer hem een vraag die als een bom in Axels gezicht ontplofte. ‘Allemaal goed en wel wat jij ons hier leert, maar kun je ons garanderen dat ze ons land niet afpakken?’
De vraag veranderde Axels levensloop nogal drastisch. Hij had zich altijd al geïnteresseerd in de moeilijkheden van de landbouwbevolking, maar hij had zich nooit echt actief ingezet om hun belangen te verdedigen. Hij gaf wel geld, maar daar bleef het dan zo’n beetje bij. Na de bomvraag kwam daar verandering in.
 

Allen voor één en één voor zichzelf

Problemen hebben die boeren. Ja, allicht, maar welke dan? Om het heel kort te zeggen: enkelen hebben alles en heel velen hebben niets. Wie het Filippijnse grondbezit eens goed bekijkt, stuit op cijfers die minstens enkele vragen oproepen. Op een bevolking van ongeveer 85 miljoen, zijn er pakweg 56 miljoen boeren. Dat maakt 75 procent van het totale inwonertal. Van die meer dan 50 miljoen landbouwers zijn er welgeteld 9000 personen die alle land bezitten. Hoe komt die selecte ‘happy few’ aan zo’n uitgestrekt bezit? Het antwoord zou ons veel te ver leiden, onmogelijk om het binnen de lijnen van dit artikel haarfijn uit te leggen. Wie dat wil kan de intal brochure over de Filippijnen lezen, of het boek van Bert de Belder[1] er op nalezen, daarin wordt de context helder geschetst. Volstaat te zeggen dat de lange en turbulente geschiedenis van kolonisatie en overheersing (niet enkel de Spanjaarden en de Japanners, maar ook de Amerikanen hebben er begin 20ste eeuw op bijzonder brutale wijze huisgehouden – onder andere ‘A people’s history of the United States’ van de auteur Howard Zinn beschrijft dat stukje geschiedenis in zeer duidelijke termen) dit zorgwekkende onevenwicht in de hand heeft gewerkt. Hoe dat zo gekomen is, mag stof zijn voor historici, belangrijk om weten is, dat die 9000 –menselijk, al te menselijk!- er alles aan doen om hun knusse positie en de vele daaraan verbonden privileges te behouden, ten koste natuurlijk van de arme meerderheid. Een verhaaltje dat bijna zo oud is als de wereld. ‘Dus,’ begin ik mijn voor de hand liggende vraag, ‘wat er gaande is, is eigenlijk een strijd tussen rijk en arm?’ Axel knikt, ‘You got it, right, William.’ Het is een klassenstrijd.
Niet moeilijk om de situatie in te schatten dus, maar wat doe je er aan?
 

I gave my soul for the working man’s plight

In het geval van Axel luidt dat antwoord: alles wat in mijn macht ligt. De jongeman gaf zijn mooi betaalde job op en ging zich voor de volle honderd procent inzetten voor de boeren. De zekerheid van een interessant loon dat elke maand op je bankrekening landt, kende hij van dan af niet meer. Hij zette zich in voor de boeren, en zij deden in ruil wat ze konden voor hem. Ze betaalden hem terug in de vorm van overnachtingsplaatsen en voedsel. ‘Ja, maar, wat vond jouw vrouw daarvan?’, wil ik weten. Die vond dat in het begin niet zo’n fijne gang van zaken. Axel verdiende meer dan gemiddeld, in de week had hij een aangename job en de weekends stonden open om leuke dingen te doen met het gezin. Toen Axels echtgenote echter zag wat voor een kracht er schuil ging achter de boerenbeweging en hoe die zich mobiliseerde en organiseerde, raakte ze er uiteindelijk ook bij betrokken. Terwijl haar man zich inzette voor de landbouwers, spitste zij zich toe op de belangen van arbeiders. Tot ze beviel van hun eerste kind en de zorgen voor nakomelingen haar activistenbestaan onmogelijk maakte. Uit noodzaak nam ze terug een normale job aan. Axel heeft alle begrip voor die beslissing.
 

Actiefilm of toch gewoon Filippijnse realiteit? 

Niet iedereen was zo blij met Axels inzet. Men kan echter niet direct een gezicht plakken op de personen die zijn ijver als een doorn in het oog ervoeren, maar dat die personen bestaan, is wel zeker. Het zijn die anonieme mensen die verantwoordelijk zijn voor heel wat geweld. Axel is duidelijk: de opdrachtgevers zijn de rijken die hun rijkdom veilig willen behouden. En de rijken hebben de macht in handen. Wie hen een strobreed in de weg legt, verdwijnt of wordt op klaarlichte dag neergeknald door onbekende, gemaskerde mannen. Gerechtelijk onderzoek om de daders te vatten, loopt al snel spaak, als er zelfs ook maar één stap ondernomen wordt in die richting.

Axel zelf dacht ook te zullen sterven toen hij op een dag klem gereden werd en zich omsingeld wist door een veertigtal gewapende mannen. Op basis van flinterdunne aantijgingen –hij zou een communistisch strijder zijn – gooiden ze hem en zijn gezelschap, inclusief zijn chauffeur die met de hele zaak helemaal niets te maken had, in de cel. Axel  zou overdag vredig les geven, maar ’s nachts de wapens opnemen tegen het regime.[2]

 

Filippijnse inquisitie

Het eerste jaar was het gevangenisregime bitterhard. De gevangenen hadden geen toegang tot media, contact met de buitenwereld werd hen onmogelijk gemaakt. Voor Axel was dat het ergste aspect van zijn gevangenschap. Als getrouwde man, had zijn vrouw officieel het recht om af en toe de nacht bij hem door te brengen, maar dat bezoekersrecht werd hem ontzegd. De kleinste benodigdheden moesten zijn cel worden binnengesmokkeld. De bewakers schuwden ook geen folteringen. Axel en zijn gezelschap kregen kogels tussen vingers geplaatst, waarop men hun handen strak inbond. Daarna sloeg men op hun handen. Men trok ook een zak over hun hoofd en beukte toen op hen in, zodat ze zich niet schrap konden zetten om de slagen te incasseren. Ze zagen de klappen immers niet komen.
 
Axel benadrukt vooral het psychologische geweld. De gevangenen kregen krijsende vrouwenstemmen te horen. Zogezegd de stemmen van hun echtgenotes die schreeuwden terwijl men ze onderwierp aan verkrachtingen en andere vernederingen. Axel liet zich echter niet manipuleren. Blijkbaar was de bedoeling van de folteringen dat hij namen van medestanders zou prijsgeven, maar hij was niet van plan om zoiets te doen. Want, vraagt hij retorisch: ‘Welke dood is mooier dan sterven voor je principes?’ De beulen speelden verder nog het psychologisch vaak afdoende spelletje ‘good cop, bad cop’ met hen, maar ook dat wilde niet lukken. Axel boog niet.
 

Hulp helpt

Meer dan twee jaar zat de man vast. In zijn cel schreef hij gedichten, die van veel gevoel spreken, van hoop en volharding in idealen. Hoe kwam hij dan uiteindelijk vrij, wil ik weten. Axel zou graag duidelijk stellen, dat hulp wel degelijk helpt. Buitenlanders die regimes aanschrijven met grieven en protesten: op termijn sorteren zulke acties het gewenste effect. Functionarissen kunnen een stroom van sympathiserende brieven van over de hele wereld blijkbaar toch niet zo maar naast zich neerleggen. Het zal ons, activisten, een hart onder de riem zijn. Wat we doen, heeft verdorie zin. De brief die de intal reisgroep schreef na hun bezoek aan Axel in gevangenschap vorige zomer, verscheen in vol ornaat in de Filippijnse media. Als we merken dat onze tijd ver op is en Axel terug moet performen, wil ik nog horen waar hij het meest trots op is. Onze dichter vermeldt een allesomvattende studie over koffieproductie, waarvan de bevindingen belangrijk zijn geweest voor zijn land. Koffie is namelijk een belangrijk Filippijns exportproduct.
 

Plannen voor de toekomst

Met de klink van de deur al in zijn hand, vraag ik hem nog wat hij nu van plan is te doen. Daar bestaat geen twijfel over: terug naar de boeren, zijn werk verder zetten. Als slavist weerklinkt in mijn oren, ‘chazjdjenije v narod’, dat wil zeggen: ‘gaan naar het volk’, zoals een trend in het negentiende-eeuwse Rusland bekend stond, een trend waarbij intellectuelen het volk gingen verheffen met hun kennis. De toenmalige Russische plattelandsbevolking wist eigenlijk niet zo goed wat ze met die jonge idealisten aan moest. Maar de Filippijnen zijn negentiende-eeuws Rusland niet. Daar is de bevolking maar al te gretig om zichzelf op te werken. Ze weten wat ze willen en dat is –om te beginnen- een grondige, rechtvaardige herverdeling van de grond. Iedereen die hen daarbij kan helpen, is meer dan welkom. Wij op onze beurt kunnen helpen, door de ontwikkelingen op de voet te volgen, de bevolking ter plaatse te laten voelen dat de internationale gemeenschap met hen sympathiseert. Kortom, hun moed levende te houden. Mensen als Axel bewijzen dat het hen niet aan de nodige spirit en creativiteit ontbreekt om door te zetten.
 
Nog heel snel vraag ik om uitleg bij het T-shirt dat Axel draagt. Een gekke kater springt wild uit wat onmiskenbaar een geconfedereerde vlag voorstelt. De lezer weet misschien niet welke vlag ik bedoel, maar heeft ze zeker wel al eens gezien. Het is die vlag die de Ku Klux Klan graag te pas en te onpas bovenhaalt, hét symbool voor de kortzichtige redneck, maar bij uitbreiding ook wel met open armen ontvangen door iedereen die zich op de een of andere manier als rebel beschouwt. Niettemin vind ik het vreemd om Axel in zo’n T-Shirt te zien. ‘O, die T-Shirt, die is van mijn favoriete band, The Stray Cats!’
Met een ontwapende glimlach en gedragen op de vleugels van een onstuitbare levenshonger holt Axel weg. Verder op de gang is de documentaire afgelopen en hij moet nog een woordje zeggen. De ontmoeting met deze krijger van de ziel doet mij denken in de geest van auteur Paulo Coelho. Als je bedoelingen goed zijn, als je weet welk doel jij moet bereiken in dit leven, dan helpt de hele wereldgeest jou om dat doel te verwezenlijken. Love, peace, empathy fluistert de lege kamer stilletjes als ik nog het volgende gedicht van Axel overpen in mijn notitieboekje:
 

Letter to my son

Son, there is no one who will tell you stories this night,
You will twist and turn upon your bed, with no one beside you,
Hug close a pillow I left behind, or place a leg upon it
For I will also embrace you, here, where I have long been imprisoned
 
Son, no one will prepare your breakfast for tomorrow,
You will wake with no chocolates or pandesal° to greet you
Use the cup I last made my coffee in
For I will also eat with you, here, in the gloom op my prison cell
 
Son, the house remains silent upon your return,
With a deafening loneliness cast upon our darkened room,
Go play the music we last listened to, together,
For I also whistle it here, that tune we know and love
 
Son, learn well the tales of solitude and apprehension,
Realize the hunger of the farmer I have fought for,
And study the music of struggle and liberation
But always watch out for the ones who took your father away
 
Translated by Aris Remollino
 
° small bread bun
 
 
 Bekijk ook het verslag van Anuschka over Axels deelname aan het kunstenparcours in Jette met foto's!


[2] Voor een artikel over the New People’s army, de communistische guerrillabeweging die inderdaad bestaat:, zie http://www.time.com/time/magazine/article/0,9171,1582112,00.html

 

intal DOOR:

Deel dit artikel