Persbericht : België moet de ontmijningskosten van de clustermunitie op Israël verhalen

België moet de ontmijningskosten van de clustermunitie op Israël verhalen

 Clustermunitie blijft nog elke dag slachtoffers maken in Libanon. Sinds het staakt het vuren van 14 augustus 2006 zijn er 217 slachtoffers gevallen, van wie 32 overleden zijn. Dat hebben we in een gezamenlijke missie van Intal, Geneeskunde voor de Derde Wereld en Vrede vzw kunnen vaststellen.

Van 26 februari tot 2 maart werkte de delegatie een programma af in Beiroet en het zuiden van Libanon. Ze was getuige van de enorme schade die de oorlog heeft aangericht aan huizen, fabrieken, bruggen, wegen en andere infrastructuur in Libanon. Zelfs ziekenhuizen en ambulances bleven niet gespaard. Er vielen verschillende slachtoffers onder hulpverleners en medisch personeel. Er is ook grote ecologische schade. Het bombarderen van de energiecentrale Jiyyeh op 13 en op 15 juli heeft duizenden tonnen ruwe olie laten ontsnappen die heel de kuststrook van Libanon heeft vervuild. Volgens rapporteurs van de VN-mensenrechtenraad zijn de bombardementen op Jiyyeh met opzet gepleegd en zullen de gevolgen daarvan nog lang nawerken. Een milieuorganisatie toonde ons foto’s van nog altijd aanspoelende teerballen en giftige olietapijten op de zeebodem. De schade bedraagt vele miljoenen Euro.

Vooral in het zuiden van het land blijken de gevolgen van de oorlog zwaar door te wegen. Naar schatting 1 miljoen clusterbommen hebben de hele landbouwregio in een groot mijnenveld herschapen. Daardoor kunnen de boeren niet meer op hun akkers en velden. Het opruimen ervan kan nog jaren in beslag nemen, omdat een deel zich onder de grond bevindt of door plantengroei is overwoekerd. Libanon leek wel op een militair experiment. Er zijn minstens negen types van clustermunitie ingezet. Daarnaast hebben we in verschillende medische centra en ziekenhuizen getuigenissen gehoord die spreken over het gebruik van witte fosfor, een vreselijk wapen dat zwartgeblakerde lichamen met typische geur achterlaat. Slachtoffers van witte fosfor zijn doorgaans ten dode opgeschreven.

Een land dat nu al kampt met grote armoede en een torenhoge schuldenlast kan de economische kost van dit alles zonder externe donoren niet dragen. Daarnaast is er ook de grote menselijke tol. In rehabilitatiecentra waren we er niet alleen getuige van hoe kinderen moeten herstellen van hun wonden en moeten leren leven met hun handicap, maar ook psychologisch getraumatiseerd geraken.

Een onderzoekscommissie van de VN-Mensenrechtenraad stelde eind vorig jaar in haar rapport vast dat het Israëlische leger moedwillig burgerdoelen heeft gebombardeerd en dat clustermunitie is gebruikt om vruchtbare landbouwgrond te veranderen in ‘no go’-regio’s. De Commissie heeft ook eerdere VN-vaststellingen bevestigd dat 90 procent van de clustermunitie de laatste 72 uur is gegooid en spreekt van ‘flagrante schendingen van het internationaal recht’ en van een optreden dat weg heeft van ‘collectief straffen’. Ondertussen stellen Belgische en andere ontmijners alles in het werk om de clusterbommen in Libanon te verwijderen.

We verheugen ons over het Belgische verbod op clustermunities en de internationale initiatieven die moeten leiden tot een verdrag dat clustermunitie ook in de rest van de wereld verbiedt. Maar dat is maar een deel van het verhaal. Het kan niet zijn dat de Belgische belastingsbetaler en de Libanese burger voor dit alles moet opdraaien. Naar analogie van het principe ‘de vervuiler betaalt’ vinden we dat Israël de factuur moet betalen, zeker nu alle officiële bronnen bevestigen dat de clusterbommen in het zuiden bewust zijn gedropt om leven en werken in de regio onmogelijk te maken. Met de geïnde sommen kan dan de heropbouw van het land worden gefinancierd. Een petitie met deze vraag is al ruim ondertekend, o.a. door mensen uit de academische, politieke en ngo-wereld (zie www.g3w.be)

Er is echter nog een belangrijke zaak die ons erg verontrust. Vanuit België en andere landen van Europa gaan ondanks wapenwetten en gedragscodes nog altijd wapens naar Israël. Bovendien heeft de NAVO in het kader van de mediterrane dialoog amper twee maanden na de oorlog een militair samenwerkingsakkoord gesloten met Israël. Blijkbaar hebben de illegale bezetting van de Palestijnse gebieden, de grootschalige vernietiging van civiele infrastructuur en de oorlogsmisdaden in de Gazastrook, en de brutale militaire invasie in Libanon geen enkele vat op de goede relaties die onze beleidsverantwoordelijken onderhouden met de Israëlische regering. We vragen dat er dringend werk gemaakt wordt van een wapenembargo en dat elke militaire samenwerking wordt opgeschort tot Israël het internationaal (humanitair) recht respecteert. Die eis wordt ook verdedigd door het Anti-Oorlogsplatform dat oproept om deel te nemen aan de betoging op 18 maart 2007 te Brussel (www.geenoorlog.be)

De delegatieleden: Dr. Jan Cools, Ludo De Brabander, Elena Lopez, Monked Mroue en Soetkin Van Muylem

Deel dit artikel