Raúl Castro en de mensenrechten in Cuba

Enkele maanden geleden nam Raúl Castro als eerste vice-president de functies van de Cubaanse president Fidel Castro over. Van deze nieuwe situatie wordt door sommigen gebruik gemaakt om de kritiek op de mensenrechten in Cuba op te drijven.  "Raúl Castro, die op 31 juli 2006 de macht in handen kreeg omdat zijn broer Fidel herstelt van een operatie, treedt (…) echter even hard op tegen politieke tegenstanders", wordt gesteld in een artikel van IPS op 11.be. Toch merkwaardig dat een onbeduidend eilandje als Cuba met amper 11 miljoen inwoners zoveel controverses opwekt als het over de kwestie van de mensenrechten gaat. Het IPS-artikel laat zonder verpinken een aantal vogels van betwistbaar pluimage uitspraken doen over mensenrechten op Cuba. Helemaal op het einde mag de Cubaanse overheid nog wat tegensputteren over wat ze zo allemaal realiseert op vlak van onderwijs en gezondheidszorg. Geen vermelding van het feit dat Cuba in mei 2006 met meer dan twee derde meerderheid verkozen werd als lid van de nieuwe VN-mensenrechtenraad, ondanks de druk van de VS.  Hebben al die landen, voor het merendeel uit de Derde Wereld, het dan helemaal verkeerd voor, of wat is hier aan de hand?


Sociale, economische en culturele mensenrechten op Cuba

Laat ons eerst eens naar de feiten kijken, en naar Cuba's enorme verwezenlijkingen op vlak van de sociale, economische en culturele mensenrechten. In Cuba is de levensverwachting met 78 jaar 6 jaar hoger dan het gemiddelde in het continent. De kindersterfte is er meer dan viermaal lager dan gemiddeld. Als heel Latijns-Amerika dezelfde score zou halen als Cuba, dan zouden per jaar 267.408 kinderen gered worden. Het gaat hier om het meest essentiële recht van alle: het recht op leven. De kindersterfte tot vijf jaar ligt in Cuba op 7 per 1000. In een rijke supermacht als de VS bedraagt ze 8. In Latijns-Amerika is datzelfde cijfer 31 per 1000. De cijfers komen uit het recente rapport van de UNDP. The Economist (januari 2007) plaatst Cuba, op basis van recente Unicef-cijfers, helemaal onderaan een lijstje van 18 derdewereldlanden, als land met de absoluut laagste kindersterfte, dat dat cijfer in de laatste 15 jaar bovendien nog liet halveren.

Volgens diezelfde VN (UNESCO) steekt het onderwijsniveau van Cuba met kop en schouders boven dat van alle landen van Latijns-Amerika uit. Die ijver om goed onderwijs gratis te beschikking te stellen aan de bevolking heeft alles te maken met een idee van de 19de eeuwse Cubaanse denker en bevrijdingsstrijder José Martí: 'Ser culto es la única forma de ser libre' of “gevormd zijn is de enige manier om vrij te zijn”. Inderdaad, een bevolking die kan lezen, schrijven en analyseren kun je niet onderdrukt houden. 

In 2006 kreeg Cuba van de UNESCO de ‘Literacy Award’ voor zijn bijdrage aan de alfabetisering in 15 landen. Zelf werd het land als eerste van Latijns-Amerika door deze instantie erkend als volledig vrij van analfabetisme, al op 21 december 1961. Het zou tot 27 oktober 2005 duren eer Venezuela, dankzij een Cubaans alfabetiseringsprogramma, als tweede Latijns-Amerikaans land vrij van analfabetisme werd verklaard.

De werkloosheid bedraagt op Cuba nog geen 2 %, wat door de VN erkend wordt als volledige tewerkstelling. Volgens de FAO (de landbouworganisatie van de VN) lijdt amper 3% van de Cubaanse bevolking aan ondervoeding. Het gemiddelde in Latijns-Amerika is meer dan driemaal hoger. Dat heeft alles te maken met het feit dat de Cubaanse overheid een groot gedeelte van het nodige basisdieet subsidieert, zodat aan iedereen de toegang tot voldoende proteïnen en koolhydraten gegarandeerd is.

Op de Olympische Spelen van 2004 haalde Cuba 27 medailles. Dit is een cijfer dat enkel mogelijk is als sportbeoefening massaal toegankelijk is en gestimuleerd wordt. Ter vergelijking: heel Latijns-Amerika samen behaalde er 32, België haalde er 3.

De politieke rechten van de Cubanen

Ook wat het democratisch gehalte van de Cubaanse samenleving betreft bestaan er interessante en doorgaans onbekende gegevens. Zelfs op het dieptepunt van de economische crisis, midden de jaren ’90, bleef meer dan 80% van de bevolking de revolutie steunen (volgens een Gallup-enquête). De Cubaanse grondwet werd in 1976 opgesteld op basis van een bevraging van de bevolking zonder voorgaande. Ze werd goedgekeurd per referendum. In 1992 werd de oefening nog eens overgedaan om de instellingen verder te democratiseren. Cuba kent een formele scheiding van partij en staat. Partijen als dusdanig kunnen volgens de grondwet niet deelnemen aan de verkiezingen. De burgers stellen zelf de kieslijsten op, aan de hand van een democratisch proces in de wijken. Gemeenteraden worden om de 2,5 jaar rechtstreeks verkozen, provincieraden en het nationaal parlement om de 5 jaar. De verkiezingen zijn vrij en geheim en kunnen zonder voorafgaande plichtplegingen door buitenlandse waarnemers bijgewoond worden. In het Cubaanse parlement vind je een doorsnee van de maatschappij: van vakbondsdelegees, tot verpleegkundigen en studenten, en ja, zelfs priesters. Het parlement kiest de staats- en ministerraad en hun respectievelijke voorzitters. Fidel Castro is voorzitter van de staatsraad, een functie die gelijkstaat aan president. De macht van de president wordt sterk beknot door het parlement.  In tegenstelling tot pakweg de VS kan de Cubaanse president geen ministers of ambassadeurs benoemen of de oorlog verklaren.  Raúl Castro is eerste vice-president en dus grondwettelijk opvolger tot een nieuw verkozen parlement ook een nieuwe staatsraad en haar voorzitter kiest. 

Wat hier niet gekend is of verzwegen wordt is dat Raúl Castro niet alleen 'de broer van Fidel' is, maar zelf tot de meest geliefde en gerespecteerde bevrijders van Cuba gerekend wordt. Trouwens, verder zijn zonen of dochters, broers of zussen van de Castro’s totaal afwezig in leidende functies.

Naast Raúl staan nog vijf andere vice-presidenten. Zo sprak vice-president Esteban Lazo laatst in naam van Cuba op de VN, of vertegenwoordigde vice-president José Ramon Machado Ventura het land bij de aanstelling van Daniel Ortega als president van Nicaragua op 10 januari laatstleden. Namen die hier misschien minder tot de verbeelding spreken, maar die op zijn minst tot nadenken zouden kunnen stemmen voor mensen die het over de dictatuur van de Castro’s hebben.

Waarom met modder gooien naar Cuba?

Waarom is het bon ton om met modder te gooien als het om de Cubaanse overheid gaat? Waarom verdwijnen de prachtige cijfers die Cuba behaalt op een aantal doorslaggevende vlakken van het menselijk leven al te gemakkelijk tussen de plooien van de VN-tabellen? Waarom wil men altijd de resultaten van het recept scheiden? Of zint het ons niet dat een arm land als Cuba, dankzij een socialistisch maatschappijproject, een teken van hoop is voor al die miljoenen die de neoliberale geglobaliseerde miserie van de derde wereld ondergaan?

Laten we eens kijken naar de mensen die door IPS zo zedig ‘politieke tegenstanders’ van de Cubaanse overheid worden genoemd. Elizardo Sánchez behoort samen met Osvaldo Payá tot de harde kern van de zogenaamde dissidentie. Van beiden zijn ontvangstbewijzen van geld uit handen van de VS gepubliceerd. Elizardo behoort wellicht eerder tot het opportunistische soort. Tussendoor werkte hij hier en daar ook mee met de Cubaanse staatsveiligheid om kameraad-dissidenten te verlinken. Ook hiervan bestaan gepubliceerde bewijsstukken. Payá, wereldwijd gepromoot als grote democraat, was er als de kippen bij om in 2002 de militaire staatsgreep (!) in Venezuela tegen de democratisch verkozen president Chávez toe te juichen. Ook deze brief is vrij beschikbaar op het internet. Dit weerhield de Europese Unie niet om Payá enkele maanden later de Sacharov-prijs, de Europese prijs voor de democratie, toe te kennen…

Cuba is terecht alert voor wie meeheult met de vijand. Laat ons niet vergeten dat de VS, naast een jarenlange blokkade, moordpogingen op Cubaanse leiders, terreur en militaire agressie, twee jaar terug ook een coördinator aanstelde voor een 'overgangsregering' die komaf moet maken met het socialisme in Cuba. De man, een Amerikaan uiteraard, heet Caleb McCarry en heeft ervaring in Afghanistan en in Haïti. In Irak deden ze nog de moeite om te wachten met een dergelijke aanstelling tot ze Bagdad binnengetrokken waren. Het plan van de door Bush aangestelde ‘Commission for Assistance to a Free Cuba’ kan je ook al op het internet vinden, meer bepaald op de site van de VS-overheid. Daarin wordt van naaldje tot draadje uitgelegd hoe ze het gaan aanpakken om van Cuba weer een VS-marionet te maken. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken wat dat voor de ‘mensenrechten en democratie’ van de doorsnee Cubaan zou betekenen.

Misschien is het goed nog even in te gaan op de kwestie van de gewetensgevangenen.  Daarover zegt de Cubaanse wet het volgende. Niemand kan omwille van ideeën of het uiten van ideeën in de gevangenis terecht komen. Vandaar dat de Cubaanse Commissie voor de Mensenrechten en Nationale Verzoening (CCDHRN) of de Arco Progresista van Manuel Cuesta Morua rustig hun gang kunnen gaan en vertellen wat ze willen. In mei 2005 hielden de zogenaamde dissidenten een congres nabij Havana, zonder daarbij in het minst gestoord te worden door de Cubaanse overheden. Als intro werd een video-steunboodschap van George W. Bush himself geprojecteerd. Wekelijks demonstreren in Havanna een dertigtal ‘Damas de Blanco’, echtgenotes en moeders van zogenaamde dissidenten. Ze worden daarbij niet ‘gehinderd’, tenzij misschien door de buitenlandse pers... Wie al naar Cuba reisde zal trouwens weten dat ‘dissidente’ meningen of kritiek er vrij op straat geuit worden.  Het breekpunt is de nationale veiligheid. Speurwerk doen om te ontdekken met welke buitenlands firma’s Cuba zoal handel drijft zodat de VS-regering er sancties kan tegen toepassen op basis van de Helms-Burton wet (dit is één van de blokkade-wetten), is een voorbeeld.  Er sterven Cubaanse kinderen omdat bepaalde gespecialiseerde geneesmiddelen het land niet binnen geraken. In november vorig jaar  zegden twee Zwitserse banken, UBS en Crédit Suisse,  hun samenwerking met de Cubaanse nationale bank op.  De reden: Amerikaanse sancties omwille van het overtreden van de Helms-Burton-wet. De banken weigeren nog verder deviezen te wisselen voor Cuba, met zware economische schade tot gevolg.

Twee maten, twee gewichten?

We kunnen ons tenslotte nog de vraag stellen waarom niet gefundeerde aanvallen tegen Cuba over de mensenrechten steeds opnieuw zonder vraag of kritische opmerking in de pers geraken. Het contrasteert fel met de zaak van vijf Cubanen die al acht jaar onterecht opgesloten zijn in mensonterende omstandigheden in de VS. Ondanks het feit dat bij hun proces de eigen VS-grondwet met de voeten getreden werd, dat een rechtbank in beroep het vonnis eenparig ongeldig verklaarde, dat Amnesty International voor hen opkomt en dat een VN-commissie hun detentie als arbitrair bestempelt, wordt deze zaak vrijwel volledig doodgezwegen. Twee maten en twee gewichten? De vijf Cubanen in kwestie hadden nochtans als enige opdracht terreuraanslagen georganiseerd vanuit Miami tegen hun land te voorkomen.

Laat me afsluiten met een veelzeggend citaat, van de hand van een gevlucht Colombiaans journalist, Hernando Calvo Ospina: "Sommige mensen blijven herhalen dat de mensenrechten op Cuba niet worden geëerbiedigd. Ik vraag me af of praten over de mensenrechten in Latijns-Amerika, laat staan in de hele derde wereld, wel geoorloofd is. Want wij, samen 500 miljoen inwoners, hebben niet eens dezelfde rechten als de dieren in Europa. Indien ze niet extreem-rechts was, zouden we Brigitte Bardot als president willen in Brazilië, Honduras, Argentinië, Chili of in om het even welk Latijns-Amerikaans land. Dan zou zij daar de wet op de dierenbescherming in de praktijk kunnen brengen voor de bevolking. We zouden ons heel wat verbeteren. We moeten ons dus afvragen waarover we het hebben als we over democratie praten of over mensenrechten." (Het Complot. Dissidenten en huurlingen tegen Cuba. EPO 1999, p. 199) .

Katrien Demuynck

Initiatief Cuba Socialista

intal DOOR:

Deel dit artikel