Satur Ocampo, Filippijns volksvertegenwoordiger: "Solidariteit cruciaal om de moorden te stoppen."

Mensenrechtenorganisaties telden meer dan 750 slachtoffers van politieke moorden sinds de Filippijnse presidente Gloria Macapagal-Arroyo aan de macht kwam in 2001. Eén op zeven van de slachtoffers was lid van de progressieve politieke partij Bayan Muna. Satur Ocampo, parlementslid en voorzitter van die partij, was van 18 tot 22 oktober in België om er de repressie in zijn land aan de kaak te stellen. Naast vergaderingen met parlementairen, briefings met vertegenwoordigers van de Europese commissie en interviews met de pers nam Ocampo deel aan solidariteitsactiviteiten van de Filippijnengroepen België, intal en de Filippijnen solidariteitsgroep van de christelijke arbeidersbeweging. Net voor hij terug vertrok beantwoordde hij onze vragen en maakte hij de balans op van zijn bezoek.


Bayan Muna doet het als jonge, progressieve partij opvallend goed in de verkiezingen. Hoe verklaar je dat?

Sinds ons ontstaan hebben we tweemaal met succes aan de parlementsverkiezingen deelgenomen. In mei 2001 deden we voor het eerst mee aan de parlementsverkiezingen via het partij-lijst systeem, dat een vijfde van de zetels in het parlement voorbehoudt aan nationale partijen die de “gemarginaliseerde groepen” vertegenwoordigen. Bayan Muna kwam meteen als grootste partij uit de bus en sleepte het maximum van drie zetels in de wacht.

Het partij-lijst systeem, een maatregel die bedoeld was om de dominantie van de landheren en kapitalisten in het Filippijnse parlement te verlichten, geeft voor elke twee procent van de stemmen een zetel maar met een maximum van drie zetels per partij. Met meer dan elf procent van de stemmen hadden we dus eigenlijk bijna dubbel zoveel zetels moeten kunnen veroveren. Daarom pakten we het in 2004 anders aan. We richtten Gabriela Partylist op, een partij op die zich concentreert op de belangen van de vrouwen, en Anakpawis, een partij die vooral de arbeiders en boeren aanspreekt. Met de drie partijen samen behaalden we zes zetels en nog kwam Bayan Muna als grootste partij uit de bus.

Het geheim van dit succes? In de eerste plaats is Bayan Muna het product van de progressieve volksbeweging. Zonder de opgang van de militante vakbonden, boerenbeweging, vrouwenorganisaties enz. was dit succes onmogelijk geweest. Onze strijdpunten zijn niet anders dan die van de volksorganisaties: landhervorming, hogere lonen, gelijke rechten,... . Bovendien kunnen Bayan Muna en de andere partijen ook concrete resultaten voorleggen. We zitten niet alleen in het parlement om het regeringsbeleid te bekritiseren maar dienen bijvoorbeeld ook wetsvoorstellen in. Daarvan zijn er al twee goedgekeurd. Soms kunnen we allianties vormen die op het beleid wegen, ook al beseffen we goed dat dit systeem ons nooit een beslissende invloed kan verschaffen in de Filippijnse politiek.

Jullie werden in februari ook aangeklaagd wegens rebellie. Wat is daar van aan?

Presidente Gloria Macapagal-Arroyo vreesde een poging tot staatsgreep vanuit het leger en riep op 24 februari de noodtoestand uit. De dag nadien werd vakbondsleider Crispin Beltran gearresteerd, die voor Anakpawis in het parlement zit. Daarvoor haalde men een aanhoudingsbevel boven dat 20 jaar oud was en nog uit de tijd van dictator Marcos stamde. Aangezien dat moeilijk hard te maken was, werd hij later aangeklaagd voor rebellie, een misdrijf waar levenslang op staat.

Ook ik en de andere progressieve volksvertegenwoordigers werden toen aangeklaagd voor rebellie en we zochten bescherming in het parlementsgebouw. Daar bleven we 72 dagen en nachten kamperen tot het gevaar voor arrestatie geweken was. Collega Beltran wordt nog altijd vastgehouden en de aanklacht tegen ons is nog niet ingetrokken. De openbare aanklager beschuldigt ons nog altijd van samenzwering met extremistische elementen in het leger enerzijds en kopstukken van de Communistische Partij en het Nieuw Volksleger (NPA) anderzijds. Een absurde combinatie! Recent beweerde de minister van justitie zelfs dat we zelf leiders van de communistische partij zouden zijn. Zijn we dan verwikkeld in een samenzwering met onszelf? Het is allemaal te gek om los te lopen.

In de golf van politieke moorden in de Filippijnen is Bayan Muna een van de belangrijkste doelwitten. Is er een verband met de politieke vervolging?

Zonder twijfel. Het leger heeft een handboek waarin onze partij, naast vele andere volstrekt legale organisaties, benoemd wordt als een doelwit voor "neutralisatie" en houdt massamanifestaties in de dorpen waar iedereen die al op ons gestemd heeft opgeroepen wordt om zich vrijwillig aan te bieden bij het dichtstbijzijnde legerkamp. Vervolgens steken de soldaten beeltenissen van ons, democratisch verkozen volksvertegenwoordigers, in brand terwijl ze de massa aansporen om "kill, kill, kill" te roepen. De stafchef van het leger noemde ons overigens "staatsvijanden" voor de commissie die de moorden onderzoekt.

De architect van deze militaire campagne, Generaal Palparan, werd door de presidente zelfs geroemd voor het succes ervan. Zelf ontkent hij rechtstreeks verantwoordelijk te zijn voor de moorden. "Maar misschien heb ik wel mensen geïnspireerd om het recht in eigen handen te nemen," voegt hij daar fijntjes aan toe in interviews.

Wat is de impact van die moorden op jullie partij?

We hebben in de laatste vijf jaar al 117 mensen verloren. Het waren stuk voor stuk goede, toegewijde mensen die opkwamen voor de belangen van het volk. Tot nu toe worden lokale leiders geviseerd. Voorlopig hebben we nog geen nationale leiders verloren.

Ik ben persoonlijk naar de meeste van die dodenwakes geweest. Wanneer de nabestaanden van die slachtoffers uithuilen tegen je schouder... dat is alsof men een priem door je hart steekt. Maar er was niet één van die families die de partij iets verweet. Allen waren ze trots op wat hun geliefde had gerealiseerd.

Meestal heeft zo'n moord een ontmoedigend effect op de leden van de volksbeweging. In die gebieden waar onze partij sterk staat is dat echter zeer tijdelijk. Al snel staan nieuwe leiders op om het werk over te nemen. In andere gebieden zijn de gevolgen soms ernstiger.

Vorige week vierden we echter de zevende verjaardag van Bayan Muna met 3000 aanwezigen: mensen uit de gemeenschappen en politieke bondgenoten. Het toonde aan dat onze partij nog springlevend is en dat we er niet aan denken om de moed te laten zakken. Vroeg of laat zullen we de repressie overwinnen en zal de regering Arroyo het onderspit delven.

Hoe is de reactie op je verhaal hier in Europa?

Ik kom net van Genève waar ik deelnam aan de algemene vergadering van de Interparlementaire Unie, de wereldwijde vereniging van parlementen. Daar werd een resolutie aangenomen die de criminalisering van onze partijen veroordeelt en die de vervolging van ons als een aanval op het parlement zelf bestempelt. De IPU wil bovendien dat Crispin Beltran wordt vrijgelaten of dat hij wordt overgebracht naar het parlement zodat hij zijn functies als volksvertegenwoordiger kan blijven uitvoeren.

Hier in België had ik een ontmoeting met Europese parlementairen. Toen ik was uitgesproken richtte één van hen zich tot haar collega's om hen te verzekeren dat mijn verhaal niet overdreven was. Wat bleek? Ze had vorige maand nog een conferentie bijgewoond in de Filippijnen. Toen ze hoorde over een politieke moord in de buurt was ze zelf op onderzoek uitgetrokken en met de bevolking gaan praten. En die hadden haar exact dezelfde verhalen verteld over onze partij en de politieke toestand. Ook de Vlaamse en Belgische parlementsleden die ik ontmoette verzekerden me van hun steun. Iemand wil een parlementaire vraag stellen, een ander overweegt om zelf op onderzoeksmissie te gaan, nog iemand wil een steunresolutie laten ondertekenen door collega's,...

Daarnaast zijn er ook de solidariteitsinitiatieven waar ik met open handen ontvangen wordt, zowel door Filippino's die in België wonen als Belgische solidariteitswerkers. Het meest van al heb ik genoten van de avond met vakbondsmilitanten die de "Stop the Killings" campagne steunen. De warmte en kameraadschap op zo'n avond vind ik onbetaalbaar.

Is die steun belangrijk voor jullie?

En of. We hebben de ervaring van de Marcos dictatuur in de jaren '70 en '80. Ik zat toen negen jaar in de gevangenis. Een militaire uitzonderingsrechtbank heeft me gedurende zeven jaar berecht maar heeft me nooit kunnen veroordelen. Uiteindelijk hebben we in 1986 de dictator kunnen verdrijven. We beseffen maar al te goed welke rol de solidariteit uit het buitenland daarbij speelde.

www.intal.be

intal DOOR:

Deel dit artikel