Sociale bewegingen motor van politieke verandering

"Een sterke sociale beweging maakt politieke verandering in elk land mogelijk". Dat was de hoopvolle boodschap van Francine Mestrum tijdens haar boeiende uiteenzetting over de nieuwe, progressieve wind die door Latijns-Amerika waait. Een boodschap waar de tientallen deelnemers aan het jaarlijkse intal-vormingsweekend wel oren naar hadden.

Er beweegt wat in Latijns-Amerika. Ook in het Westen is er veel aandacht voor de opkomst van linkse figuren als Chavez, Morales en Correa. Maar die politieke leiders zouden niets zijn zonder de sterke sociale bewegingen die hen aan de macht brachten, legde Francine Mestrum uit.

Toch is er niets nieuws onder de zon. Al sinds de komst van de Spanjaarden organiseert de inheemse bevolking zich in een strijd om land. Eerst tegen de grootgrondbezitters, nu tegen multinationals die land inpalmen voor sojateelt, maïs, de productie van biobrandstoffen of drugs. Boerenopstanden leidden eerder in verschillende Latijns-Amerikaanse landen al tot landhervormingen. Maar die waren niet overal een even lang leven beschoren.

Na de nationalisering van de kopermijnen en de landhervormingen in Chili werd president Salvador Allende in 1973 bij een staatsgreep vermoord. Met de steun van de VS, die aanzienlijke belangen had in de Chileense kopermijnen, kwam Pinochet aan de macht. Het begin van een militaire dictatuur die de landhervormingen meteen terugschroefde. Niet voor niets dus blijven de progressieve regimes in Latijns-Amerika beducht voor het imperialistische beleid van de VS. Ook al slaagden de VS er na hun onafhankelijkheid niet in om het hele continent te veroveren, toch bleven ze met talrijke militaire interventies in de 20e eeuw hun stempel drukken op de politiek in Latijns-Amerika.

Laboratorium voor neoliberaal beleid

Van alle kolonies konden de Latijns-Amerikaanse landen het snelst lessen trekken. Al in de eerste helft van de 19e eeuw werden de meeste onafhankelijk. “De ervaring met de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) maakte hen snel duidelijk dat politieke autonomie niets voorstelt zonder economische onafhankelijkheid”, zegt Francine Mestrum.

Latijns-Amerika heeft een schat aan natuurlijke rijkdommen. Argentinië behoort tot de 10 rijkste landen ter wereld. Toch vond het Westen het nodig om die landen te "ontwikkelen". De eenzijdige economie, nog een gevolg van het koloniale beleid, maakte de Latijns-Amerikaanse landen afhankelijk van het buitenland om zich te voorzien van veel levensnoodzakelijke middelen.

Toen het Westen na de beurscrash in de jaren 1930 en de twee wereldoorlogen de import van grondstoffen uit Latijns-Amerika grotendeels stopzette, stortte het zuidelijke continent in een crisis met een torenhoge schuldenlast als gevolg. De Wereldbank en het IMF boden financiële steun in ruil voor "structurele aanpassingsprogramma’s" waarbij regeringen voornamelijk moesten snoeien in onder meer onderwijs en gezondheidszorg. Een sociaal bloedbad was het gevolg.

Dat was echter niet alles. De schuldplichtigen moesten hun markten openstellen en vrijhandelsakkoorden ondertekenen. “Van ontwikkeling is er zo nauwelijks sprake, want een vrijhandelsakkoord tussen ongelijke partners komt alleen de sterkste partij ten goede en vergroot de kloof tussen rijk en arm”, zegt Mestrum. “Waar de markt vrij spel krijgt, gaan samenlevingen kapot. Maar waar de kloof tussen rijk en arm groter wordt, blijft reactie nooit uit. De enige voorwaarde is dat er sterke sociale bewegingen ontstaan binnen een samenleving waar een minimum aan democratie heerst

Progressieve experimenten

De eerste stap in de goede richting was het nationaliseren van grondstofontginning. Tot halverwege de 20e eeuw vloeide alle rijkdom soms letterlijk het continent uit zonder dat de lokale bevolking er ook maar iets aan overhield. Langzaam kwam ook de industrialisering en een diversificatie van de landbouw op gang.

De NAFTA (het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord tussen de VS, Canada en Mexico) toont echter nog maar eens aan dat een akkoord tussen ongelijke partners niet werkt. Mexico dat enkel maïs in aanbieding heeft, moet gelaten toezien hoe goedkope, gesubsidieerde maïs uit de VS Mexico overspoelt. De Mexicaanse boeren worden in de werkloosheid gedreven. In de exportzone in het noorden van Mexico kunnen ze werk vinden bij "maquilladoras", assemblagefabrieken in handen van de VS, voor een schamel loon. Maar in zo’n exportzone gelden weinig regels, zeker geen sociale of milieuwetten. Het land zelf verdient er ook al niets aan. Bovendien verschuiven de winstgevende exportzones zich nu naar China, waardoor de bevolking in landen als Mexico of Jamaica enkel nog drugshandel, prostitutie en toerisme als alternatief heeft.

Toch zijn alternatieve akkoorden tussen landen mogelijk. Dat bewijst ALBA, een akkoord tussen Venezuela, Cuba en Bolivië. De overeenkomst berust op solidariteit en biedt een alternatief voor het neoliberalisme. Cuba levert artsen, Venezuela olie en Bolivië gas. Ook voor de Wereldbank en het IMF werd een oplossing bedacht. Venezuela kocht zichzelf vrij en richtte "Banco del Sur" op. Inmiddels behoren Argentinië, Bolivië, Brazilië, Columbië, Paraguay, Ecuador en Uruguay tot de leden.

Sinds Hugo Chavez aan de macht kwam, neemt Venezuela ook in andere domeinen het voortouw. De Venezolaanse president richt zijn binnenlands beleid op de armsten. “In een minimum van tijd roeide hij het analfabetisme zo goed als volledig uit”, zegt Mestrum. “Dat doet vragen rijzen bij de VN-millenniumdoelstellingen die een halvering van analfabetisme wereldwijd beogen op een termijn van 15 jaar.” Ook gratis watervoorziening, gezondheidszorg en diversificatie van de economie met de klemtoon op lokale landbouw kwamen de bevolking ten goede. De coöperaties met gesubsidieerde winkels zijn echter een doorn in het oog van grote bedrijven die de aanvoer van hun producten afsneden en winkelrekken van de gewone supermarkten leeg achterlieten. Voor de buitenwereld een teken dat het beleid van Chavez faalt, voor de lokale, arme bevolking een signaal dat het alternatieve beleid wel degelijk een effect heeft.

Voorbeeld voor sociale beweging in Europa?

Latijns-Amerika was het labo van het westerse neoliberale beleid. De sociale gevolgen waren catastrofaal. Kan het progressieve alternatief ook een voorbeeld zijn? Francine Mestrum meent van wel: “In elk land waar een sociale beweging zich sterk maakt, is politieke verandering mogelijk. De referenda over de Europese grondwet in Nederland en Frankrijk bewezen het al. Er bestaat niet zoiets als internationale instellingen. Die zijn het geheel van nationale regeringen van landen waarin elk individu een stem heeft. Die moet hij alleen laten horen. Als individuen zich verenigen in een beweging kan die wel degelijk op het beleid wegen en verandering teweegbrengen.” Misschien is de angst voor het onmogelijke wel onze vijand...

Deel dit artikel