Somalië: over de droogte en meer

Ulrike heeft Dadaab verlaten. Na een korte stop in Nairobi, is ze teruggekeerd naar Somaliland. Ongeveer twintig jaar geleden verklaarde die regio zich onafhankelijk van Somalië. De Somaliërs van die regio, gelukkig minder getroffen door de droogte, maken zich zorgen over de Somaliërs in het Zuiden.

Een week geleden heb ik Dadaab verlaten. Mijn Nederlandse collega Hank en ikzelf zijn in Nairobi gebleven om ons evaluatierapport over de situatie in Dadaab af te werken. We hebben ook een akkoord bereikt over een projectvoorstel voor mobiele teams die de impact van de droogte op mensen met een handicap en hun families moeten verminderen. Die teams zullen mensen helpen met fysieke revalidatie, advies en psychologische ondersteuning. Nieuwe vluchtelingen die hun tent buiten de drie kampen hebben opgezet of die, zoals Farah, een rolstoel nodig hebben en die niet naar een centrum van Handicap International kunnen, hebben ook dringend hulp nodig. Zij kunnen rekenen op de mobiele teams. De teams zullen bestaan uit kinesitherapeuten en ergotherapeuten gespecialiseerd in de zorg voor kinderen met een handicap en trauma's.

Vorige week heb ik in Nairobi twee nieuwe medewerkers van Handicap International ontmoet. Antoine werkt voor het departement ontwikkelingsprojecten en komt de situatie eveneens evalueren. Xavier is noodhulpcoördinator in Burkina Faso en zal ons team in Dadaab een maand lang bijstaan. Ik heb hen uitleg gegeven over de omstandigheden op het terrein zodat ze zich bij hun aankomst snel kunnen oriënteren. Ze willen meteen aan de slag zonder tijd te verliezen en twee keer dezelfde vragen te moeten stellen.

Ik volg nog steeds het nieuws uit Somalië en Dadaab en wanneer nodig ondersteun ik het team in het kamp als expert. Op dit moment ben ik in Somaliland. Twintig jaar geleden heeft die regio zich onafhankelijk verklaard van Somalië. Ze weet de vrede te bewaren en in vergelijking met andere regio's van Somalië is het een van de meest democratische 'landen' van Oost-Afrika. Somaliland heeft geluk dat het niet in dezelfde mate door de droogte is getroffen als de andere landen van Oost-Afrika.

Het is geen wetenschappelijk bewezen feit, maar door die twintig jaar van relatieve vrede heeft Somaliland dammen en waterreservoirs kunnen bouwen. Daardoor ook functioneren de overheid en de maatschappij. De grootste bronnen van inkomsten van de bevolking bestaan enerzijds uit export en anderzijds uit veeteelt in de halfwoestijn. De nomaden zijn ongerust over wat ze horen in de media en wat ik hen vertel over Dadaab en Mogadiscio. Ze zouden de andere Somaliërs willen helpen. Veel van mijn collega's en lokale partners hebben in de kampen geleefd. De oudsten verbleven in het begin van de jaren negentig een tijdje in de vluchtelingenkampen toen dictator Siad Barre de vroegere hoofdstad Hargeisa bombaardeerde. In die tijd zijn ze naar Ethiopië gevlucht.

In de omgeving van Hargeisa zijn er kampen die al twintig jaar bestaan. Veel Zuid-Somaliërs zijn tijdens de burgeroorlog naar die kampen gevlucht. Ik weet nog steeds niet of het aantal vluchtelingen uit Zuid-Somalië door de droogte is gestegen. Vandaag zal ik onze teams en partnerorganisaties een opleiding geven. De komende dagen zou ik willen te weten komen of de mensen van hier geld en levensmiddelen naar het zuiden sturen. In Dadaab was ik blij en onder de indruk religieuze leiders, sjeiks en anderen te ontmoeten die samen met ngo's hulpgoederen verdeelden. Ze hebben onder andere geld en kleren gekregen van Somaliërs die in Kenia en andere landen leven.



BRON:
Handicap International

Deel dit artikel