Welke hulp voor de slachtoffers van de tsunami?

De People's Health Movement, het internationale netwerk van ngo's en volksorganisaties waartoe ook Geneeskunde voor de Derde Wereld behoort, heeft zich van bij het begin volop in de hulp aan de slachtoffers van de tsunami geworpen. Toen de onmiddellijke noodhulpfase voorbij was, gaf het internationaal secretariaat van dit netwerk een verklaring met aanbevelingen voor de verdere hulp.

Op het einde van het jaar, 26 december 2004, ontketende een aardbeving (met een sterkte van 9,0 op de schaal van Richter) voor de kust van Sumatra in Indonesië een Tsunamigolf. Het werd een van de grootste menselijke tragedies in de recente geschiedenis van Zuid-Azië en bepaalde delen van Afrika. Tegen 20 januari liep het geschatte aantal dodelijke slachtoffers op tot meer dan 228.000.

Nadat de lokale gemeenschappen, het volk en de internationale gemeenschap bijgekomen zijn van de ontzetting over de omvang van de verwoesting is een gigantisch nationaal en internationaal antwoord op deze ramp en zijn humanitaire uitdagingen onderweg

Het hoofdkantoor van de People's Health Movement (PHM) heeft boodschappen van medeleven en solidariteit en hulpaanbiedingen vanuit de ganse wereld ontvangen. De PHM-leden in de getroffen landen, gesteund door lokale acties en internationale solidariteit, zijn actief betrokken bij de hulpverlening na de ramp.

We moedigen alle PHM-leden aan om solidair te zijn en op alle niveaus mee te werken met volksorganisaties, lokale regeringen en staats- en internationale hulpverlening. Daarnaast zou de PHM een paar belangrijke bedenkingen willen meegeven die in gedachte moeten gehouden worden wanneer we reageren op deze ramp.

  • Alle steun- en rehabilitatie-inspanningen moeten gedaan worden in samenwerking en partnerschap met de getroffen gemeenschappen, met hun noden, ideeën en wensen in gedachte.
  • Steun- en rehabilitatie-inspanningen mogen niet ondergeschikt zijn aan politieke agenda's van federale en nationale regeringen, noch aan druk en prioriteiten van hulporganisaties van zowel ontwikkelde landen als van internationale donororganisaties.
  • Hulpacties -zowel voor steun als voor heropbouw- moeten gevoelig zijn voor de sociale, economische en culturele situatie van de getroffen gemeenschappen en hun mensenrechten.
  • De hulpinspanningen moeten aandacht hebben voor gendergelijkheid en moeten rekening houden met de behoeften van mensen met speciale noden zoals inheemsen, mensen met een handicap en sociaal verwaarloosde groepen zoals weduwen, bejaarden en wezen.
  • De programma's moeten holistisch zijn en beantwoorden aan basisbehoeften, zowel op psychosociaal en medisch vlak, wat het levensonderhoud betreft, de gemeenschapsorganisatie en de lokale capaciteitsopbouw. Ze mogen niet te gemedicaliseerd, technocentrisch of ondergeschikt zijn aan om het even welke externe agenda.
  • De grootste uitdaging is het samenwerken met de gemeenschappen, lokale gemeenschapsorganisaties en regeringen voor de heropbouw van de levens en het levensonderhoud van de mensen, hun toegang tot uitgebreide en specifieke primaire ziektezorg, onderwijs, sociale diensten en economische- en levensonderhoudende steun te verbeteren.
  • Rehabilitatie moet op lange termijn gebeuren, de getroffen gemeenschappen moeten versterkt worden als actieve spelers in plaats van passieve begunstigden. Er moet op worden toegezien dat zij die door maatschappelijke processen reeds voor de ramp gemarginaliseerd werden nu niet verder in de marge terecht komen. Ze moeten georganiseerd en gesteund worden om zeker te zijn van billijkheid in de hulp en de heropbouw. De lange-termijn inspanningen moeten gericht zijn op rampparaatheid in de kustdorpen en op maatregelen voor een mogelijke gelijkaardige ramp.
  • Alle steun en rehabilitatiewerken en -processen moeten zoveel mogelijk aanleunen bij internationaal overeengekomen gedragscodes om de waardigheid van de getroffen mensen te verzekeren. Regeringen en andere agentschappen moeten gesteund worden om deze normen te bereiken.
  • Hulp is eveneens ondergeschikt aan een reeks externe factoren, zoals bijvoorbeeld de agenda's van de donoren, media-exploitatie, globaal veiligheidsbeleid en de markteconomie. Terwijl we reageren op deze ramp, wordt het tijd om al deze praktijken en de structurele factoren van de hulp te onderzoeken.

Terwijl we ons gezamelijk opmaken in het nieuwe jaar om op de Aziatische Tsunamiramp te reageren, laat ons ook verder bouwen aan een sterke solidariteit tegen de huidige Tsunamis zoals oorlog en bezetting; de neoliberale globalisatie; de onrechtvaardige Wereldhandelsorganisatie en internationale akkoorden zoals de TRIPS (recht op intellectuele eigendom), GATS (privatisering van diensten) en niet-duurzame ontwikkeling. Dit jaar moeten we collectief solidair zijn met allen die deze uitdagingen aangaan.

People's Health Movement

Internationaal secretariaat

Meer info op www.intal.be

Deel dit artikel