Westen bekostigt verkiezingen. Niet meer dan billijk, vindt men in Kivu

Uvira, Bukavu - De presidentsverkiezingen in Congo draaien uit op een tweestrijd tussen Joseph Kabila en ex-rebellenleider Jean-Pierre Bemba. De provincie Zuid-Kivu steunt Kabila omdat hij vrede heeft gebracht. Mogelijk nemen Kabila en Bemba het in een tweede ronde tegen elkaar op. Weinigen denken eraan dat het Westen nadien de rekening kan presenteren.


Over het vervolg van de verkiezingen van 30 juli circuleren allerlei speculaties. Sommigen, ook vurige aanhangers van Joseph Kabila, hopen dat hij in de eerste ronde niet de volstrekte meerderheid van de stemmen haalt en er een tweede ronde nodig zal zijn. Als hij dan wint, zou hij een des te steviger president zijn. Maar een tweede ronde wordt voor Kabila een harde dobber, omdat het anti-Kabilakamp versterking zal krijgen van kandidaten die in de eerste rond uitgeschakeld zijn, zoals de "Amerikaan" Kashala en de ex-financier van Mobutu, Pierre Pay Pay.

Wat zeker een hypotheek op de toekomst legt, is dat Congo grondig verdeeld uit de verkiezingen komt. Het Oosten van het land steunt Kabila, het Westen met de hoofdstad Kinshasa daarentegen steunt Jean-Pierre Bemba. In Kivu legt men die tweespalt veeleer cultureel uit; het Oosten spreekt Swahili, het Westen Lingala en in Kinshasa zou men niet van Swahili-sprekers willen weten. Congo's eerste presidenten Kasavubu (1960-65) en Mobutu (1965-1997) kwamen uit het Westen; dit keer vindt het Oosten dat het de president moet leveren, temeer omdat het het hardst onder de oorlog en terreur van de bezetting heeft geleden en zich daar het felst tegen heeft verzet.

Politiek gezien zou dit kunnen betekenen dat men in het Oosten het oorlogsverleden van de hoofdacteurs in rekening brengt, terwijl dat in het Westen veel minder zou meespelen. Vinden de collaborateurs en oorlogscriminelen daar dan een draagvlak voor straffeloosheid?

Het zal precieze analyse vragen om uit te maken hoe Jean-Pierre Bemba aan zijn aanhang komt. Hij wordt niet alleen van criminele feiten verdacht, hij is er ook voor veroordeeld (zie artikel op Indymedia, nvdr). Nog in april van dit jaar besliste het Hof van Cassatie van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), een buurland van Congo, om Jean-Pierre Bemba voor het Internationaal Strafhof te dagen vanwege de terreur van zijn troepen die eind 2002 in het land zijn tussengekomen. In mei 2003 veroordeelde een Belgische rechtbank Bemba wegens mensenhandel tot een jaar cel en een geldboete van €24.789. En eind 2002 waren er de getuigenissen over kannibalisme door Bemba's MLC-troepen. Bemba verweerde zich met de belofte dat hij in eigen rangen een grondig onderzoek zou instellen. Maar dat werd een lachertje. Zodat de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Richard Williamson, in juli 2003 publiek verklaarde dat "de regering van de VS zeer ontgoocheld is over de manier waarop Jean-Pierre Bemba en het MLC het proces hebben gevoerd van de mensen die van die wreedheden werden verdacht."

Houden buitenlandse krachten Bemba de hand boven het hoofd? Het is bekend dat hij nauwe zakelijke of familiebanden heeft met sommige (vroegere) Afrikaanse presidenten, zoals met de inmiddels aangehouden Charles Taylor van Liberia of met Sassou Nguessou van Congo-Brazzaville. Dat laatste zou de Europese Unie hebben doen besluiten om een deel van haar Eufor-interventiemacht voor Congo uitdrukkelijk nièt in Brazzaville te stationeren.

De internationale context ten slotte is opvallend afwezig in de publieke opinie van de Kivutiens. Ze raken wel de rol van buurland Rwanda aan in Congo's recente geschiedenis. Ze zijn erkentelijk voor het feit dat het Westen de verkiezingen en de VN-troepenmacht Monuc bekostigt. Zeker voor Monuc is dat een duidelijke kentering tegenover 2004. Toen werden Monuc-jeeps nog met stenen bekogeld omdat de Blauwhelmen zich tijdens de muiterijen van Laurent Nkunda afzijdig hadden gehouden. Andere internationale aspecten komen niet naar voor. Dat de Europese Unie bij voorbeeld een strategisch concept heeft voor Afrika – stabiliseren om economische groei mogelijk te maken – lijkt helemaal niet bekend te zijn.

Monuc zou jaarlijks bijna $1 miljard kosten ("voor 80% gefinancierd door de VS") en de verkiezingen $450 miljoen, al bestaat er geen transparantie over die cijfers en weet niemand of ze ook echt met de werkelijkheid overeenstemmen. Op de vraag of Congo's sponsors die investering niet zullen terugeisen, bij voorbeeld in de vorm van toegang tot de natuurlijke rijkdommen, gaf een arts in Bukavu opnieuw een pragmatisch antwoord. Maar dan één dat ze in de Westerse hoofdsteden niet graag zullen horen. "Ze investeren nog lang niet genoeg", zei hij. "Na de vele miljarden die ze uit Congo hebben weggeroofd en na de onnoemelijke verliezen en vernielingen van de oorlog, is dit niet meer dan een billijke vergoeding".

Raf Custers

intal DOOR:

Deel dit artikel