11.11.11 vraagt opschorting militaire samenwerking tussen België en Congo

De centraal gelegen Congolese provincie Kasaï-Centraal staat in brand. Meer dan 270 mensen werden er gedood sinds juli 2016. In hun poging om de lokale militie van de vermoordde traditionele chef Kamwina Nsapu te bestrijden gaat het Congolese leger zich te buiten aan onwaarschijnlijke wreedheden. Nadat Lambert Mende, de machtige woordvoerder en minister van communicatie, eerst aankondigde dat er geen onderzoek geopend zou worden naar de wandaden van het leger, zwichtte de Congolese regering uiteindelijk toch onder de internationale druk. Of het door de regering ingestelde onderzoek transparant en eerlijk zal verlopen is echter sterk de vraag: toen het mensenrechtenbureau van de Verenigde Naties aanbood om samen te werken weigerde de Congolese regering dat. Dat het zo lang moest duren voordat beslist werd om een onderzoek te openen en dat de Congolese regering niet wil samenwerking met de Verenigde Naties doet ernstige vragen rijzen bij de wil van de Congolese overheid om de daders ook effectief te bestraffen.

België heeft al jaren een militair samenwerkingsprogramma met Congo. Uitgerekend in Kananga (provincie Kasaï-Central) leidt het Congolese militairen op om er, in de woorden van de Belgische regering, 'een goed getraind, professioneel en autonoom leger' te vormen dat een 'factor van stabiliteit en veiligheid in de regio' is. Deze samenwerking werd in januari nog eens verlengd.

Congo heeft nood aan een professioneel leger en België kan daar in steunen. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat België geen maatregelen neemt wanneer er burgers geëxecuteerd worden door het Congolese leger en de overheid weigert om een internationaal en onafhankelijk onderzoek in te stellen. Deze weigering is geen alleenstaand geval. In 2015 werd een massagraf met meer dan 400 lijken gevonden nabij Kinshasa. Bij zwaar politiegeweld tegen betogers in september en december 2016 kwamen tientallen mensen om het leven. België en de rest van de internationale gemeenschap eisten keer op keer een onafhankelijk onderzoek en gerechtigheid voor de slachtoffers, maar dat is nooit gebeurd.

11.11.11 vraagt dat de Belgische regering, en meer bepaald de bevoegde minister Steven Vandeput, de militaire samenwerking met Congo voorlopig opgeschort tot er meer duidelijkheid is over de misdaden door het Congolese leger, onderzocht door een internationaal, onafhankelijk team, en tot de daders berecht worden. Op zijn minst dient elke vorm van samenwerking gepaard te gaan met een uitvoerig doorlichtingsproces dat voorkomt dat daders van mensenrechtenschendingen deelnemen aan door België gesteunde vormingen. In de huidige context lijkt het voor 11.11.11 ook essentieel dat de strijd tegen straffeloosheid centraal staat in eender welke samenwerking met het Congolese regeringsleger. De ogen sluiten en het partnerschap zonder meer verderzetten is niet te verzoenen met een beleid dat zegt mensenrechten hoog in het vaandel te dragen.

Pieter-Jan Hamels
Beleidsmedewerker Centraal-Afrika

Deel dit artikel