200.000 mensen op de vlucht voor overstromingen in Mozambique

Yvonne is 64. De afgelopen zes dagen bracht ze door op een dak. De rest van haar familie verliet het dorp tien dagen eerder met alles wat ze maar konden dragen. Yvonne bleef achter, hopende dat de voorspelde overstroming snel weer weg zou gaan en ze haar huis en spullen kon beschermen. Maar toen de regen begon, steeg het peil razendsnel. Dus klom ze op haar dak en wachtte.

Uiteindelijk was het water ondiep genoeg om naar beneden te komen. Yvonne kroop naar beneden en liep toen 25 km naar een afgesproken ontmoetingsplek. Toen ze aankwam, juichte en klapte haar familie van blijdschap. Yvonne kroop bij de drie volwassenen en zes kinderen onder het plastic zeil.

Waarschuwingssysteem

Tienduizenden andere families zitten in hetzelfde schuitje, schuilend onder de bomen langs de kant van de weg. Sommigen hebben een tent of plastic zeilen, maar de meeste mensen slapen in de openlucht. De meerderheid zijn vrouwen en kinderen. Ze koken, geven borstvoeding, slapen en vlechten elkaars haar. Ze hebben allen wel iets uit hun huis gered en zijn omringd door grote koffers of zakken.

Dat deze 200.000 mensen veilig uit het overstromingsgebied zijn ontsnapt en hun huisraad hebben kunnen meenemen, danken ze aan een ding: het waarschuwingssysteem (early warning system).
Dankzij verbeterde wetenschappelijke methodes en de medewerking van lokale overheden kon men de bevolking tijdig waarschuwen voor de overstromingen via radio en vrijwilligers van het Mozambikaanse Rode Kruis. Hierdoor hadden mensen de tijd om hun spullen in te pakken en naar hogere gebieden te trekken. Tijdens de overstromingen in 2000 stierven meer dan 700 mensen. Dit jaar hebben minder dan 100 mensen het leven gelaten.

Schrijnend tekort

Het waarschuwingssysteem mag dan indrukwekkend zijn, de hulpverlening laat nog te wensen over. In het district Gaza slapen 100.000 mensen in openlucht. Overal zijn er problemen met voedsel, water en hygiƫne. Hulpgoederen worden verdeeld, maar er is een schrijnend tekort. Ondertussen stromen de mensen toe in de veiligere gebieden.

De bevolking blijft niet bij de pakken zitten. Hun huis, vele bezittingen en hun voedselreserves zijn grotendeels verdwenen, toch zorgen de vrouwen ervoor dat de kleren en hun kinderen proper zijn.
Het ziet er in ieder geval niet best uit. De regen blijft aanhouden en 's nachts is er geen bescherming tegen malariamuggen. Men gebruikt de bosjes als latrines, maar de stank  wordt elke dag minder te harden.

Terugkeren of niet?

"Ik ben moe en zou graag teruggaan", vertelt Anisia (25). "Helaas hoorden we dat er nog meer regen op komst is. De vorige keer gingen de mensen te snel weer naar huis en raakten ze vast in het water. Wij blijven dus nog even hier."

De verleiding om terug te keren is groot. Wanneer het water terugtrekt, blijft er vruchtbare grond achter. De vrouwen willen graag terug om te planten. Hun huizen zullen bedolven zijn onder de modder en hun dieren zullen gestorven zijn, maar vanaf er zaden geplant zijn, kan men verder bouwen aan de toekomst.

De grootste uitdaging nu is noodhulp. 200.000 mensen hebben dringend nood aan water, voedsel, sanitair en onderdak om gezond te blijven terwijl ze wachten totdat het water zakt en ze weer terug naar hun huizen kunnen gaan en hun levens heropbouwen.

Deel dit artikel