50 jaar Burundi: 'Onafhankelijkheid alleen volstaat niet'


'Het volstaat niet om onafhankelijkheid te verwerven, je moet deze ook nog in daden en goed bestuur omzetten'.


Pacifique NININAHAZWE is voorzitter van FORSC (Forum pour le Renforcement de la Société Civile), het platform van 146 civil society organisaties in Burundi, en partnerorganisatie van 11.11.11. Hij is één van de sleutelfiguren binnen de Burundese civiele maatschappij. Naar aanleiding van 50 jaar onafhankelijkheid stelden we hem enkele vragen.


Pacifique Nininahazwe

Hoe denkt de civiele maatschappij over de Onafhankelijkheid van Burundi ?
De civiele maatschappij discussieert vaak met politici van alle slag, ook over de onafhankelijkheid. Er zijn er die vinden dat Burundi echt onafhankelijk is maar anderen opperen dat het land Burundi wel onafhankelijk is, maar de Burundezen niet. Nog anderen vinden dat noch het land noch zijn inwoners onafhankelijk zijn.

Formeel gezien is Burundi natuurlijk onafhankelijk, we hebben onze eigen verkozen leiders, onze eigen vlag, onze eigen hymne, ons geld en ons territorium. Maar er zijn zoveel uitdagingen waar Burundi nog steeds mee geconfronteerd wordt. Het volstaat niet om onafhankelijkheid te verwerven, je moet deze ook nog in daden en goed bestuur omzetten. Ik denk dat we op dat vlak verschrikkelijk tekort zijn geschoten.


 
Welke rol speelde de civiele maatschappij tijdens de periode van de Onafhankelijkheid ?
Eigenlijk speelde enkel de Kerk toen een rol, als civiele maatschappij zo je wil. Naar men zegt steunde de bisschop van Gitega bijvoorbeeld de onafhankelijkheidsstrijd, terwijl de bisschop van Ngozi er zich helemaal tegen verzette. Aartsbisschop Monseigneur Ntuyahaga was een sterk voorstander van Rwagasore en had grote invloed op de Burundese clerus. Dit verklaart de belangrijke rol van de katholieke kerk in die periode.

 

De Burundese overheid zet grote festiviteiten op in heel het land om de onafhankelijkheid te vieren. Organiseert de civiele maatschappij ook iets?
Ja, we organiseren verschillende activiteiten, zoals debatten, documentaires en radio-uitzendingen over het leven in Burundi, de verschillende uitdagingen waarmee het land wordt geconfronteerd, en over onze dromen en wensen voor de 50 volgende jaren. We willen met een blik op het verleden belichten waar we hebben gefaald, in de hoop dat we hier lessen uit kunnen trekken voor de toekomst.

Al deze activiteiten draaien rond de centrale boodschap: "Eén Burundi voor alle Burundezen."
De voorbije 50 jaar waren niet alle Burundezen welkom in dit land. We hebben verschrikkelijke spanningen gekend met de welbekende dramatische gevolgen. Spanningen tussen Hutu's en Tutsi's, maar ook tussen de verschillende regio's in het land, en nu tussen verschillende politieke tendensen, tussen overheid en oppositie. We zijn er dus van overtuigd dat de toekomst van Burundi enkel kan opgebouwd worden door alle Burundezen te verenigen.


Hoe kijkt de civiele maatschappij dan naar de voorbije 50 jaar, en wat zijn hun wensen voor de toekomst?

Wanneer anderen op de voorbije 50 jaar terugblikken, praten ze over de materiële verwezenlijkingen: de scholen, de ziekenhuizen, de wegen. Het officiële uithangbord van deze feestelijkheden is dan ook : "50 ans d'œuvres au Burundi." Maar als wij terugkijken naar de situatie van de rechten van de mens de voorbije 50 jaar dan zien we slachtingen, opsluitingen, folteringen en onnoembare onrechtvaardigheden.

De civiele samenleving wil voor de toekomst een Burundi waar alle Burundezen zich thuis voelen, waar men de rechten en de vrijheden van iedereen respecteert, waar iedereen zijn mening kan uiten en in vrijheid een waardig leven kan opbouwen.

Deel dit artikel