Addis-akkoord rond ontwikkelingsfinanciering mist concrete acties

Financing For DevelopmentWoensdagavond keurden de 193 lidstaten van de VN onder luid applaus de Addis Abeba Agenda voor Actie (AAAA) goed. Dat gebeurde na een dag pendeldiplomatie tussen de G77, het blok van ontwikkelingslanden, en de EU, Verenigde Staten, Japan en Canada.

Nadat de slotzitting van het ‘main committee’ reeds verschillende keren werd uitgesteld, kwam er iets na negen uur witte rook. ‘Dit akkoord is niet perfect, maar goed genoeg’, besloot de Ethiopische voorzitter van de derde Financing for Development conferentie. Maar is het akkoord werkelijk goed genoeg?


Goed genoeg?

De laatste jaren benadrukken ngo’s het belang van een brede agenda. Belastingontwijking en –ontduiking en ‘zwarte’ financiële stromen aanpakken, samenwerking op vlak van beheer van schulden  en duidelijke regelgevende kaders voor private investeerders staan hoog op de agenda van het middenveld. Vandaag zijn ook de diplomatieke gesprekken tussen regeringen in die richting opgeschoven. We praten niet alleen meer over meer hulp of stimuleren van economische groei. Dat is een goede evolutie. Betekent dit dat het akkoord in Addis Abeba ‘goed genoeg’ is? Niet helemaal, want de verandering in het discours wordt niet gevolgd door concrete acties.

In de wandelgangen benadrukten vertegenwoordigers van de EU dat iedereen zware toegevingen heeft moeten doen. Daarmee lijken ze vooral te doelen op de zwakke veroordeling van subsidies voor fossiele brandstoffen in de tekst, een praktijk die sommige ontwikkelingslanden blijven verdedigen. Toch valt het op dat de eisen van de groep van ontwikkelingslanden één na één van de tafel vielen tijdens de laatste uren van de onderhandelingen. Zoals het principe van ‘gedeelde maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid’ en samenwerking op vlak van fiscaliteit. De druk op de ontwikkelingslanden om tot een akkoord te komen was dan ook groot.

Neen tegen VN-belastingautoriteit

De enige hete aardappel die tot woensdagavond op tafel lag was de aanpak van de gaten in het mondiale belastingsysteem. Ontwikkelingslanden en ngo’s eisten een sterkere rol van de VN, waarin alle landen op gelijke voet staan, bij de besluitvorming over globale belastingregels. Het voorstel om het bestaande VN-expertencomité op te waarderen tot een sterke en inclusieve belastingautoriteit stuitte op groot verzet van de rijke landen.

Vandaag is het vooral de OESO – een club van 34 rijke landen – die de regels bepaalt. Hoewel de OESO inspanningen doet op het terrein van transparantie en fiscaal misbruik door bedrijven, vormt dit slechts een oplossing voor een fractie van de problemen van ontwikkelingslanden. De ngo’s zijn dan ook sterk teleurgesteld in het gebrek aan besluit hierover. Meer dan 100 landen blijven zo uitgesloten van beslissingen die hen direct aanbelangen. De uitbundigheid waarmee de rijke landen vierden dat er niets verandert, laat dan ook een wrange smaak na. Beslissingen die het grootste deel van de betrokkenen uitsluiten kunnen nooit effectief zijn. Zolang we echte samenwerking in fiscale zaken voor ons uit blijven schuiven, zullen gewone burgers daarvan het slachtoffer zijn. Uiteindelijk betalen zij de rekening van de fiscale spielerei van grote bedrijven en rijke individuen.

Status quo

Rond de andere speerpunten van de agenda – hulp, de rol van de private sector, schulden - werd al voor de conferentie een akkoord bereikt. Ook hier is de conclusie dat het beter kon. Opnieuw valt vooral het gebrek aan duidelijke engagementen en acties op voor de implementatie van de agenda.

Op vlak van hulp, bijvoorbeeld, wordt het engagement van 0,7% bevestigd zonder duidelijke deadlines om daar ook daadwerkelijk te geraken. Opnieuw wordt die oude belofte (nu al 45 jaar) op de lange baan geschoven. Het akkoord gaat ook op zoek naar de mogelijkheden om middelen van de private sector te mobiliseren voor duurzame ontwikkeling. Dat is een broodnodige oefening in de wereld vandaag, maar de actieagenda heeft te weinig aandacht voor de financiële risico’s en concrete standaarden die garanderen dat bedrijven daadwerkelijk bijdragen aan de strijd tegen armoede en duurzame ontwikkeling.

Ook op vlak van schulden zien we dat het status quo behouden blijft. De agenda benadrukt het belang van duurzaam schuldbeheer voor ontwikkeling, maar stelt geen concrete stappen voor om schulden te herschikken of verlichten in landen in grote nood. Evenmin worden stappen gezet om internationale regels af te spreken om met schuldencrisissen om te gaan. Het Griekse drama, dat de informele gesprekken op de conferentie beheerste,  toont nochtans dat dergelijke samenwerking broodnodig is.

Het status quo blijft ook behouden inzake de spelregels van het economisch en financiële systeem. Het akkoord in Addis bevestigt de centrale rol van IMF en Wereldbank zonder vooruitgang te boeken inzake een meer inclusief en democratisch bestuur van die instellingen.

Aan de slag

De conclusie van 3 dagen onderhandelen is dat er een akkoord is. Dat is goed, maar niet goed genoeg. De laatste weken voor de conferentie veranderde de titel van de slottekst. Het ‘Addis Ababa Accord’ werd de ‘Addis Ababa Action Agenda’. Dat was een teken aan de wand dat de ambitie naar beneden werd bijgesteld. Een akkoord is immers sterker dan een gezamenlijke agenda. Toch missen we vooral actie in de agenda. In de komende maanden en jaren wordt het dan ook cruciaal om Europa en België aan te porren om met de agenda aan de slag te gaan en concrete acties te ondernemen om de shift naar duurzame ontwikkeling waar te maken. New York in september is de volgende test.

Jan Van de Poel vanuit Addis Abeba

Deel dit artikel