Armoede blijft hardnekkige kwaal in Argentinië

Argentinië komt de economische crisis van 2001-2002, waarbij het land aan de grond zat, stilaan te boven. De economie trekt opnieuw aan en de armoede is in enkele jaren tijd met de helft teruggedrongen. Toch is het kabinet van de populaire president Kirchner nog ver verwijderd van de millenniumdoelstellingen.


Volgens officiële cijfers zal het bruto binnenlandse product van Argentinië tussen mei 2003 en december 2007, wanneer de ambtstermijn van huidig president Nestor Kirchner afloopt, met bijna veertig procent stijgen. Tegelijk zal de armoede dalen van 52 naar 27 procent en zal de extreme armoede zakken tot 8,7 procent (drie keer minder dan tijdens de crisis van 2002).

Deze cijfers geven een hoopvol beeld van een land dat stilaan uit een economisch dal kruipt, maar liggen nog ver van het niveau van de jaren zeventig. Argentinië beleefde toen zijn gouden jaren en telde slechts tien procent armen, waarvan twee procent extreem armen.

Onder de militaire junta van de jaren 1976-1983 steeg de armoede naar vijftien procent, en in de jaren negentig zelfs naar 25 procent. Dat was onder de regering van Carlos Menem (1989-99), een vurige voorvechter van het vrije marktmodel. De armoede was een gevolg van de op hol geslagen inflatie en de hoge werkloosheid die daarop volgde.

Aan het einde van de ambtsperiode van Menem zat Argentinië in een zware economische recessie die bleef aanhouden tot landelijke protesten de regering van Fernando de la Rua in december 2001 ten val brachten. Sindsdien slaagde president Kirchner erin om zijn land geleidelijk uit het slop te trekken. Toch is het cijfer van 27 procent armen nauwelijks beter dan tijdens de recessie van de jaren negentig.

Claudio Katz, professor economie aan de Universiteit van Buenos Aires, relativeert dan ook de verdiensten van president Kirchner. Volgens hem is de positieve evolutie niet zozeer te danken aan het huidige beleid, maar aan “veranderingen in de economische cyclus, die voor Argentinië een gunstig economisch klimaat hebben geschapen dat in de jongste vijftig jaar niet meer is gezien”, aldus Katz. ,,Wat we ons moeten afvragen is waarom na vier jaar van continue economische groei het armoedepeil nog altijd extreem hoog blijft. Niets rechtvaardigt dat.”

Met het oog op het halen van de millenniumdoelstellingen debatteren waarnemers in Argentinië nu hoe ze de extreme armoede verder kunnen reduceren. President Kirchner heeft het debat al aangezwengeld door te voorkeur te geven aan een “desarrollista” model, dat gericht is op economische ontwikkeling, boven een vrijemarktmodel.

De politieke rechterzijde in Argentinië heeft altijd opgeroepen om maatregelen te nemen die “het vertrouwen voor een investeringsklimaat herstellen”. De overheid argumenteert dat dergelijke maatregelen niet zouden hebben bijgedragen tot het gestage herstel, sinds eind 2002. Volgens Katz is het echter een “foutieve dichotomie om te zeggen dat een neoliberaal en monetaristisch beleid bij voorbaat slechter zou zijn geweest.”

Hij pleit voor een derde model, dat gebaseerd is op de radicale herverdeling van het inkomen van de bevolking. ,,Het probleem is dat we verschoven zijn van armoede in een context van crisis naar armoede in een context van economisch herstel”, aldus Katz. ,,Armoede was vroeger een probleem van werkloosheid, nu veeleer van precaire werkomstandigheden.” Veel arbeiders verdienen nauwelijks genoeg om in hun onderhoud te kunnen voorzien.

Het economische model dat Katz voorstelt, is alleen mogelijk als de begrotingsoverschotten worden aangesproken om een minimaal inkomen voor de armen te garanderen. Ook een hervorming van de belastingen, zoals een verlaging van de btw, dringt zich hier op. In de praktijk heeft Argentinië trouwens al enkele plannen die dit economische model ondersteunen.

Zo lanceerde de interim-regering van president Eduardo Duhalde (2002-2003) een plan dat aan elk werkloos gezinshoofd 50 dollar per maand geeft. Aanvankelijk bediende dit plan 2,2 miljoen mensen, vandaag kunnen nog 1,1 miljoen mensen ervan genieten. Daarnaast krijgen nog eens 330.000 alleenstaande moeders met jonge kinderen een inkomensgarantie. In sommige regio’s in het noorden van het land bereiken deze ondersteunende programma’s nu al de hele bevolking. IPS MDG1 (YD/MC)

IPS DOOR:

Deel dit artikel