België en de Millenniumdoelen

Hoe belangrijk de Belgische overheid de Millenniumdoelstellingen vindt en wat ze daar in praktijk aan bijdraagt is in principe gemakkelijk te verifiëren. Ze is immers bij wet verplicht om elk jaar een verslag daarover aan het parlement over te maken.Voor 2008 (over activiteiten 2007) vind je het terug onder de titel ‘Rapport aan het parlement over de Belgische actie voor het realiseren van de Millenniumdoelstellingen (MDG)'.

Het gaat uit van de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking. Het rapport werd erg stiefmoederlijk behandeld en liep de voorbije jaren zeker geen vlekkeloos parcours.

De kwaliteit en afwerking was bedenkelijk. Het rapport voor 2008 viel vooral op doordat het een onbehoorlijk lange tijd op de tafel van de minister bleef hangen. Het duurde tot late lente 2009 voor het rapport (dat eigenlijk over acties in 2007 gaat) publiek werd gemaakt.

De eerste edities waren eigenlijk een beperkt rapport over de prestaties van België inzake publieke hulp, met een MDG sausje erover heen. Dat werd aangevuld met een pijnlijk kritiekloze rapportering over de multilaterale samenwerking met onder andere de Wereldbank. De op zich interessante toevoeging van Belgische prestaties op andere beleidsterreinen zoals handel of werk bleef te beperkt.

Het rapport 2008 gaf een mengeling van informatie over de MDG in het algemeen, de stand van zaken in de concentratielanden van de Belgische samenwerking, de Belgische strategie voor een selectie van sectoren en transversale thema's, de inbreng van België in doelstelling acht met betrekking tot het globaal partnerschap, en een resem voorbeelden van acties die door Belgische officiële en indirecte actoren in het kader van de MDG werden ondernomen. Het is wel wat jammer dat in de tekst de verschillende niveaus, uitgangspunten, strategie en concrete voorbeelden van acties, kris kras door elkaar liepen. Jammer ook dat de beoordeling per doelstelling niet inging op waardig werk als onderdeel van millenniumdoelstelling 1 naast de strijd tegen armoede en honger.

Het rapport van 2009 over activiteiten 2008 deed daarbovenop een poging om de MDG bijdrage van België in preciese cijfers en procenten van de totale Belgische ontwikkelingshulp te vatten. Een interessante invalshoek maar methodologisch een vrijwel onmogelijke opdracht. Je houdt er wel een indicatie aan over. 66% procent van de Belgische hulp zou op een of andere manier gelinkt zijn aan de MDG (maar daarin zit bijvoorbeeld ook kwijtschelding van oude schulden vervat).
Intussen is wel duidelijk dat ontwikkelingssamenwerking af wil van de verplichte aparte rapportering over de Belgische MDG prestaties. Men wil die integreren in de algemene rapportering over de Belgische ontwikkelingshulp en de werking van DGOS en BTC. Eigenlijk heeft men dat voor de activiteiten van 2009 al op die manier gedaan.

Op zich niet onlogisch, maar met het risico dat de focus op de MDG in de komende jaren stilaan vervaagt. Maar uiteindelijk gaat het nog altijd meer om wat België doet dan om wat het in zijn rapporten beschrijft.

België haalt wellicht op krukken de 0,7 procent. Het scoort matig op effectiviteit, maar schermt in beleidsnota's en in zijn antwoord op vragen van collega OESO landen alvast met goede intenties die ook al gedeeltelijk in concrete eerste stappen worden omgezet. Dat was voor de OESO ook reden genoeg om België in de peer review van 2010 een goed rapport te geven. België doet het in vergelijking met veel van zijn OESO collega's niet slecht.


België is een middenmoter in het schuldenbeleid.
Ons ministerie van financiën kleurt mooi binnen de internationaal aangegeven lijnen en is doorgaans niet zo erg te vinden voor nieuwigheden buiten het kader dat binnen het IMF en de Wereldbank wordt uitgetekend.

Ook wat handel en investeringen betreft is België geen groot pleitbezorger voor de belangen van ontwikkelingslanden.
Men volgt vrij gedwee het behoudend, soms zelfs agressief, beleid dat door de Europese Unie wordt gevoerd. Een uitzondering op de regel is wellicht de intussen traditionele steun van België aan initiatieven met betrekking tot sociale normering van handelsakkoorden.

Sinds de grote crisis in 2008 wordt risicobeperking en regulering van de financiële sector erkend als een cruciaal onderdeel van het Internationaal beleid. België presteert slecht. Het houdt vast aan restanten van het bankgeheim. Het geeft bedrijven via bijvoorbeeld de notionele belastingaftrek voordelen die gaten slaan in de overheidsbegroting. Het blijft maatregelen die in andere EU landen wel worden toegepast afwijzen als ‘dodelijk' voor onze economie en financiële overlevingskansen.

Wat steun aan de instelling van een belasting op munt- of financiële transacties betreft is de vooruitgang in het Belgisch beleid wél spectaculair.
Sinds oktober 2009 is België lid van een internationale ministeriële task force om het debat rond een belasting op de financiële sector aan te zwengelen. Regeringsleden zoals uittredend premier Leterme en minister van ontwikkelingssamenwerking Michel hebben de belasting actief verdedigd op Europees niveau. En zelfs minister Reynders is wat dit betreft geen dwarsligger meer.


Deel dit artikel