Betekent ontslag van Peruaanse regering einde van Humala?


Op 11 december nam de Peruaanse eerste minister Lerner ontslag en met hem stapte zowat het voltallige linkse deel van Humala's kabinet op. Daarmee werd de crisis die er heerste binnen de regering over de aanpak van de hevige conflicten in het noorden van Peru tot de spits gedreven en lijkt het tij definitief gekeerd voor de nieuwe president. Die besliste vorige week de noodtoestand af te kondigen in de regio.


Het Plataforma Europa Peru en CIDSE, de twee belangrijkste Europese netwerken van ngo's die in Peru actief zijn, waarvan 11.11.11 ook deel uitmaakt, schreven na Humala's drastische beslissing van vorige week ook nog een brief aan Humala met de vraag de gesprekken met de actievoerders en lokale autoriteiten van Cajamarca opnieuw op te starten.

De aanleiding voor het ontslag van het linkse deel van de regering is het Conga-mijnproject in Cajamarca, goed voor zo'n 5 miljard dollar. In heel het noorden van Peru zorgde de goedkeuring van het project de afgelopen drie weken voor massaal protest van de lokale bevolking. Die is terecht bang dat het project een grote bedreiging zal vormen voor het drinkwater en voor het milieu. Het conflict om de Conga-mijn werd algauw een machtsstrijd tussen de betogers en de regering en zorgde ook binnen de regering voor de nodige discussies en onenigheid.

Hoewel president Humala tijdens de campagneperiode voor de verkiezingen in juli luidop verkondigde dat hij een ander mijnbeleid zou voeren dan zijn voorganger Alan Garcia en dat het volk bij elk nieuw project inspraak zou krijgen, is hij na zijn aanstelling blijkbaar toch van richting veranderd. Humala betuigde openlijk zijn steun voor het Conga-project en zei dat het project ten goede zou komen van de lokale bevolking. Deze ommezwaai van de president werd door de mijnbouwbedrijven uiteraard op gejuich onthaald.

Het Conga-project is een uitbreiding van de Yanacocha-mijn, de grootste goudmijn van Latijns-Amerika. Yanacocha heeft al een lange geschiedenis van conflicten met lokale gemeenschappen in het noorden van Peru. De belangrijkste aandeelhouders van de mijn zijn het Amerikaanse bedrijf Newmont Mining en het Peruaanse Buenaventura. Daarnaast heeft ook de International Finance Cooperacion (een tak van de Wereldbank) een klein aandeel in de mijn.

 

Militaire macht

De eerste minister Lerner probeerde tevergeefs om over een oplossing te onderhandelen met de verschillende partijen. Zo had hij gesprekken met de lokale leiders van de opstanden in Cajamarca, en ook met de gouverneur Gregorio Santos. Maar nadat de president vorige week de noodtoestand had afgekondigd en een aantal militaire troepen naar de regio had gestuurd - waarmee hij alle bruggen om te praten opblies, nam Lerner dus vorig weekend ontslag. Daarop volgde het ontslag van de meeste linkse kabinetsleden, degenen die in juli achter Humala stonden. De plaats van Lerner werd intussen al ingenomen door een ex-militair.

Het lijkt erop dat Humala die zelf ook een nogal illuster militair verleden heeft, nog sterke banden heeft met het leger. Zo stond hij nog steeds sterk onder invloed stond van Valdés, de minister van Binnenlandse Zaken. Valdés was één van Humala's instructeurs in de militaire academie in de jaren '70. Een tweede invloedrijke persoon was Adrian Villafuerte, een gepensioneerd kolonel die sinds het aantreden van Humala een van zijn belangrijkste raadgevers was.

 

Rio Blanco

Het machtsvertoon dat Humala heeft tentoon gespreid heeft de anti-mijnbeweging in Cajamarca in elk geval niet klein gekregen, integendeel, de conflicten zullen hoogstwaarschijnlijk opnieuw oplaaien, en kunnen ook andere regio's aansteken.

Een daarvan is het Rio Blanco-project in Piura, ten noorden van Cajamarca, aan de grens met Ecuador. De regio kent een uniek ecosysteem en een rijke biodiversiteit. De voorraden drinkbaar water zullen in de toekomst door de opwarming van de aarde van onschatbare waarde zijn voor een groot deel van Peru. De lokale bevolking hier heeft gezworen dat ze elke poging van het Chinese bedrijf om het project op te starten, zal tegenhouden. In 2007 stemde de bevolking het project met overweldigende meerderheid weg.

Marjan Cauwenberg


Net vorige week nog stelden onze partner Cooperacción samen met de ngo's Fedepaz en Grufides hun halfjaarlijks rapport van het observatorium voor mijnbouwconflicten voor.

Ze pleiten voor een geïntegreerd beleid ter preventie van conflicten en voor een sterke, onafhankelijke milieuautoriteit. Momenteel is ongeveer 25 miljoen hectare van het Peruaanse grondgebied onder concessie. Terwijl het aantal concessies blijft toenemen, hinkt de milieu- en sociale agenda achterop.

Volgens de ngo's ligt het gebrek aan inspraak, ruimtelijke ordening en milieubeschermingsmaatregelen aan de basis van de vele sociale conflicten rond mijnbouw in het land. De organisaties drongen nogmaal aan op een dringende implementatie van de wet op de voorafgaande raadpleging van inheemse volkeren en op een discussie over no go-zones voor mijnbouw.

Julia Cuadros, directrice van CooperAcción, besloot dat het Conga-project is uitgegroeid tot een emblematische casus voor het regime van Ollanta Humala.

Conga toont aan dat de overheid bij de besluitvorming over concessies voor de extractieve industrie, veel zorgvuldiger te werk moet gaan. Om die reden zijn de versterking van het ministerie van Milieu en van Ruimtelijke Ordening een absolute must.

"Wat we nodig hebben is een sterke autoriteit en een regering die conflicten voorkomt in plaats van ze op de spits te drijven. We moeten de capaciteit en de wil hebben om conflicten te voorkomen, en niet terugvallen op de strategieën van de vorige regering", zei ze.

Jonas Hulsens, Catapa

Deel dit artikel