Bolivia in de ban van de nieuwe gaswet

Carlos Mesa is een uitzonderlijke president. Nooit eerder heeft Bolivia zo’n twijfelende machthebber gehad nu het erop aankomt wetten uit te vaardigen binnen de zo belangrijke en betwiste wetgeving rond de natuurlijke rijkdommen. Mesa ondervindt langs beide kampen zware druk: enerzijds zijn er de rijke klassen en de multinationale oliebedrijven die een halt willen toeroepen aan deze nieuwe, voor hen ongunstige wetgeving en anderzijds zijn er de protestacties van de bevolking die de winsten uit de gas- en oliesector nu eindelijk willen zien terugvloeien naar de Boliviaanse schatkist.  Dit plaatst Mesa voor een moeilijk dilemma: de wet uitvaardigen of zijn veto stellen. Aanhoudende manifestaties en wegblokkades voeren de druk nog op.

President Mesa kwam aan de macht in oktober 2003 als gevolg van de volksprotesten tegen de export van Boliviaans gas naar de VS via Chileense havens, die door de gevluchte president Gonzalo Sanchez de Lozada bloedig de kop waren ingedrukt. Niet lang na zijn aanstelling als president had Mesa de Boliviaanse bevolking beloofd een nieuwe wetgeving te ontwikkelen inzake gas en olie.

Het Ministerie van Energie en Fossiele Grondstoffen, dat in die nieuwe wetgeving een strategische rol zou spelen, vertrouwde Mesa toe aan personen die de belangen van de multinationals behartigden. In juli 2004 lanceerde hij een referendum over de toekomst van het Boliviaanse gas. Na dat referendum voelde Mesa zich voldoende gesteund voor de ontwikkeling van een  nieuw wetsontwerp. De inhoud hiervan veranderde echter niets aan de reeds bestaande voorwaarden van de energiehandel.

Wanneer de kamer van volksvertegenwoordigers wilde beslissen over de nieuwe wet van fossiele brandstoffen, zonder over een voorstel van de regering te beschikken, haalden Mesa en zijn kabinet enkele manoeuvres uit teneinde het wetsontwerp van de regering goed te laten keuren in het Parlement.  Eind vorig jaar werd het dan ook alsmaar duidelijker dat de president een groot verdediger van de belangen van de oliemagnaten blijkt de zijn.

De veelvuldige aanvallen van Mesa aan het adres van de politieke partijen (hijzelf maakt niet deel uit van een partij) hadden als gevolg dat deze ervoor kozen zich te scharen achter een wetsontwerp dat opgesteld was door de meerderheid van de sociale sector en dat de belangen van het Boliviaanse volk vooropstelde. Niettemin bereikte de lobby van de oliebedrijven en de regering een beperking van de verworvenheden van dit wetsontwerp in de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

De uiteindelijke goedkeuring van dit ontwerp, mede dankzij permanente acties van de sociale bewegingen, is een moeilijk proces gebleken. In een poging te voorkomen dat het ontwerp effectief de meerderheid van de stemmen zou krijgen in het Parlement, bood Mesa begin maart 2005 zijn ontslag aan. Deze aankondiging veranderde de parlementaire agenda en hield het land gedurende enkele dagen in spanning. Mesa verklaarde zijn ambt enkel en alleen verder te zetten indien er in zijn woorden  “redelijke wetten” gestemd zouden worden. Op die manier bereikte hij de steun van duizenden burgers die de straten opkwamen en hem smeekten zijn presidentsschap voort te zetten, ondanks het feit dat zijn voorwaarde niet werd ingewilligd  en het wetsontwerp toch bevestigd werd zonder ingrijpende veranderingen.

Dagen voor de goedkeuring van het wetsontwerp in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, kondigde de entourage van de president opnieuw aan dat hij zou aftreden als er een “onredelijke wet” gestemd zou worden. De Volksvertegenwoordigers keurden het wetsontwerp goed terwijl het Parlement een plan uitdokterde om een eventueel presidentieel aftreden te verijdelen. De tweede maal dat Mesa zijn ontslag aanbood, kwam er niemand op straat en wilde Mesa uiteindelijk zelf al niet meer aftreden.

Na de goedkeuring van het wetsontwerp in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, kondigde de regering aan dat de nieuwe wet de oliebedrijven zou aanzetten tot het aanspannen van processen tegen de staat. De argumenten van de regering werden echter ontkracht wanneer het Grondwettelijk Gerechtshof verklaarde dat de contracten van de oliebedrijven door het Parlement dienden te worden bekrachtigd. Aangezien dat nog niet het geval was, werden de contracten beschouwd als ongeldig en dus onbestaand. Het Openbaar Ministerie vroeg meteen ook de veroordeling van 2 ex-presidenten en verschillende ministers met inbegrip van de ministers van Energie en Fossiele Brandstoffen die onder president Mesa hun ambt uitoefenden. Niettegenstaande deze ontwikkelingen wist de lobby van de oliebedrijven het wetsontwerp, dat ondertussen in de Senaat was beland, in haar voordeel te verzachten.

Met alle aanpassingen stelt de wet niet iedereen tevreden. De multinationals verzetten zich vanwege de hogere belastingen, de regering beschouwt ze als “onredelijk”, en deze meningen worden ook gedeeld door de ondernemersdrukkingsgroepen die de belangrijkste media in handen hebben. De buitenlandse regeringen –zoals die van de VS en Spanje- oefenen druk uit om te vermijden dat de belangen van de oliemagnaten geschonden worden. Maar de belangrijkste druk komt van de sociale sectoren die vinden dat de wet niet ver genoeg gaat in de teruggave van de natuurlijke rijkdommen aan de Bolivianen.

Na het laten verstrijken van de periode van 10 dagen voor de ratificatie van de nieuwe wet, stuurde Mesa het project terug naar de Kamer zonder zich te binden aan de inhoud van het ontwerp, uit angst om het vertrouwen van de internationale financiële instellingen  te verliezen. De voorzitter van de Kamer, Hornando Vaca Díez, vaardigde uiteindelijk op 17/05/05 de wet uit. Grootschalige manifestaties, georganiseerd door de regionale arbeiderscentrales en de Boliviaanse Arbeiderscentrale COB, in La Paz en El Alto, eisen het ontslag van Mesa.
 
Bron: J. Osvaldo, Bolpress en IPS

Solidagro DOOR:

Deel dit artikel