Burundi trekt zich terug uit Internationaal Strafhof

Op enkele weken tijd, tussen 10 en 23 oktober, besliste de Burundese regering om zich terug te trekken uit het Internationaal Strafhof, de samenwerking met het Hoge Commissariaat voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties (OHCHR) te verbreken en 10 kritische lokale middenveldorganisaties te ontbinden en hun activiteiten te verbieden. Ook werd een Amerikaanse journaliste samen met een Burundese collega gearresteerd. Het land sluit zich meer en meer af van de internationale gemeenschap en voert haar repressie van het middenveld op.

Sinds Nkurunziza in april 2015 aankondigde dat hij een derde mandaat wou aangaan, verkeert het land in chaos, met honderden doden en ontelbare gevallen van gedwongen verdwijningen, foltering en seksueel geweld. VN-experten spreken over duidelijke bewijzen van zware en flagrante mensenrechtenschendingen en waarschuwen voor een genocide. Sinds het begin van de crisis zijn meer dan 315.000 Burundezen hun land ontvlucht.

De Burundese regering kiest resoluut voor repressie van kritische stemmen uit binnen- en buitenland. Onafhankelijk onderzoek naar het geweld door kritische media, mensenrechtenorganisaties, OHCHR en het Internationaal Strafhof is daardoor onmogelijk geworden.

Wat kan België doen

België financiert het OHCHR met 1,5 miljoen euro voor de periode 2015-2017, of zo'n kwart van de totale financiering van het bureau. In een reactie pleitte Minister Reynders reeds voor de onmiddellijke hervatting van de samenwerking tussen Burundi en het OHCHR en om de beslissing in verband met het lidmaatschap van het Internationaal Strafhof te herzien. 11.11.11 vraagt minister Reynders om de druk op het Burundese regime op te voeren, onder meer via een uitbreiding van de individuele sancties tegen verantwoordelijken van mensenrechtenschendingen, zoals een visumverbod van regeringsleden die frequent naar Europa reizen.

Bovendien kan en moet België meer doen om mensenrechtenactivisten en hun familie in nood te beschermen, in Burundi en in de buurlanden waar vele activisten in ballingschap leven (Tanzania, Rwanda en Uganda), onder meer door de uitreiking van humanitaire visa voor mensenrechtenactivisten in gevaar en het aanbieden van flexibele ondersteuning voor mensenrechtenorganisaties die vandaag noodgedwongen vanuit het buitenland opereren of wiens rekeningen geblokkeerd zijn.

Pieter-Jan Hamels
Beleidsmedewerker Centraal-Afrika

Deel dit artikel