'Chinese' ontwikkelingsbank schiet uit de startblokken

asian-infrastructure-investment-bank-AIIB

De in Beijing gevestigde Aziatische infrastructuurinvesteringsbank (AIIB) heeft voor meer dan 500 miljoen dollar aan leningen toegezegd voor Bangladesh, Indonesië, Pakistan en Tadzjikistan. Daarmee gaat de bank nu echt van start.

Alle projecten die de AIIB financiert zullen slim, groen en schoon zijn, stelt voorzitter Jin Liqun. "De bank is van oorsprong Chinees, maar groeide uit tot een internationale onderneming", legt hij uit. Onder de 57 leden van de bank vinden we ook Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland terug.

Andere bestuursstructuur

Martin Khor, directeur van het South Centre in Génève, noemt de AIIB een zeer belangrijk initiatief dat het nu moet waarmaken. Decennialang werden ontwikkelingsbanken geleid door de rijke landen, en kwam er kritiek op het bestuur waarin de ontwikkelingslanden een minderheid vormden, zo legt hij uit.

"De AIIB heeft een andere bestuursstructuur met ontwikkelingslanden in de meerderheid, maar met medewerking van veel ontwikkelde landen", verklaart Khor.

De eerste vergadering van de Raad van Bestuur vorige maand en deze eerste projectgoedkeuringen, bewijzen dat de bank eindelijk operationeel is. "De directie heeft beloofd dat er globale standaarden zullen gelden op ecologisch en sociaal vlak. Ik hoop dat ze woord houdt."

De hele operatie van de nieuwe bank zal volgens Khor een grote uitdaging zijn voor ontwikkelingslanden, met initiatiefnemer en hoofdaandeelhouder China op kop, dat wil tonen dat het succesvol een ontwikkelingsbank kan leiden. Maar hij heeft er alle vertrouwen in.

Zonder VS

Vorige maand kregen de vier eerste projectenleningen van de bank groen licht: investeringen in de elektriciteitsdistributie in Bangladesh, wegenwerken in Tadzjikistan, de bouw van een snelweg in Pakistan en de opwaardering van sloppenwijken in Indonesië.

Het project in Bangladesh is de eerste standalone, de andere drie projecten worden gecofinancierd door de Aziatische Ontwikkelingsbank (Tadzjikistan), de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (Pakistan) en de Wereldbank (Indonesië).

De VS en Japan zijn nog niet toegetreden. Ze laten het initiatief aan China. Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie voor Buitenlandse Zaken zei vorig jaar wel dat ze de opkomst van een vreedzaam en welvarend China verwelkomen.

Aanvaardbare voorwaarden

Volgens Palitha Kohona, de gewezen permanente vertegenwoordiger van Sri Lanka bij de Verenigde Naties, is de AIIB China's antwoord op enkele dringende en praktische uitdagingen in de regio. Want zijn invloed bij de Bretton Woods-instellingen (de Wereldbank en het IMF) was beperkt in vergelijking met de VS en hun bondgenoten, en dat terwijl China de status van 's werelds tweede grootste economie geniet.

Kohona vermoedt ook dat China nu een grotere rol wil spelen inzake globale ontwikkeling en financiering. Bovendien heeft het land financiële reserves opgebouwd die het nu wil inzetten op een veilige en voor beide partijen voordelige manier, verklaart hij.

"Veel ontwikkelingslanden in Aziatisch-Pacifische regio waren al lang op zoek naar een instelling die hen geld kon lenen zonder onaanvaardbare voorwaarden. De AIIB was een antwoord op hun noden."

"Hoewel de VS en enkele van hun bondgenoten zich bereid verklaarden om hun standaarden te verlagen, mag je niet vergeten dat het Westen de Bretton Woods-instellingen altijd heeft gebruikt voor zijn politieke doelen", analyseert de Sri Lankaanse diplomaat.

Hillary Clinton

Wikileaks bracht aan het licht hoe Hillary Clinton als Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken probeerde te verhinderen dat het IMF een lening aan Sri Lanka zou uitbreiden, toen dat land op het punt stond om de Tamiltijgers te verslaan na een dodelijk conflict van 27 jaar, aldus Kohona.

"De VS heeft hard gelobbyd opdat hun bondgenoten zich niet bij de AIIB zouden aansluiten. Maar het vooruitzicht dat hun bedrijven konden meewerken aan infrastructuurprojecten, heeft veel westerse landen met noodlijdende economieën bekoord: onder andere Australië, Nieuw-Zeeland, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk doen mee", besluit Kohona.

China heeft ook 50 miljoen dollar gestort in een speciaal fonds van de ontwikkelingsbank. Daarmee kunnen leden van de bank degelijke projectvoorstellen voorbereiden. Dankzij deze eerste bijdrage zou het fonds in de herfst van 2016 operationeel moeten zijn.

IPS DOOR:

Deel dit artikel