Crisis in Oost-Congo: te zwakke reactie Europa en België






Persbericht 20 november 2012

Zowel Europa als België reageren uiterst zwak op de crisissituatie in Oost-Congo. Dat vindt ngo-koepel 11.11.11. "België verschuilde zich tot dusver achter de mogelijkheid om een Europees standpunt in te nemen, maar ook na de Raad van Europese ministers van buitenlandse zaken van gisteren zien we weinig concrete initiatieven", zegt de organisatie.
 
De voorbije dagen kwam het tot zware botsingen tussen het Congolese regeringsleger en rebellengroep M23, die zich op enkele kilometers van provinciehoofdstad Goma bevindt.

De gevolgen van deze humanitaire crisis zijn niet te overzien: zo hebben meer dan 60.000 vluchtelingen het Kanyaruchina-kamp moeten verlaten en zijn er  meer dan 1.6 miljoen mensen in de Kivu's op de vlucht door het aanhoudende geweld. Belgische Ngo's die in conflictgebieden aanwezig zijn zullen echter door het snijden in de overheidsfinanciering steeds minder levens kunnen redden.

Europa weigert echter nog steeds man en paard te noemen in het conflict. Rwanda en Oeganda worden in de conclusies van de Raadsvergadering amper op de vingers getikt, ondanks de vaststelling door een rapport van de VN vorige week dat beide landen effectief rebellenbeweging M23 ondersteunen.
 
Minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders van zijn kant schrapte vorige week wel de militaire steun aan Rwanda, maar veroordeelt nergens expliciet de steun van beide landen aan de rebellenbeweging. In een communiqué naar aanleiding van de crisis van dit weekend roept de minister Rwanda enkel op 'zijn invloed te gebruiken om bij te dragen tot een snel einde van dit conflict'. Nergens is er sprake van een duidelijke terechtwijzing.
 
De ngo's riepen vorige week al op tot concrete acties (zie bijlage). Aangezien er op Europees vlak amper iets gebeurd is, moet België zelf maar een stap vooruit zetten. 11.11.11 roept België op om

  1. De schorsing van militaire steun verder te zetten.

  2. De steun van Rwanda en Oeganda aan M23 expliciet veroordelen.

  3. Volledige steun te verlenen aan het initiatief van Frankrijk, dat een resolutie bij de VN-Veiligheidsraad heeft ingediend om M23 en haar broodheren te veroordelen.
    België zou hier op Europees niveau voor kunnen pleiten, maar moet ook zelf volledig achter dit initiatief staan.

  4. Met de EU samen te werken om binnen korte termijn de vage passages in haar conclusies te concretiseren en in actie om te zetten, met name de maatregelen om 'regionale actoren tot een constructieve attitude aan te moedigen', om een politieke oplossing voor de huidige crisis te vinden en om de verantwoordelijken van geweld tegen burgers verantwoording te doen afleggen. Dit laatste is van groot belang om de cyclus van straffeloosheid te doorbreken.

  5. Een open en directe politieke dialoog op te zetten met Rwanda. De 40 miljoen Euro in de vorm van een Incentive Tranche die België in 2013 aan Rwanda kan toekennen, kan hierbij als instrument dienen. Deze Incentive Tranche heeft als doel om positieve evoluties inzake goed bestuur en persvrijheid aan te moedigen, maar wordt ook expliciet gelinkt aan de vooruitgang in de politieke dialoog. En ook de regionale rol van Rwanda kan in deze politieke dialoog aan bod komen.

  6. Zich hernieuwd engageren in de hervorming van de Congolese veiligheidssector, waarbij een expliciete politieke aanpak die de Congolese autoriteiten op hun verantwoordelijkheid wijst niet geschuwd mag worden.  

Meer info: Hendrik Van Poele, 0497/48.19.51
Bijlage: VN-rapport over de situatie in de DRC en Belgische respons - eerste reactie 11.11.11 (14.11.2012)

Deel dit artikel