"Day D" in Syrië: wat zijn de kansen op succes?

Syria Peace

De Verenigde Staten en Rusland bereikten op 9 september 2016 een akkoord over een hernieuwd vredesproces in Syrië. Dit moet ingaan bij zonsondergang op 12 september, “Day D” volgens de Amerikaanse en Russische buitenlandministers Kerry en Lavrov. Beide topdiplomaten bleven wel erg voorzichtig, en benadrukten dat mooie woorden op papier zich nu ook moeten vertalen op het terrein. ‘Plans do not implement themselves’, aldus Kerry.

1. Wat staat er in het akkoord?

Het akkoord voorziet in een aantal stappen om tot een staakt-het-vuren (exclusief Nusra en Islamitische Staat), humanitaire toegang tot belegerde gebieden en een hervatting van de intra-Syrische politieke gesprekken in Genève te komen. De Syrische luchtmacht mag vanaf 12 september zeven dagen lang geen aanvallen uitvoeren in overeengekomen gebieden (niet: in heel Syrië). Alle strijdende partijen moeten er zich toe verbinden geen offensieve operaties te ondernemen, en humanitaire konvooien volledige doorgang verlenen. Rond Castello Road, de laatst overgebleven toegangsweg tot het belegerde Oost-Aleppo, moet een gedemilitariseerde zone komen.

Als (en enkel als) dit gerespecteerd wordt, richtten de Amerikanen en Russen een “Joint Implementation Center” (JIC) op om de militaire aanvallen tegen het Nusrafront (dat eind juli 2016 zijn naam veranderde in Jabhat Fatah al Sham) en tegen IS te coördineren. Het JIC zal Amerikaanse en Russische technici omvatten die samen de gebieden afbakenen waar Nusra en de oppositie actief zijn. Op die manier moet voorkomen worden dat het Syrische regime en Rusland onder het mom van contra-terrorismeoperaties gebieden aanvallen waar Nusra niet of nauwelijks actief is. 

Het akkoord is dus feitelijk een “grand bargain” tussen de VS en Rusland: militaire samenwerking in de strijd tegen Nusra en IS, in ruil voor de Russische naleving van het staakt-het-vuren en grotere Russische druk op het Syrische regime om hetzelfde te doen en meer humanitaire hulp toe te laten.

Op die manier moeten de voorwaarden worden gecreëerd voor een hervatting van de intra-Syrische vredesgesprekken in Genève over een politieke transitie. De laatste ronde van deze gesprekken werd opgeschort in april 2016. De High Negotiations Committee (HNC), de grootste politieke oppositiegroepering, publiceerde op 7 september 2016 een plan voor een vreedzame politieke transitie in Syrië. Het blijft wachten op een soortgelijk document van het Syrische regime. De Syrische President Assad verkondigde begin juni 2016 nog “elk stuk” van Syrië militair te zullen heroveren op de oppositie.

De teksten van het akkoord werden niet publiek gemaakt, volgens Lavrov om te vermijden dat bepaalde spoilers het akkoord saboteren.

2. Hoe reageren de belangrijkste Syrische spelers?

Zowel het Syrische regime als de HNC aanvaardden het akkoord, weliswaar met voorbehoud. ‘We welcome the deal if it’s going to be enforced’, stelde HNC-lid Bassma Kodmani in naam van de HNC. De Syrische President Assad zweerde, enkele uren voordat het bestand moet ingaan, ‘heel Syrië terug te zullen nemen van terroristen’.

De Libanese groep Hizbollah, dat aan de zijde van het regime strijdt, aanvaardde het bestand. De verschillende gewapende oppositiegroepen kwamen op 11 september 2016 bijeen om een gezamenlijk standpunt te bepalen. Ze zouden nu eisen dat Turkije betrokken wordt bij het bepalen van Nusradoelwitten, willen sterkere garanties over de effectieve implementatie van het akkoord (en sanctioneringsmechanismen voor overtredingen), eisen uitgebreidere beschermingswaarborgen, en klagen aan dat het akkoord met geen woord rept over de terreur van sjiitische milities. De gewapende oppositiegroepen staan wel positief tegen de idee van een bestand, en kondigden aan vanaf 12 september 12h ’s middags alle humanitaire hulp in Aleppo toe te laten.

Nauwelijks enkele uren na de bekendmaking van het akkoord op 9 september werd een markt in Idlib, dat onder controle staat van de oppositie onder vuur genomen door Russische of Syrische vliegtuigen. Aleppo was even later aan de beurt. Meer dan honderd Syriërs kwamen hierbij om het leven.

In wat verschilt dit akkoord van eerdere geschonden akkoorden? Er is geen monitoringmechanisme, geen sanctioneringsmechanisme, geen enkele manier om te verzekeren dat het akkoord geïmplementeerd wordt.’Assaad al-Achi (Baytna Syria).

Veel Syriërs blijven dan ook enorm sceptisch over de slaagkansen van het nieuwe akkoord. ‘Rusland en de VS vragen ons in een akkoord te geloven waarvan we de details niet kennen, dat we hen gewoon moeten vertrouwen. Hoe kunnen we hen echter vertrouwen na de voorbije vijf jaar? In wat verschilt dit akkoord van eerdere geschonden akkoorden? Er is geen monitoringmechanisme, geen sanctioneringsmechanisme, geen enkele manier om te verzekeren dat het akkoord geïmplementeerd wordt’, verwoordt Assaad al-Achi van Baytna Syria (een koepelorganisatie van Syrische civiele maatschappijgroepen in Aleppo, Idlib, Hassakah, Oost-Ghouta en Dera’a) het breed gedeelde wantrouwen aan 11.11.11.

3. Quid implementatie?

Het blijft inderdaad de vraag in hoeverre dit akkoord ook geïmplementeerd wordt op het terrein, en wat de gevolgen zullen zijn voor partijen (inclusief Rusland) die het akkoord niet naleven. Het Assadregime bewees eerder al zich weinig aan te trekken van beloftes over een vermindering van geweld of een staakt-het-vuren. Verschillende waarnemers waarschuwen voor tal van achterpoortjes in het voorstel waarbij Rusland en het Syrische regime oppositiegebieden kunnen blijven bestoken onder het mom van anti-terreurorganisaties, en zich weinig zullen aantrekken van de belofte het staakt-het-vuren te herstellen.

Een eerder gelekte versie van het akkoord stelt bijvoorbeeld dat het Assadregime en Rusland Nusra kunnen bombarderen zonder voorafgaandelijke coördinatie met de VS, als er sprake is van een “imminente” bedreiging. Het behoeft weinig verbeelding dat het Rusland of het regime geen moeite zal kosten overal “imminente” bedreigingen van “Nusra” te zien om aanvallen op burgerdoelwitten of op de gematigdere oppositie te rechtvaardigen.

Het meest waarschijnlijke scenario lijkt daardoor een kortstondig staakt-het-vuren dat aanvankelijk min of meer standhoudt, maar na de oprichting van het JIC opnieuw in duigen valt. Vervolgens is het maar de vraag of de VS de samenwerking met Rusland willen opblazen. Het akkoord spreekt van een "sustained period of calm" van zeven dagen vooraleer over te gaan tot Amerikaans-Russische militaire samenwerking, maar de vraag stelt zich of één week van (relatieve) rust volstaat om de Syrische bevolking te overtuigen van de meerwaarde van het akkoord.

De sleutel tot implementatie ligt dus bij het JIC, dat verantwoordelijk is voor de afbakening van een aantal gebieden waarin Nusra al dan niet actief is en waar er dus eventueel gebombardeerd mag worden. Hoewel de discussies hierover al maanden bezig zijn, blijft het akkoord bijzonder vaag hierover: 'Beginning September 12th, we will then commence preparatory work for a Joint Implementation Center. And these preparations will include initial discussions and some sharing of information necessary for the delineation of territories controlled by Nusrah and opposition groups in the area of active hostilities. And then the more comprehensive process of delineation will be conducted by experts once the joint implementation group – the center, or so-called JIC – once the center is established.'

Met andere woorden: over de centrale uitdaging waar het hele akkoord mee staat of valt, de afbakening van Nusragebied en -strijders, moeten de onderhandelingen nog beginnen. Dat is uitermate problematisch. Zowel het Syrische regime als Rusland vielen de afgelopen maanden talloze keren burgerdoelwitten en de gematigdere oppositie aan, en rechtvaardigden dit door de vermeende aanwezigheid van Nusra, zonder daarbij concreet bewijs naar voren te schuiven.

De duivel zit dus in de details, maar die zijn niet publiek beschikbaar. De enige publiek beschikbare informatie over de manier waarop Nusragebieden worden afgebakend, is dat de concrete gesprekken hierover volgende week zullen beginnen. Het is bovendien niet duidelijk of Iran, dat het laatste woord heeft over de verschillende sjiitische milities en Iraanse grondtroepen in Syrië, het akkoord volmondig steunt en bereid is alle grondoperaties stop te zetten.

4. Waarom distantieert de oppositie zich niet uitdrukkelijker van Nusra?

De Amerikaanse buitenlandminister Kerry gaf op 9 september een duidelijke boodschap aan de gematigde oppositie in Syrië, die in bepaalde gevallen tijdelijke militaire allianties aangaan met het Nusrafront: 'The warning we give to opposition groups who have up until now found it convenient to sort of work with Nusra is it would not be wise to do so in the future. It’s wise to separate oneself.'

Syriëkenner Charles Lister, auteur van “The Syrian Jihad” en een wereldwijde autoriteit in de verschillende Syrische oppositiegroepen, benadrukt dat de samenwerking tussen gematigde oppositie en Nusra weinig te maken heeft met ideologie maar met pure militaire noodzaak. In een uitgebreid profiel van het Nusrafront wijst de Syriëkenner op de graduele “socialiseringsstrategie” van de terreurgroep. De sterke militaire reputatie op het slagveld, de focus op de strijd tegen de gruweldaden van het Assadregime, de (relatieve) afwezigheid van extremistische excessen tegen Syrische burgers en het gevoel in de steek gelaten te zijn door de internationale gemeenschap zorgen er volgens Lister voor dat de gematigde Syrische oppositie soms korte-termijn tactische allianties aangaat met Nusra. Verschillende gematigde Syrische oppositiekrachten zien een terugtrekking uit gebieden waar Nusra ook actief is als het afstaan van grondgebied aan het regime, omdat ze geen vertrouwen hebben dat het staakt-het-vuren langer dan enkele dagen standhoudt.

Tegelijk benadrukt Lister dat deze aantrekkingskracht kwetsbaar is: van zodra het geweld tijdens het staakt-het-vuren van maart 2016 gevoelig afnam en er een perspectief op een succesvol politiek proces ontstond, distantieerde de oppositie zich van Nusra en kwamen talloze burgers op straat tégen de terreurgroep. 'The initiation of a nationwide cessation of hostilities in late February 2016 revealed that its its position as an accepted member of the revolution was inherently dependent on being able to demonstrate its military value in fighting the Assad regime. With conflict dramatically reduced, Jabhat al-Nusra became virtually impotent overnight', aldus Lister.

Een uitgebreid rapport van het Institute for the Study of War uit februari 2016 stelt eveneens dat de meeste oppositiegroepen in Aleppo niet dezelfde ideologie delen met het Nusrafront, maar soms noodgedwongen een tijdelijke militaire samenwerking aangaan tegen een gemeenschappelijke vijand. 'We are desperate and we’ll accept support from whoever will give it, so long as it contributes to defending against the regime', benadrukte een Syrische rebel onlangs aan Lister.

Willem Staes
Beleidsmedewerker Midden-Oosten

 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels