De beste optie voor het milieu is biosuiker

paraguay2_gewoonDe suikerproducenten van Oxfam-Wereldwinkels in Paraguay produceren suikerriet op een biologische manier.

De bodemkwaliteit en -vruchtbaarheid wordt in stand gehouden en erosie tegengegaan door de bodem te bedekken met de bladeren van de plant. Ze gebruiken geen pesticiden en hebben aandacht voor diversifiëring. Geen vanzelfsprekendheid, want wereldwijd is de suikerrietteelt verantwoordelijk voor heel wat milieuvervuiling.


De gangbare suikerrietproductie is een zaak van doorgedreven monocultuur, zeer veel water en af en toe een vuurtje-stook.
Dat zorgt voor een flinke portie milieuproblemen. De hype van de
biobrandstoffen breidt bovendien het suikerareaal fiks uit.

Houdt fair trade het properder?

Laat ons eerst de voornaamste milieuproblemen van de suikersector op een rijtje zetten.

Suiker = monocultuur
Suikerrietteelt is meestal een zaak van grootschalige monocultuur. Dat erodeert de bodem.
Om bodemerosie tegen te gaan, wordt aangeraden om suikerriet niet te verbouwen op hellingen steiler dan 8 procent. Maar in verschillende regio's van de Caraïben en Zuid-Afrika gebeurt de teelt op hellingen van 20 tot 30 procent.
Daarnaast tast monocultuur de kwaliteit van de bodem aan. Nochtans is een goede bodemkwaliteit noodzakelijk om nutriënten en water op te slaan, en de landbouwactiviteiten en gewasopbrengsten ook in de toekomst te kunnen garanderen. In Papoea- Nieuw-Guinea is de voorbije twintig jaar zowat 40 procent van het organische materiaal in de bodem verloren gegaan ten gevolge van suikerrietteelt.

Suiker = zeer veel water
De productie van suikerriet is zeer waterintensief.
Als de teelt geïrrigeerd wordt, kan hij meer dan het dubbele opbrengen. Nu de suikerrietteelt steeds meer uitbreidt, ook naar drogere gebieden, zoals bijvoorbeeld het geval is in Brazilië, is de druk op watervoorraden vaak groot. In de Indiase deelstaat Maharashtra neemt suikerriet slechts drie procent van het land in, maar verbruikt het wel ongeveer 60 procent van de voorziene irrigatie, waardoor op sommige plaatsen het waterpeil in 20 jaar tijd van 15 naar 65 meter is gezakt. In Guatemala vallen duizenden families zonder toegang tot water voor alledaags gebruik omdat rivieren bijna volledig naar de suikerrietplantages worden afgeleid.
In de delta van de Tana (noordkust van Kenia) werd 20.000 ha suikerriet geplant. Het project zal tijdens het droge seizoen een derde van het watervolume vergen. Stroomafwaarts zal het aanzienlijke problemen veroorzaken voor de lokale bevolking en de vissers.
Vaak zijn zeer inefficiënte irrigatiesystemen de boosdoener. Druppelirrigatie is de meest efficiënte techniek, maar die vereist een serieuze financiële investering. In Thailand en India nam de gewasopbrengst met 20 procent toe sinds druppelirrigatie gebruikt wordt. Bij oppervlakte-irrigatie bereikt meestal slechts een derde van het water het gewas, de rest gaat verloren door evaporatie of vloeit weg van het land. Omdat het wegvloeiende water vervuild raakt met pesticiden en sediment, worden ook omliggende landbouwactiviteiten belast.

Een ander probleem is het verzilten van de grond als gevolg van overirrigatie. Op verzilte gronden ligt de suikeroogst tot de helft lager dan op niet-aangetaste grond. In Pakistan is reeds 40 procent van de suikerrietplantages verzilt.

Er is tenslotte veel water nodig om riet tot suiker te verwerken: Raffinaderijen lozen grote hoeveelheden vervuild water rechtstreeks in de rivieren, waardoor het rivierwater ongeschikt wordt om in te baden, om mee te irrigeren en als drinkwater. Als je alle waterverbruik samentelt, heb je om 1 kilogram suiker te raffineren 1500 liter water nodig, schat het Water Footprint Network.

Suiker = vuur en rook
In een aantal regio's wordt de praktijk van het afbranden van suikerriet sterk aan banden gelegd, maar het gebeurt nog altijd frequent.
Door het suikerriet vóór het kappen in brand te steken, wordt het droge loof en het ongedierte verwijderd. De natte suikerrietstengel blijft staan en kan makkelijker met de hand geoogst worden. Het afbranden veroorzaakt enorm veel broeikasgasemissies, vervuilt de lucht rond de suikerrietvelden en vermindert de microbiologische activiteit in de bodem.

Suiker = minder biodiversiteit
Monoculturen van suikerriet doen belangrijke natuurlijke habitats verdwijnen. In de Braziliaanse Cerrado is 85 procent van de vegetatie verdwenen, voor een groot deel door de suikerrietteelt. Elders in Brazilië, in de staat Alagoas, blijft door de ingebruikname van nieuwe stukken land voor suikerrietproductie nog maar drie procent van het initiële regenwoud over.
Ook het grootschalig gebruik van pesticiden, vaak via vliegtuigjes, tast de biodiversiteit aan. De besproeiing leidt tot resistentie voor plagen of tot nieuwe plagen omdat de ‘natuurlijke vijanden' gedood worden. Kunstmest verzuurt de bodem.

Suiker = biobrandstof
De zeer sterk toenemende vraag naar biobrandstoffen zorgt ervoor dat steeds meer landen suiker telen voor ethanolproductie. In de periode 2003-2008 is de handel in ethanol verdrievoudigd. In Brazilië, de belangrijkste exporteur, zijn flexfuelauto's, die flexibel kunnen omschakelen tussen benzine en ethanol, ondertussen goed voor meer dan 90 procent van de personenwagens. 2008 was een recordjaar wat betreft suikeroogst en de toename van landareaal dat voor suikerriet in gebruik genomen werd. Het aandeel van suikerriet bestemd voor ethanol was zeer groot: 60 procent. Voor 2009 en 2010 voorziet men dat opnieuw een groter aandeel naar suikerproductie zal gaan.

Dat heeft te maken met de lage olieprijzen, waardoor ethanol weer minder aantrekkelijk wordt. Maar op lange termijn voorspelt men een sterke dynamiek in de Braziliaanse ethanolindustrie.
De biobrandstofindustrie versterkt het agroindustrieel model en verhoogt de druk op het milieu. Gevalstudies uit verschillende Latijns-Amerikaanse landen wijzen uit dat er voor de kleinschalige producenten en de lokale bevolking maar weinig voordelen zijn aan de exportgerichte biobrandstofproductie.

Ook in Afrika begint de ethanolindustrie zich volop te ontwikkelen. In Kenia, Tanzania en Mozambique staan grote investeringen op stapel. De productie is er bedoeld voor export, niet om te voldoen aan de eigen energiebehoeften in rurale gebieden. Voor de suikerindustrie in de grootste suikerproducerende landen Zuid Afrika, Egypte, Sudan en Kenia is de productie van ethanol een diversificatiestrategie. Veel Afrikaanse landen zien hun preferentiële toegang tot de Amerikaanse en Europese markt als een opportuniteit.

Wie doet er iets aan?
Hier en daar begint het te dagen dat de problemen moeten aangepakt worden. In Zimbabwe kon men, door de introductie van nieuwe irrigatiesystemen, 32 procent water besparen. De laatste jaren groeit er in Brazilië een evolutie naar mechanisch oogsten; binnen enkele jaren zal in bepaalde regio's een volledig verbod op het afbranden van suikerriet van kracht zijn. Een aantal plantages in Colombia gaat bodemerosie tegen door de bodem te bedekken met de bladeren
van de plant.

Hoe pakt fair trade het aan?
De algemene FLO-criteria houden steeds meer rekening met milieuaspecten. Er zijn echter nog geen productspecifieke milieucriteria voor suiker. Het ontwikkelen van dergelijke criteria is alvast een eerste uitdaging.
De beste optie voor het milieu is uiteraard de biologisch teeltwijze. Dankzij de steun van fair trade wordt het voor de coöperaties mogelijk om hierin te investeren. De coöperaties Arroyense, Montillo en Manduvirá in Paraguay, de voornaamste suikerpartners van Oxfam-Wereldwinkels, zijn alvast goed bezig. Door om te schakelen naar de productie van biosuiker, hebben ze voor zichzelf een nieuwe markt met een meerwaarde kunnen creëren. Het is immers zeer moeilijk om met conventionele suiker competitief te zijn tegenover Brazilië. Bovendien is de biologische teeltwijze de meest duurzame in een land met een zeer grote ecologische druk en een gebrek aan vruchtbare grond. Ook hebben de enorme oppervlaktes soja die de Brazilianen aanplanten een zware ecologische impact op Paraguay, en staat het land onder druk van Brazilië en Bolivia om de Rio Paraguay recht te trekken. Het megaproject zou effect kunnen hebben op grote delen van Paraguay, die nu nog vruchtbaar en vochtig zijn. Door de klimaatverandering kampt de regio nu reeds met ernstige droogte.
Een laatste uitdaging voor fair trade bestaat erin om een duidelijk standpunt in te nemen over de toenemende handel in biobrandstoffen. De grootschalige exportgerichte biobrandstofindustrie is sterk geconcentreerd en versterkt het agro-industriële model in de suikersector. Fairtradeorganisaties kunnen de beleidsmakers ervan bewust maken dat dergelijk productiemodel weinig bijdraagt tot duurzame ontwikkeling.

> Oxfam-Wereldwinkels zet haar suikerproducenten en -producten in de kijker op de Opendeurdag, 10 oktober. Spring eens binnen in de wereldwinkel in je buurt en laat je suikerzoet verwennen!

Saar Van Hauwermeiren
Juli 2009

Deel dit artikel