VN-Vluchtelingentop: de keerzijde van de hoera-berichten

Op 19 en 20 september wordt respectievelijk op initiatief van Ban Ki Moon en president Obama een internationale topontmoeting gehouden over de vluchtelingencrisis.

Syrische vluchtelingen in een opvangkamp in Turkije

Terwijl onze Belgische staatssecretaris voor Asiel en Migratie via zijn twitteraccount regelmatig verkondigt hoe het aantal asielaanvragen daalt, mogen we niet vergeten dat deze hoera-berichten een gruwelijke keerzijde hebben. Het is die keerzijde die nu eindelijk besproken wordt op het hoogste politieke niveau.

Wereldwijd zijn 65 miljoen mensen ontheemd. Het grootste aantal sinds de Tweede Wereld Oorlog. Meer dan de helft van de vluchtelingen leeft al langer dan vijf jaar in ballingschap. Iedereen was geschokt door het aangespoelde lichaampje van Aylan, sindsdien verdronken bijna 400 kinderen op zee, 28 miljoen kinderen – bijna drie keer België - zijn op de vlucht voor oorlog en conflict.

De daling van het aantal asielaanvragen is geen toeval en is eerlijk gezegd ook niet op conto van onze staatssecretaris van Asiel en Migratie te schrijven. De ongemakkelijke waarheid is dat Europa een vluchtelingenbeleid opzette met als rode draad mensen in nood zo ver mogelijk van ons weg te houden. Aanvankelijk aarzelend, maar intussen zonder enige schroom. Met muren, hekken, prikkeldraad en helikopters.

De ongemakkelijke waarheid is dat Europa een vluchtelingenbeleid opzette met als rode draad mensen in nood zo ver mogelijk van ons weg te houden.

Tussen 2014 en 2016 spendeerde de EU 1.7 miljard euro aan hekken en grensbewaking. Indien nodig schuift men ook het internationaal recht aan de kant zoals bij de Turkije deal.

Voorlopig dieptepunt in de Europese aanpak zijn de onderhandelingen met dubieuze regimes in Afrika om in ruil voor een zak duiten vluchtelingen de doorgang te verhinderen.

Afgelopen jaar gaf de EU 300 miljoen euro aan niet-EU landen voor medewerking aan het grenzenbeleid. In juni kondigde de EU een nieuw plan aan dat 9 miljard euro voorziet voor landen in Afrika en Azië die meewerken aan de Europese migratieagenda. Zo wordt ontwikkelingsgeld ingezet als hefboom om mensen daar te houden.

Maar dat niet alleen: hoe langer hoe meer ontwikkelingsgeld wordt gebruikt voor de opvang van vluchtelingen in eigen land. Sinds kort zijn hierdoor heel wat landen in Europa de grootste ontvanger van hun eigen ontwikkelingshulp. Geld dat eigenlijk nodig is om de grondoorzaken op lange termijn, zoals toenemende ongelijkheid, aan te pakken.

Een net gepubliceerd rapport van ODI toont aan dat de resultaten van bovenstaande aanpak ondermaats zijn in verhouding tot de middelen die er worden ingepompt.

Maar het is niet alleen inefficiënt, het wordt stilaan moeilijk geen gelijkenissen te trekken tussen de door het Vlaams Belang gepropageerde aanpak van Australië en die van Europa. Zij sturen ‘hun’ vluchtelingen naar Nauru, wij naar Turkije. Ver weg, buiten het zicht van de eigen bevolking, kritische ngo’s en media. “We moeten de vluchtelingen opvangen in de eigen regio”, lijkt zo nogmaals de eufemistische versie te worden van “mensen in nood zo ver mogelijk weg te houden”. 

Toegegeven, Europa (en ook België) doet via humanitaire hulp aanzienlijke inspanningen om de omstandigheden van vluchtelingen ter plekke te verbeteren en op de Middellandse Zee werd het aantal reddingsmissies opgeschroefd.

Hoopvol is ook het signaal van minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo vandaag in De Morgen: de regio, zo zegt hij, heeft meer solidariteit en meer investeringen nodig. Een terechte analyse, want investeren in duurzame ontwikkeling pakt de onderliggende oorzaken van conflicten bij de wortel aan.

Maar ondertussen loopt elk engagement om binnen Europa tot een betere verdeling te komen hopeloze vertraging op. Van de 160.000 vluchtelingen die we zouden re-lokaliseren uit Griekenland en Italië is dat tot nu toe voor minder dan 4.000 gelukt.

Bovendien is opvang in de regio vandaag al de norm. 86% van de vluchtelingen wordt opgevangen in ontwikkelingslanden. Kenia, Jordanië, Libanon, Pakistan en Turkije, samen goed voor 1.6% van de wereldeconomie, vangen een derde van de vluchtelingen op. De zes rijkste landen, meer dan de helft de wereldeconomie, minder dan 9%.

Ook wij beseffen dat we niet alle vluchtelingen bij ons kunnen opvangen. Maar de inspanningen zijn op dit moment wel erg ongelijk verdeeld. En net daar wilde Ban Ki-Moon een antwoord op bieden.

Het oorspronkelijke plan van Ban – een internationaal akkoord om jaarlijks minstens 10% van de vluchtelingen te hervestigen - hield rekening met de omvang van de vluchtelingenproblematiek en was daardoor onvermijdelijk ambitieus. In aanloop naar deze top haalden landen uit Europa, China en anderen deze ambitie systematisch onderuit.

De anti-migratiestem die steeds luider klinkt bij populistische partijen in EU en VS legde duidelijk de zweep op de standpunten van de Westerse landen. Resultaat is een politieke verklaring waarbij we blijkbaar al tevreden moeten zijn omdat de bestaande rechtskaders niet worden afgebouwd.

De VN Vluchtelingenorganisatie is blij dat de Conventie van Genève bevestigd werd. Het zegt iets over de manier waarop er gebeukt is op de oorspronkelijke teksten. Passages met bindende engagementen zijn bijna allemaal gesneuveld.

De VN-top zal gered worden door twee processen die moeten leiden tot concrete resultaten in 2018. Een Internationaal akkoord over het delen van de verantwoordelijkheden voor vluchtelingen en een voor legale en veilige migratie.

Zijn deze twee vergaderingen dan een verspilling van belangrijk politiek kapitaal? Niet helemaal. De Obama top zou enkele landen kunnen aansporen tot – bescheiden - extra engagementen inzake hervestiging en humanitaire hulp.

De VN-top zal gered worden door twee processen die moeten leiden tot concrete resultaten in 2018. Een Internationaal akkoord over het delen van de verantwoordelijkheden voor vluchtelingen en een voor legale en veilige migratie. Nog maar eens uitstel, en hopelijk geen afstel, want een oplossing voor de vluchtelingencrisis kan alleen gevonden worden door internationale samenwerking.

Vorig jaar zaten de wereldleiders op dezelfde plaats bij elkaar om de Sustainable Development Goals goed te keuren. Plechtig beloofden ze “to leave no one behind”. Tijd om die belofte waar te maken. Ook voor vluchtelingen en migranten.

Bogdan Vanden Berghe

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels