Diplomatieke conferentie over clustermunitie

Op maandag 19 mei 2008 start in Dublin de diplomatieke conferentie die moet leiden tot een verdrag dat het gebruik van clustermunitie die onmenselijk leed veroorzaakt een halt toeroept. De conferentie in Dublin is de laatste fase in het Osloproces dat in februari 2007 door de Noorse regering gelanceerd werd. Dit proces stelt zich tot doel ten laatste in 2008 overeenstemming te bereiken over een internationaal verdrag dat een einde maakt aan het lijden van de bevolking ten gevolge van deze wapens.

Meer dan honderd staten zullen in Dublin vertegenwoordigd zijn. Voorwaarde om actief aan de onderhandelingen deel te nemen, is de ondertekening van de Verklaring van Wellington. Deze verklaring werd in februari onderhandeld en legt de ontwerptekst voor de onderhandelingen in Dublin vast. Toch moeten nog belangrijke knopen doorgehakt worden.

Zo bestaat nog geen eensgezindheid over de soorten clustermunitie die onder de verbodsbepalingen van het verdrag moeten vallen. Sommige staten zoeken een uitzondering voor munitie die aan bepaalde criteria inzake betrouwbaarheid en nauwkeurigheid voldoet, zoals clustermunitie met een klein aantal submunities, een lage falingsgraad, een zelfvernietigingsmechanisme of een geleidesysteem. Het Rode Kruis ijvert voor een zo sterk mogelijke bescherming van de bevolking. Indien geen overeenstemming over een totaal verbod bereikt kan worden, pleit het Rode Kruis voor een cumulatieve benadering. Dit wil zeggen dat er tegelijkertijd aan de verschillende nauwkeurigheids- en betrouwbaarheidsoorwaarden moet worden voldaan. Regeringen zullen moeten aantonen dat de nieuwe of verbeterde modellen van clustermunitie, waarvoor een uitzondering wordt gevraagd, niet dezelfde humanitaire problemen creƫren als in het verleden.

Een ander knelpunt betreft het voorstel om een overgangsperiode voor de inwerkingtreding van het verbod in te voeren. Dit moet staten de gelegenheid bieden partij te worden bij het verdrag terwijl ze  het gebruik van clustermunitie geleidelijk afbouwen. Vanuit humanitaire overwegingen is dit standpunt moeilijk te verdedigen. De bestaande voorraden bevatten in grote mate oude en onbetrouwbare clustermunitie die het grootste gevaar vormen voor de bevolking. Enkel een onmiddellijk verbod op hun gebruik kan toekomstig menselijk leed voorkomen. Het Rode Kruis vreest bovendien dat een  overgangsperiode de transfer van clustermunitie naar ander staten en andere gebruikers in de hand zal werken en dit ten koste van hun vernietiging.

Ook op het vlak van militaire interoperabiliteit tussen verdragstaten en niet-verdragsstaten zijn alle problemen nog niet uitgeklaard. Sommige staten vrezen van schending van het verdrag beschuldigd te kunnen worden wanneer zij deelnemen aan gezamenlijke militaire operaties met niet-verdragsstaten die clustermunitie wensen te gebruiken. De ontwerptekst verbiedt immers het verlenen van bijstand, het aanzetten of aanmoedigen van acties die in strijd zijn met het verdrag. Het Rode Kruis geeft er de voorkeur aan dit probleem buiten het verdrag te regelen, zoals dit destijds ook voor het Ottawaverdrag voor een totaal verbod op antipersoonsmijnen gebeurde.

Meer informatie over de problematiek van clustermunitie en de acties van het Rode Kruis ten gunste van slachtoffers vind je op de site van het ICRC.

Dit bericht maakt deel uit van de IHR-berichten die Rode Kruis-Vlaanderen verspreidt naar aanleiding van recente ontwikkelingen in het internationaal humanitair recht. Vroegere berichten vind je op de site van Rode Kruis-Vlaanderen. Inschrijven op de IHR-berichten kan via IHR-berichten in je mailbox

Deel dit artikel