Discriminatie bij rampen. Het Wereldrampenrapport 2007 van het Rode Kruis

Het Wereldrampenrapport 2007 focust op hoe mensen gediscrimineerd worden tijdens humanitaire noodsituaties omwille van hun ras, geslacht, leeftijd, religie, nationaliteit, klasse of fysieke conditie.

Rampen discrimineren niet, de mens wel. Rampen zorgen er wel voor dat bestaande discriminatie verergert. Wie gediscrimineerd of gemarginaliseerd wordt, heeft minder kans om een ramp te overleven.


Het Wereldrampenrapport behandelt vier groepen die vaak het slachtoffer zijn van discriminatie: minderheden, vrouwen, mensen met een handicap en ouderen.

Minderheden
Elke gemeenschap kent minderheden. Ze worden gemarginaliseerd op basis van hun nationaliteit, ras, traditionele onderscheid in kasten of gewoon door hun beperkte aantal. Sommige stammen of nomadische bevolkingsgroepen hebben amper invloed op de lokale of nationale overheden. Anderen, die door hun afkomst als minderwaardig beschouwd worden, leven in geïsoleerde gebieden, gemeden door de maatschappij.

Net deze minderheden lopen het risico om verwaarloosd of over het hoofd gezien te worden tijdens een ramp, omdat dan vooral de noden van de meerderheid aandacht krijgen. Hulporganisaties besteden best bijzondere aandacht aan deze groepen en hun specifieke noden.

Enkele voorbeelden…

  • In 2005 treft een aardbeving Pakistan. 37 christelijke families, die al 25 jaar in Muzaffarabad leven, werden tijdens de hulpverlening gediscrimineerd. Hoewel ze al lang in Muzaffarabad leefden, waren ze niet officieel geregistreerd als leden van de gemeenschap,  mochten ze niet stemmen en werd er hun geen identiteitskaart uitgereikt. Als gevolg van deze vorm van discriminatie, kregen ze ook geen onderdak in de opvangcentra voor moslims na de aardbeving. (Bron: Church World Service Pakistan)
  • Na de tsunami in India, werden de Dalits door de vissersgemeenschap uitgesloten. De hulpgoederen die verdeeld werden – familiepakketten, rijst en kleding – bereikte hen niet. (Bron: Minority Rights Group International)

Ouderen
Heb je je ooit afgevraagd waarom altijd jongere en fitte mensen aanschuiven bij de verdeling van hulpgoederen? Juist omdat ze jong en fit zijn, zijn ze in staat om de goederen te komen halen voor hun andere familieleden. Maar familiebanden zijn geen garantie dat aan de noden van de ouderen tijdens rampen en crisissen voldaan wordt.

Door economische migratie van de familieleden, de beperkte mobiliteit en minder goede gezondheidstoestand van de ouderen, blijven 60-plussers soms onzichtbaar en ontvangen ze geen hulp.

Enkele voorbeelden…

  • Van alle ouderen in de vluchtelingenkampen in Darfur dreigt 40 % ondervoed te geraken. 60 % onder hen is niet of minder mobiel. (Bron: Help Aged International)
  • Meer dan de helft van de ouderen in Afrikaanse landen die getroffen zijn door hiv/aids, zorgen voor wezen (meestal hun kleinkinderen). (Bron: Help Aged International)

Mensen met een handicap
Mensen met een handicap worden in het alledaagse leven gemarginaliseerd. Tijdens noodsituaties vallen ze nog sneller uit de boot. Iemand die blind of doof is, is misschien niet op de hoogte van de evacuatieplannen. Iemand die minder mobiel is, kan niet vluchten voor het gevaar en zal minder gemakkelijk geëvacueerd worden. Ook aanschuiven bij distributies, is minder vanzelfsprekend.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zijn er wereldwijd 600 miljoen mensen met een handicap, zowat 7 à 10 % van de wereldbevolking. Van hen leeft 80 % in ontwikkelingslanden (die het meest door natuurrampen worden getroffen).

Vrouwen
Vrouwen en meisjes zijn vaak het slachtoffer van discriminatie. Alarmsystemen voor nakend gevaar houden er niet altijd rekening mee dat vele meisjes niet naar school kunnen en dus analfabeet zijn. Vrouwen en meisjes zijn soms het slachtoffer van seksuele en andere vormen van geweld. Zwangere vrouwen hebben in tijden van crisis soms geen toegang tot aangepaste medische verzorging. Hun stem wordt in vele gevallen niet gehoord en ze kunnen onvoldoende deelnemen aan de beslissingen die worden genomen.

Een voorbeeld…

  • Na orkaan Katrina werden 3,2 miljoen mensen geëvacueerd. 100.000 getroffenen werden ondergebracht in één kamp. Daar stelden hulpverleners een enorme toename vast van het geweld tegen vrouwen. Het aantal verkrachtingen lag er 54 keer hoger dan het Amerikaanse gemiddelde: 527 op de 33.000 vrouwen in het kamp. (Bron: International Medical Corps)

Maatregelen
Hulporganisaties kunnen discriminatie tegengaan: 

  • Alle lagen van de plaatselijke bevolking moeten actief betrokken worden bij het bepalen van de noden. Het is ook belangrijk dat ze inspraak krijgen bij de planning en uitvoering van acties. 
  • De meest kwetsbare en de gemarginaliseerde mensen moeten gekend zijn en opgezocht worden.
  • Voldoende kennis van en begrip voor de verschillende vormen van discriminatie is essentieel: hulpverleners moeten weten waarom en hoe deze plaatsvindt en wie erdoor geraakt wordt.

Er bestaat een heel gamma van richtlijnen, codes, aanbevelingen en standaarden om discriminatie te vermijden tijdens de hulpverlening. Toch is het niet eenvoudig om die regels ook in praktijk toe te passen.

In noodsituatie moeten steeds snelle beslissingen genomen worden. Fouten zijn daarom onvermijdelijk en de aandacht voor mogelijke discriminatie is een blijvend aandachtspunt. Enkel door voldoende begrip over en kennis van de plaatselijke situatie, kan discriminatie ontdekt en vermeden worden.

Manieren om discriminatie te bestrijden:

  • Voldoende investeren in de rampenparaatheid. Zo zijn de specifieke kwetsbaarheden van gediscrimineerde groepen op voorhand gekend.
  • Goed opgestelde en geoefende criteria en processen vastleggen voor interventies.
  • Interventies moeten gebaseerd zijn op een samenwerking met de plaatselijke gemeenschappen. Dat kan bijvoorbeeld door een “community recovery committee” op te richten waarin alle “stakeholders” vertegenwoordigd zijn.
  • Structuren oprichten waar begunstigden via officiële weg hun klachten kunnen kenbaar maken.
  • Transparant werken en gemeenschappen voldoende informatie bezorgen over de werkwijze van de hulpverlening.
  • Positieve discriminatie voor bepaalde groepen moet goed aan de gemeenschap worden uitgelegd en geargumenteerd.
  • Donoren sensibiliseren: voldoende tijd voorzien om de situatie goed te evalueren.

 

Deel dit artikel