Een geslaagde MDG-top volstaat niet

In 2000 deden wereldleiders de historische belofte om tegen 2015 acht algemene ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken. Deze doelstellingen zijn eerder bescheiden, maar als mobiliserende factor zeker zinvol. Ondertussen hebben ze hun plaats veroverd in ondermeer het Belgische en het EU-beleid. Toch kunnen we met 2/3 van de termijn verstreken, nog niet echt van een succes spreken. Zoals ook zal blijken op de opvolgingsconferentie deze maand in New York. 

Crisissen hinderen vooruitgang

Er is wel vooruitgang te melden. Zo daalt de kindersterfte in veel regio’s en neemt ook de extreme armoede op vele plaatsen af. Maar deze gemiddelden schetsen een vertekend beeld. Zo kan een land globaal gezien vooruitgang boeken terwijl de situatie van sommige bevolkingsgroepen (vrouwen, rurale bevolking) verslechtert. Vooruitgang is heel relatief als die zorgt voor een groeiende kloof tussen arm en rijk. Bovendien blijkt die vooruitgang vaak niet bestand tegen crisissen. Zo kregen we de afgelopen jaren te maken met de financiële crisis, de voedsel- en de klimaatcrisis. De gevolgen hiervan zijn onevenredig groot voor arme mensen in het Zuiden, hoewel net zij er niet verantwoordelijk voor zijn. Het risico bestaat dat dit een excuus wordt: ‘we waren op de goeie weg, maar toen was er die tegenslag’. Die tegenslagen komen echter niet uit het niets. Ze zijn het gevolg van dezelfde factoren die duurzame ontwikkeling in het Zuiden tegenwerken en de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen in de weg staan: een financieel, handels-, en landbouwbeleid dat haaks staat op ontwikkelingsdoelstellingen en een klimaatbeleid dat maar niet van de grond komt.

Investeren in duurzame familiale landbouw is een must

Broederlijk Delen heeft bijzondere aandacht voor de eerste doelstelling: het uitbannen van extreme armoede en honger. Meer dan één miljard mensen heeft chronisch honger en het overgrote deel van die mensen vind je op het platteland. Dat blijkt uit een rapport van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO) uit 2009. Kinderen in rurale gebieden hebben 2x meer kans op ondervoeding dan in stedelijk gebied. Dit is niet verwonderlijk na decennia van onderinvestering in lokale landbouwsystemen en de verwaarlozing van lokale voedselvoorziening. Het hongerprobleem gaat niet over het globaal aanbod van voedsel, maar over de mogelijkheid voor arme mensen om voedsel te produceren of te kopen. Voorstellen die enkel het aanbod verhogen lossen het probleem dus niet op.

Ook de Wereldbank zegt nu dat er dringend meer geïnvesteerd moet worden in landbouw in het Zuiden. Op elke FAO-, G8- of EU-top belooft men steevast miljarden euro’s voor landbouw. De Afrikaanse Unie kwam overeen om 10% van de nationale budgetten in landbouw te investeren. Maar zoals de speciale VN-rapporteur voor het recht op voedsel, de Belg Olivier De Schutter, recent stelde: ‘de belangrijkste vraag is niet hoeveel er in landbouw wordt geïnvesteerd, maar hoe er wordt in geïnvesteerd’. Het gerenommeerde IAASTD-rapport (Agriculture at a crossroads, 2008) gaf hier al een duidelijk antwoord op: ‘Om ontwikkelingsdoelstellingen te verzoenen met milieudoelstellingen én met de noodzaak van een toenemende voedselproductie, is ‘business as usual’ geen optie. Door volop te kiezen voor duurzame familiale landbouw komt dit wél binnen bereik.’ Deze multifunctionele landbouw garandeert voedselzekerheid en werkgelegenheid, heeft voldoende potentieel voor een productietoename en is milieuvriendelijk.

Coherent beleid

De vernieuwde belangstelling voor landbouw is dus relatief wanneer ze zich beperkt tot financiële beloftes, zonder de ecologische en sociale ontsporingen van het huidige model in vraag te stellen.  De overlevingskansen van een toekomstgerichte landbouw hangen niet in de eerste plaats af van de beloofde fondsen. De impact van andere beleidskeuzes is veel belangrijker. Het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid dat de EU na 2013 zal volgen, de handelsakkoorden (EPA’s) die de EU onderhandelt met een aantal landen, de Europese criteria inzake biobrandstoffen en het reglementeren van mega-investeringen in landbouwgrond zijn veel crucialer dan nog eens een financiële belofte.  Deze punten staan echter niet op de MDG-agenda in New York.

Natuurlijk pleiten we voor bijkomende middelen en hopen we op een succesvolle MDG-top die doet beseffen dat meer van hetzelfde niet meer werkt. Maar dit succes zal voor een groot deel afhangen van het gewicht dat een nieuwe MDG-verklaring kan hebben op andere onderhandelingsfora.

Pol De Greve, Directeur Broederlijk Delen
Jo Dalemans, Beleidsmedewerker Rurale Ontwikkeling

Deel dit artikel