Eén jaar na Luxleaks blijven diepgaande hervormingen achterwege

money-fence

Vandaag, 3 november, lanceren 20 Europese ngo's, waaronder 11.11.11, een nieuw rapport. 'Fifty Shades of Tax Dodging' evalueert het belastingbeleid van 15 Europese lidstaten en de Europese Commissie en Parlement. Eén jaar na Luxleaks blijkt dat de meeste landen er nog steeds voor kiezen om de deur voor belastingontwijking en agressieve fiscale planning open te laten voor multinationals. Dat betekent dat vooral burgers en KMO's, ook in ontwikkelingslanden, de rekening gepresenteerd krijgen.

'50 Shades of Tax Dodging' brengt de rol van de EU in de globale fiscale crisis in kaart en onderzoekt of de verschillende landen de noodzakelijke maatregelen hebben genomen om belastingontduiking en –ontwijking naar het verleden te verwijzen. Het werpt ook licht op het beleid van die landen ten aanzien van ontwikkelingslanden.

Business as usual

Ondanks ronkende verklaringen op het Europese toneel, blijft het te vaak 'business as usual' binnen de afzonderlijke lidstaten. Fiscaal beleid is nog steeds een nationale bevoegdheid en binnen Europa is unanimiteit nodig om daarin stappen te zetten.

Een vergelijking van de 15 landen levert volgende opvallende vaststellingen op:

  • Steeds meer landen wensen dat financiële gegevens van multinationals strict confidentieel blijven. Ze verkiezen de nieuwe OESO-norm rond 'land per land rapportage' boven een Europees initiatief dat meer ambitie aan de dag legt. België heeft zich hier nog niet over uitgesproken.
  • Ondanks Europese initiatieven blijven een aantal landen mogelijkheden bieden om bedrijfsbelangen verborgen te houden. Luxemburg is in dat geval, maar verrassend ook Duitsland. Denemarken en Slovenië kiezen er wel voor publieke registers van dergelijke bedrijfsbelangen te creëren.
  • Meer dan 100 ontwikkelingslanden blijven buitengesloten van besluitvormingsprocessen inzake fiscaliteit terwijl ze wel verantwoordelijk worden geacht voor de uitvoering

België blijft fiscale snoepdoos

België levert een gemengd beeld op. Op vlak van transparantie gaan we erop vooruit. Die vooruitgang is echter vooral te danken aan ontwikkelingen op internationaal en Europees niveau. België moest de laatste jaren een tandje bijsteken om niet finaal de internationale trein naar meer transparantie te missen.

Opvallend is dat ons land nooit als eerste oversteekt wanneer het aankomt op maatregelen voor meer transparantie. Bovendien blijft het concrete beleid vaak onduidelijk. Zo zullen de werkelijke begunstigden van allerlei financiële constructies zich moeten kenbaar maken van Europa, maar is het niet duidelijk of België die informatie ook publiek toegankelijk zal maken. Ook in de discussies rond publieke land-per-land rapportering voor grote bedrijven heeft ons land zich niet uitgesproken. Hier kan een consequentie houding voor transparantie de geesten in Europa doen rijpen.

Ondanks de vooruitgang inzake transparantie, ziet ons land de bedrijfsfiscaliteit nog steeds in eerste instantie als een lokmiddel voor investeerders. Officieel bedraagt de winstbelasting 33,99% maar door allerlei bijzondere regimes is dat voor heel wat bedrijven een pak minder. Bekend waren al constructies als de notionele interestafdruk (met een geschatte kost van 21 miljard euro tussen 2006 en 2010) en de zeer royale belastingaftrek voor patentinkomsten waarvan ook de OESO zegt dat het geen goed fiscaal beleid is.

Nieuw in de fiscale snoepdoos zijn het bijzondere regime voor de diamantsector, waarbij de belasting wordt berekend op een kleine fractie van de omzet in plaats van de winst, en de 'excess profit rulings'. Dat zijn afspraken tussen de fiscus en multinationals waarbij een groot stuk van de winst die voortvloeit uit de voordelen die het bedrijf heeft als deel van een internationale groep wordt vrijgesteld. Dat regime wordt vandaag onderzocht door de commissie als 'illegale staatssteun' en de kans is groot dat België een veroordeling zal oplopen zoals eerder Ierland en Nederland in de zaken FIAT en Starbucks.

Een 'revolutie' nodig

Om de strijd tegen belastingontwijking en –ontduiking effectief te voeren is een dubbele revolutie nodig. Eerst en vooral een politieke revolutie. Europese lidstaten moeten nauwer samenwerken om de gaten in het systeem te dichten. Door elkaar fiscale vliegen af te pakken organiseren de landen een 'race to the bottom' waarvan de rekening aan individuele burgers en KMO's wordt gepresenteerd. Een sterkere Europese aanpak inzake belastingen dringt zich op.

In tweede instantie dient zich een échte revolutie inzake transparantie op. Dat betekent dat burgers toegang moeten krijgen tot de financiële informatie van multinationals. Waar worden winsten geboekt en waar worden belastingen betaald? Die informatie is cruciaal voor een ernstige fiscaliteit. Ook gegevens over de werkelijke begunstigden van bedrijven en allerlei andere constructies moet publieke informatie zijn. Enkel dan kunnen burgers hun overheden ter verantwoording roepen over keuzes in fiscaal beleid. Ook ontwikkelingslanden moeten de vruchten kunnen plukken van die transparantie-revolutie want vandaag zijn zij de grootste slachtoffers van het lakse fiscaal regime voor multinationals. Volgens het IMF bedraagt de werkelijke bijdrage van multinationals in de vennootschapsbelasting in ontwikkelingslanden 193 miljard dollar per jaar. Dat is minder dan de helft van het potentieel want door agressieve fiscale planning van multinationale ondernemingen verliezen ontwikkelingslanden 179 miljard dollar per jaar volgens datzelfde IMF.

Jan Van de Poel
Diensthoofd Beleidsdienst

11.11.11 DOOR:

Financial Secrecy Index 2015

Elk jaar maakt Tax Justice Network een ranglijst van landen in functie van hun financiële transparantie.

In de FSI 2015 staat België op plaats 38. Dat is 2 plaatsen hoger (= minder transparant) tegenover de index van 2014.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels