EPA’s: Nieuw EU ultimatum en Brexit maken brokken in Afrika

Ultimatum EU. ACP-landen zitten met een kater

Op 13 juli legde de Europese Commissie alweer een ultimatum op aan zes ACP-landen: als ze voor 1 oktober 2016 geen EPA zouden ratificeren, dan zouden ze hun bevoorrechte toegang tot de Europese Unie verliezen. De zes landen deden wat geëist werd. Anderen twijfelen of een EU-markt zonder Groot-Brittannië nog wel de moeite loont. Daardoor verschijnen er barsten in de West- en Oost-Afrikaanse regio’s.

De onderhandelingen voor vrijhandelsakkoorden tussen de EU en landen uit Afrika, de Caribbean en de Pacific (ACP-landen) slepen al jaren aan. De ACP-landen aarzelen om hun markten open te stellen voor Europese invoer. Maar als ze hun vrije toegang tot de Europese markt willen behouden, moet ze een EPA afsluiten en hun eigen markt openen voor Europese invoer. Alleen de armste, minst-ontwikkelde landen (MOL) zijn daarvan vrijgesteld.

In 2013 stelde de EU een ultimatum: als tegen 1 oktober 2014 geen EPA’s werden afgesloten dan zou de bevoorrechte markttoegang stoppen. Onder bedreiging aanvaarden West-Afrika, Zuidelijk Afrika en Oostelijk Afrika (de East African Community of EAC) elk een regionale EPA. Meteen kondigde de Europese Commissie een andere deadline aan: de nieuwe EPA’s moesten binnen de twee jaar geratificeerd zijn.

Nieuw ultimatum in 2016

Op 13 juli 2016 maakte de Europese Commissie dit dreigement hard. Ze stuurde de Raad (van ministers van de EU) en het Europese Parlement ontwerpbesluiten om per 1 oktober 2016 de bevoorrechte markttoegang te beëindigen voor Ghana, Ivoorkust, Kenia, Namibië, Botswana en Swaziland. Tenzij de Raad en het Parlement binnen de twee maanden verzet zouden aantekenen was de beëindiging een feit.

De démarche miste haar effect niet: op enkele weken tijd ratificeerden vijf van de zes bedreigde landen. Het zesde land, Kenia, tekende de EPA waar het toe behoort, op 1 september en beloofde snel te ratificeren.

De Commissie heeft haar zin gekregen, maar de ACP-landen zitten met een kater. Verderop lees je wat de situatie is in elke regio.

Vijgen na Pasen: het parlement verleent uitstel

Samen met de Europese ngo-confederatie en collega’s uit Frankrijk en Duitsland sloeg 11.11.11 al vroeg alarm over het nieuwe Europese ultimatum. Onder impuls van de ngo’s trachtte een ‘coalition of the willing' in het Europees Parlement, waaronder de Belgische Marie Arena, bezwaar aan te tekenen tegen de ontwerpbesluiten van de Europese Commissie.

De bevoegde commissie binnen het Parlement besloot uiteindelijk op 31 augustus om haar reactie op het ultimatum (en daarmee het ultimatum zelf) uit te stellen tot 1 februari 2017. Maar dat zijn vijgen na Pasen: het onheil is ondertussen al geschied. Vijf landen hebben al geratificeerd en Kenia heeft beloofd te volgen. De Europese Commissie kondigde trouwens met de glimlach aan dat de ze zelf haar ultimatum zou intrekken voor de vijf landen, behalve Kenia. Alleen Kenia heeft dus nog een beetje baat met het uitstel.

Oost Afrika: bang van Brexit

De EAC bestaat uit vier minst-ontwikkelde landen (Rwanda, Burundi, Uganda en Tanzania) en Kenia. Eén vijfde van de uitvoer gaat naar de EU en bijna helft daarvan naar Groot-Brittannië (GB). Met Brexit verliest de EPA dus de helft van zijn waarde. Tanzania en Uganda vragen zich af of het sop de kool dan nog wel waard is. De prijs van de EPA is immers hoog: een liberalisering van 80% van de invoer uit Europa, verlies aan invoertaksen als beleidsinstrument en als bron van inkomsten. De toekomst van de regio zit niet zozeer in het blijven uitvoeren van tropische producten naar Europa, maar in groei van de verwerkende nijverheid en de regionale markt.

De ondertekening van de EPA was voorzien op 18 juli maar op 8 juli vroeg Tanzania uitstel om de impact van de EPA en Brexit verder te onderzoeken. Door het uitstel kwam de ratificatie voor 1 oktober in het gedrang. Kenia riskeerde haar bevoorrechte markttoegang te verliezen en besloot om de EPA alleen te onderteken en te ratificeren. Rwanda volgde. De regio staat nu op barsten. Als Kenia en Rwanda de EPA beginnen uit te voeren en hun invoertaksen voor Europese producten beginnen te verlagen dat valt de EAC douane-unie uit elkaar.

De situatie in Burundi compliceert de zaak verder. In Burundi vinden grove mensenrechtenschendingen plaats. Het land valt onder Europese sancties. In die context een handelsakkoord afsluiten is ongepast.

Het EPA-ultimatum van Commissie komt dus op het slechte moment. Nochtans was er geen enkele reden om de deadline op 1 oktober 2016 te leggen. De Commissie had net goed een jaar kunnen wachten.

West Afrika: wachten op Nigeria

Van de 16 West-Afrikaanse landen zijn er maar vier géén minst-ontwikkelde landen (Nigeria, Ghana, Ivoorkust en Kaapverdië). De regio is ook een douane-unie en wil integratie op economisch vlak verderzetten. Om die reden doen de minst-ontwikkelde landen, zoals in de EAC, mee met de EPA. Ook al hebben ze zonder EPA vrije toegang tot de Europese markt, toch zullen ze samen met hun meer ontwikkelde buren hun invoertaksen op Europese invoer moeten afbouwen. Dat brengt voor hen nochtans een groot verlies aan inkomsten met zich mee.

Nigeria voert vooral petroleum uit, maar wil werk maken van een uitbreiding van de verwerkende nijverheid. De verlaging van haar invoertaksen en toenemende Europese invoer kan dit plan doorkruisen.

In Nigeria woedt een hevig debat over de EPA. De regering wil de effecten van de EPA grondig onderzoeken. Ghana en Ivoorkust bezweken ondertussen onder het ultimatum van de Europese Commissie en ratificeerden begin augustus; niet de regionale EPA uit 2014 want dat kunnen ze niet alleen, maar wel een voorlopige versie uit 2007 die ze nog afzonderlijk hadden afgesloten. Als Ghana en Ivoorkust de EPA beginnen uit te voeren en hun invoertaksen voor Europese producten beginnen te verlagen dat valt de West-Afrikaanse douane-unie uit elkaar.

Zuidelijk Afrika, een geval apart

In Zuidelijk Afrika ziet de situatie er beter uit. Van de zes betrokken landen, Zuid-Afrika, Botswana, Namibië, Swaziland, Lesotho en Mozambique, behoren enkel de twee laatste tot de minst-ontwikkelde landen.

Zuid-Afrika heeft in 2000 al een handelsakkoord afgesloten met de EU, zonder dat één van beiden zich veel bekommerden over het feit dat Botswana, Namibië, Swaziland en Lesotho met Zuid-Afrika een douane-unie (SACU) vormen. Daardoor staan zij al 16 jaar bloot aan Europese invoer.

De EPA brengt in de regio dus niet veel verandering. De vertraging in de ratificatie heeft daar meer te maken met een aantal technische zaken niet waren afgerond. De Raad (van EU ministers) gaf zelf pas in juni toestemming om het akkoord te tekenen. In tegenstelling tot de twee andere regio’s laat de Zuidelijk Afrikaanse EPA bovendien ook toe dat het akkoord door de landen afzonderlijk word geratificeerd. Regionale spanning wordt dus niet verwacht.

Crisisberaad en verzet

Op 8 september vindt in Dar Es Salaam een crisisberaad met de EAC staatshoofden. Dat was al enkele weken geleden afgesproken, maar Kenia en Rwanda hebben niet op de top gewacht om de EPA toch al te tekenen. Het wordt afwachten wat de top zal brengen.

  • Terwijl de staatshoofden zich beraden, houdt het middenveld in Arusha een driedaags overleg (6-9 september) over de EPA’s en de regionale integratie in Afrika. 11.11.11 zal er aan deel nemen.

  • Op 26 september vindt in het Europese parlement een nieuw debat over de EPA’s plaats. Belgische ngo’s voeren dan actie voor het parlement. Ook daar zal 11.11.11 er bij zijn.

Marc Maes
Beleidsmedewerker handel/Secretariaat Adviesraad voor Beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling (ABCO)

11.11.11 DOOR:

Zie ook:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels