EU zet kleine stappen in de strijd tegen belastingontwijking

EU-Commission-press-conference

De Europese Ministers van Financiën kwamen deze week (21 februari) overeen om een belangrijk fiscaal achterpoortje als gevolg van verschillen tussen fiscale regelgeving - zogenaamde 'hybride mismatches' tussen EU- en niet-EU-landen - te sluiten. Helaas is de implementatie pas voorzien voor 2020. Daarnaast werken de EU-lidstaten verder aan een lijst van belastingparadijzen die, jammer genoeg, niet al te ambitieus is. Dat zelfs een 0%-belasting op bedrijfswinsten geen evidente indicator was om aan te nemen, illustreert hoe laag de lat ligt in deze oefening.

Regels tegen misbruik van nationale verschillen in fiscale wetgeving

Nationale verschillen in fiscale wetgeving laten bedrijven toe om via internationale constructies belastingen te ontwijken. Wanneer landen er verschillende regels op na houden voor het heffen van belastingen over bepaalde inkomsten of op bepaalde entiteiten, doen zich zogenaamde 'hybride mismatches' voor. Hiervan kunnen vennootschappen misbruik maken om in geen van beide landen belastingen te betalen of hun belastingen substantieel te verminderen. Zo kan men via 'hybride mismatches' bijvoorbeeld meerdere malen een fiscaal voordeel krijgen voor eenzelfde financiële transactie.

Met de anti-belastingontwijkingsrichtlijn (ATAD) van juli 2016 werden zulke hybride mismatches tussen EU-landen onderling al aangepakt. Om misbruik verder te beperken, stelde de Commissie in oktober 2016 voor om ook hybride mismatches met belastingsystemen in derde landen te sluiten (voorstel hervorming ATAD). 

Op hun bijeenkomst afgelopen week (21 februari) stemden de Europese Ministers van Financiën hiermee in. 

Dit is een voorzichtige nieuwe stap om agressieve fiscale planning door multinationals tegen te gaan en invulling te geven aan eerdere afspraken binnen de OESO hiervoor (het zogenaamde BEPS-plan). Helaas zal de nieuwe richtlijn pas in 2020 in werking treden.

Een 'zwarte lijst' van belastingparadijzen

Daarnaast werkt de EU aan een lijst van belastingparadijzen, namelijk landen die belastingontwijking dreigen te faciliteren door een gebrek aan transparantie of specifieke kenmerken van hun belastingsysteem.

In januari ontvingen alvast 92 niet-EU landen (geselecteerd op basis van een scorebord) een brief dat ze aan een screening zullen onderworpen worden. Positief is dat dit niet beperkt was tot de 'usual suspects' zoals de Kaaimaneilanden en Panama, maar dat ook bijvoorbeeld de VS en Zwitserland werden aangeschreven. In deze screening zal men beoordelen of landen transparant zijn, rechtvaardige belastingen heffen en voldoen aan de OESO-regels.

Bij het vastleggen van de screeningscriteria namen de Ministers van Financiën nu ook een vennootschapsbelastingvoet van 0% op als indicator voor onrechtvaardige belasting, naast het toekennen van belastingvoordelen die afwijken van de norm in het land. De 0%-belasting is helaas op zich niet voldoende om op de zwarte lijst te belanden, maar zal wel aanleiding geven tot een onderzoek naar de werkelijke activiteiten en actieve werknemers van bedrijven in deze potentiële belastingparadijzen.

Nog werk aan de winkel

Dat een belastingtarief van 0% geen evidentie was als criterium bij een screening van belastingparadijzen is behoorlijk choquerend en illustreert hoezeer de lijst nog voor verbetering vatbaar is. In eigen land staat zelfs de norm van 15% in de Belgische definitie van belastingparadijzen ter discussie als weinig ambitieus.

Niet alleen zijn de criteria in de Europese lijst algemeen vrij zwak, bedenkelijk is ook - met schandalen als de LuxLeaks in het achterhoofd - dat EU landen zelf buiten schot blijven (enkel derde landen worden gescreend).

Het proces blijft dus een politieke en diplomatieke oefening, en het is niet uitgesloten dat de lijst uiteindelijk leeg blijft.

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels