Europese suikerhervorming met bittere nasmaak

Op 1 oktober werden de Europese suikerquota met de daaraan gekoppelde minimumprijzen voor de suikerbietenboeren na bijna 50 jaar afgeschaft. Geen goed nieuws voor de suikerriet- producenten in het Zuiden.

Europees bietensuiker wordt opnieuw een exportproduct terwijl de Europese markt vast gebetonneerd blijft. De afschaffing biedt wel kansen om de markt eerlijker te maken. Maar ook nu weer zijn woorden als eerlijkheid en duurzaamheid wel erg ver
te zoeken in dit internationale spelletje stratego.

manduvira 0

De Europese suikerindustrie die groot werd door decennialange exportsubsidies zit al tien jaar op haar honger. De quotaregeling werd in 2006 aangepast van een exportstimulerende naar een productiebeperkende maatregel na de veroordeling
door de Wereldhandelsorganisatie in 2005. De WTO stelde de exportsubsidies gelijk aan dumping van suiker op de internationale markt en dus oneerlijke handelspraktijken.

Vanaf 2006 mocht nog "maar" 13 miljoen ton suiker geproduceerd worden in Europa. De overige 3 ton die nodig was om aan de interne Europese vraag te voldoen, werd ingevoerd volgens een complex systeem van importcontingenten die aan verschillende landen werden uitgereikt. Door de productiebeperking en de hoge invoertarieven kon de EU een minimumprijs garanderen aan de Europese bietenboer zonder er zelf voor te moeten betalen; de kunstmatige schaarste stabiliseerde de prijzen Het weghalen van die invoertarieven was toen niet denkbaar, want dat zou de prijs weer doen dalen, waardoor de EU alsnog in het Europese landbouwbudget had moeten tasten om de minimumprijs te garanderen.

Invoertarieven houden stand

Aan het systeem van productiebeperking komt nu dus een einde. Maar terwijl de quota en minimumprijzen voor suiker worden afgeschaft, blijven de invoertarieven tarieven wel behouden. Daarmee speelt de EU in de kaart van de verwerkende
bietsuikerindustrie. De vier multinationals die de volledige Europese suikermarkt beheersen (Südzucker, Tereos, Nordzucker en Pfeifer & Langen) worden op die manier afgeschermd van buitenlandse concurrentie. Na een halve eeuw van hoge suikerprijzen zijn zij klaar om de productie op te drijven aan lagere prijzen en van Europa opnieuw een suikerexporteur te maken.

Met hun geoliede lobby voeren ze de druk op Europa op om de invoertarieven in stand te houden, om zo de Europese markt volledig voor zich te houden en vanuit die comfortabele positie suiker uit te voeren naar het buitenland. Niet eerlijk natuurlijk.

Het is opnieuw een voorbeeld van hoe ook de EU in haar handelsbeleid met twee maten en twee gewichten meet; men pleit voor meer vrijhandel voor de ander, maar anderzijds breekt de hoge tariefmuren die de eigen markt en industrie beschermen slechts met mondjesmaat af.

Tarieven als onderhandelingswapen

De suikerrietproducenten in het Zuiden zijn nu dubbel de dupe; niet alleen blijft Fort Europa stevig vergrendeld , ook in de landen waarnaar ze wel nog kunnen exporteren, krijgen ze er Europese suiker als concurrent bij. In plaats van de oneerlijke invoertarieven samen met de productiequota af te schaffen, hanteert de EU de invoertarieven op suiker als onderhandelingswapen voor bilaterale handelsakkoorden. Zo zijn op dit moment de onderhandelingen tussen de EU en Mercosur (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay) aan de gang. Als de EU extra markttoegang wil in die landen, willen (vooral) de Brazilianen dat de invoerheffingen op suiker worden afgeschaft. Het wordt dus even armworstelen tussen de Europese en de Braziliaanse suikerlobby. Wanneer twee olifanten vechten, is het echter het gras dat vertrappeld wordt.

Indien de invoerheffingen in het kader van een akkoord tussen de EU en Mercosur worden afgeschaft, zou dat nochtans goed nieuws zijn voor de Paraguayaanse partners - kleinschalige bietsuikerboeren die op een duurzame manier produceren - waarmee Oxfam-Wereldwinkels handel drijft. (Al zouden we de vraag kunnen stellen of zij zich lang zullen kunnen handhaven tegenover de Braziliaanse industrie) Maar daar hebben bijvoorbeeld de Mexicaanse suikerproducenten, die geen lid zijn van de Mercosur, dan weer geen boodschap aan. Of hoe de trend om het streven naar multilaterale handelsakkoorden steeds vaker te vervangen door bilaterale akkoorden tussen twee landen of machtsblokken de oneerlijke concurrentie alleen maar aanwakkert.

Duurzame handelspolitiek

Een andere vaststelling is dat "duurzaamheid" ook nu weer geen basiscriterium is bij de totstandkoming van de nieuwe handelsdeals. Kleine, duurzame spelers blijven zo de speelbal van een internationaal gevecht tussen machtsblokken die ons monocultuur en grootschalige productie voorschotelen. Het is niet alleen tegenstrijdig met de klimaatdoelstellingen, maar ook met de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN die in 2015 werden afgesproken.

Wordt het niet tijd om onze handelspolitiek in te zetten als instrument om een internationaal coherent duurzaamheidsbeleid te voeren? Vandaag investeren we nog steeds miljoenen euro's en tonnen energie in het beschermen van "onze" weinig duurzame suikerindustrie tegen een al even energieverslindende Braziliaanse versie ervan.

Zouden we die middelen niet beter investeren in een duurzamer landbouwmodel bij ons en in het Zuiden? Dan kunnen boeren hier investeren in diversiteit van gewassen in plaats van de monocultuur die hen nu wordt opgelegd. Tegelijk kunnen we ons grote handelsgewicht in de schaal werpen om duurzame productie ook internationaal te stimuleren (in plaats van de internationale markt te overspoelen met Europese suiker). Bij de import van suiker in Europa hoeven we dan niet meer te discrimineren op basis van land van afkomst, maar kunnen we criteria stellen op basis van duurzame productie; of die nu uit Paraguay, Brazilië of Cuba komt.

Bart Van Besien, beleidsmedewerker Oxfam-Wereldwinkels

 

Oxfam-Wereldwinkels DOOR:

Deel dit artikel