Fair Trade: geen liefdadigheid, wel eerlijk handelsmodel

Vandaag verscheen in De Standaard het artikel ‘Fair trade niet altijd goed voor boeren’, gebaseerd op het rapport ‘Unfair Trade’ van het Adam Smith Institute. In dat rapport gaat de auteur, Marc Sidwell, met onjuiste argumenten de principes en praktijken van fair trade te lijf.

Het is weinig verrassend, maar wel jammer, dat de ideologen van de vrijhandel bij het Adam Smith Institute een ronduit fout en misleidend ‘rapport’ publiceren over fair trade.


Het Adam Smith Institute voert onderzoek om persoonlijke vrijheden uit te breiden en om belastingverlagingen en deregulering door te voeren. In de praktijk blijkt deze onderzoeksgroep erin geslaagd om gecontesteerde hervormingen ingang te doen vinden in het Verenigd Koninkrijk. De privatisering van de spoorwegen, verlaagde accijnzen op alcohol en tabak en het aftoppen van de inkomstenbelasting.

Het Adam Smith Institute houdt er een vreemde ethiek op na. Het was in de jaren ’90 actief betrokken bij de ontwikkeling van strategieën tégen Europese initiatieven om de handel in tabak in het belang van de volksgezondheid te controleren en te reguleren. Ze werden betaald door de Confederation of European Community Cigarette Manufacturers.

Het zou dus interessant zijn om te weten wie het rapport ‘Unfair Trade’ precies besteld en betaald heeft. In alle geval zijn de stellingen uit het rapport onvoldoende onderbouwd en makkelijk weerlegbaar.

“Vrijhandel is de meest efficiënte vorm van armoedebestrijding ter wereld”
Het is inderdaad zo dat vrijhandel tussen partners met een gelijke economische sterkte en macht economische groei kan stimuleren en zo mensen kan helpen om zich een weg uit de armoede te werken. Maar niet zolang de mondiale handelsregels op maat geschreven zijn van rijke landen en hun ondernemingen. Fair trade verbetert vandaag al het leven van honderdduizenden mensen en hun gemeenschappen op structurele wijze. Fair trade kan overigens niet zomaar diametraal tegenover vrijhandel worden geplaatst, aangezien fair trade opereert binnen het systeem van de vrije markt.

Oxfam Wereldwinkels, met bijna 40 jaar ervaring in fair trade, vindt het onverantwoord om de vele succesverhalen van onze producenten te negeren.

“Fair trade komt voort uit de koffiecrisis van de jaren ’90. Die crisis was niet het gevolg van vrijhandel maar het resultaat van regeringsinterventie. De koffieprijzen hebben zich sedert die crisis echter grotendeels hersteld.”
De geschiedenis heeft haar rechten. Het idee om fair trade te promoten dateert uit de jaren ‘50 voor producten uit gebieden die getroffen waren door oorlog. Eerlijke handel met ontwikkelingslanden ging vooral van start nadat de UNCTAD, de VN-Conferentie voor Handel en Ontwikkeling, in 1968 het initiatief Trade not Aid lanceerde, dat aandrong op handel in plaats van hulp.

Vandaag kunnen we inderdaad spreken van een grondstoffenhausse. Nochtans vergaat het niet alle grondstoffen even goed. Granen, cacao en koffie zijn nog ver verwijderd van het hoogste niveau dat ze in het verleden haalden. Bovendien zijn de prijsstijgingen van de voorbije jaren geen volledige compensatie voor de daling op langere termijn (gemiddeld met anderhalve procent per jaar sinds 1960).

De prijsstijgingen komen de producent ook niet altijd ten goede. In 1900 ontving een boer ongeveer 70 cent van elke dollar die aan voedsel werd besteed, vandaag is dat drie tot vier dollarcent. Belangrijkste oorzaak? De toenemende concentratie op de grondstoffenmarkten, een gevolg van het wegvallen van de mechanismen voor het reguleren van het aanbod. De vrije markt zorgt hier niet voor meer concurrentie, maar integendeel voor meer concentratie.

“Fair trade biedt enkel een klein aantal boeren een hogere, vaste prijs voor hun producten.”
Inderdaad, niet alle producenten komen in aanmerking voor fair trade. Maar alle producenten genieten wel indirect van de voordelen van het systeem. Bijvoorbeeld door de investeringen in hun gemeenschap in gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur. Fair trade bezorgt boeren een menswaardig inkomen, wat een directe impact heeft op hun dagelijks leven en dat van de gemeenschappen waar ze deel van uitmaken. Bovendien kunnen boeren gaan investeren in hun ondernemingen. Ook profiteren de niet-fairtradeproducenten van de heropleving van lokale markten, aangestuurd door verhoogde concurrentie.

“Slechts  10% van de fairtradepremie gaat naar de producent. De rest komt in de zakken van de retail terecht.”
In tegenstelling tot wat het rapport beweert, ontvangen producenten de volledige fairtradepremie die werd afgesproken tussen de producent en de koper. Supermarkten hebben hier niets mee te maken. We zijn verrast dat het Adam Smith Institute niet lijkt te weten dat dergelijke prijsafspraken op niveau van de kleinhandel illegaal zijn.

“Het bewijs is duidelijk: fair trade is niet fair, enkel vrijhandel maakt je rijk.”
Fair trade is enkel een deel van de oplossing voor een groot en complex probleem. Oxfam-Wereldwinkels zal blijven investeren in campagnes die onrechtvaardige handelsregels en bedrijfspraktijken die mensen dieper de armoede induwen, aan de kaak stellen. De veranderingen die wij willen en noodzakelijk vinden, vereisen actie van overheden, bedrijven, instellingen en burgers overal ter wereld. Zoiets vraagt tijd. Ondertussen zorgt fair trade ervoor dat consumenten vandaag al bewuste keuzes kunnen maken en achtergestelde producenten kunnen helpen om te werken aan een mooiere en meer stabiele toekomst.

Tot slot, Oxfam-Wereldwinkels en andere fairtradeorganisaties zijn niet te beroerd om te discussiëren over de impact van eerlijke handel (wij zijn immers niet geïnteresseerd in het lanceren van het zoveelste economische dogma). Maar dan wel op basis van ernstige argumenten. We zijn dan ook nauwelijks onder de indruk van doorzichtige shock-and-awe-achtige pogingen om fair trade zonder meer een hak te zetten. Wie op het terrein kon zien dat fair trade wel degelijk het verschil maakt voor de vele achtergestelde producenten, zal niet overtuigd zijn door het rapport van het Adam Smith Institute dat op een simplistische manier economische theorieën tracht toe te passen op de complexe werkelijkheid van structurele mondiale economische ongelijkheid.

Deel dit artikel