Financiële Transactietaks: straatje zonder einde met een oplopende kostprijs

Op dinsdag 21 februari vond een zoveelste vergadering plaats over de invoering van een Financiële Transactietaks (FTT). Beslissingen bleven opnieuw uit, met onder meer België op de rem. Per dag dat de onderhandelingen aanslepen, lopen de landen nochtans naar schatting tientallen miljoenen euro's mis. Sinds de laatste gemiste deadline in december had de taks al 5 miljard kunnen opbrengen, en de teller blijft lopen. Hoog tijd om eindelijk knopen door te hakken.

Aanslepende onderhandelingen

De Financiële Transactietaks is een kleine belasting op de handel in financiële producten - 0,1% voor aandelen en obligaties, 0,01% voor derivaten - om speculatie te ontmoedigen en de financiële markten te stabiliseren. Het eerste voorstel van de Europese Commissie dateert al van 2011, gevolgd door een voorstel voor versterkte samenwerking in 2013.

Intussen zijn we februari 2017 en is de groep van tien onderhandelende lidstaten er nog niet uit. Integendeel, vooruitgang wordt onder meer door ons land geblokkeerd door voortdurend uitstel en nieuwe bezwaren. Laatste in het rijtje zijn de Belgische eis om vrijstellingen voor pensioenfondsen en de bezwaren over de impact op reële economie. Omdat men hier afgelopen vergadering niet uit geraakte, werden beslissingen weer vooruitgeschoven.

Kostprijs

Er is een kostprijs verbonden aan deze politieke onwil. Elke dag dat de invoering van de financiële transactietaks uitgesteld wordt, loopt de groep tientallen miljoenen euro's mis. Volgens een schatting van de Europese Commissie zou de FTT jaarlijks 22 miljard euro opleveren, oftewel 60 miljoen per dag. Sinds de laatste gemiste deadline 6 december 2016 werd dus al 5 miljard euro misgelopen. Dit geld is dringend nodig om internationale engagementen waar te maken en te investeren in armoedebestrijding, gezondheidszorg, onderwijs en de strijd tegen klimaatverandering.

Volgende stappen

Tegen eind maart zal men de effecten op de reële economie en pensioenfondsen verder analyseren. Wat de reële economie betreft, is het weinig waarschijnlijk dat gewone ondernemingen geraakt zullen worden. Niet-financiële ondernemingen zullen immers enkel onder toepassing van de FTT vallen indien ze meer dan 50% van hun jaarlijkse omzet verhandelen in financiële en 'risk hedging' instrumenten, wat voor het grote merendeel niet het geval is. Over dit punt bleek er toenadering onder de lidstaten.

Een finale oplossing hangt echter af van een akkoord over pensioenfondsen. Concreet moet men beslissen of en hoe ruim men nationale uitzonderingen kan toekennen. Zo zou men bijvoorbeeld in België pensioenfondsen kunnen vrijstellen terwijl andere landen deze wel belasten. Eén optie ter discussie is om verzekerden te compenseren voor de FTT door belastingaftrek. De ministers komen opnieuw samen op 21 maart, tegen dan zal de teller al meer dan 6 miljard bedragen.

11.11.11 roept minister van Financiën Johan Van Overtveldt op om dan beslissingen te nemen, geen nieuwe eisen op tafel te leggen en concrete stappen vooruit te zetten naar een snelle invoering van de FTT.

Sarah Van den Broucke

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel