Goed nieuws van Europees Hof van Justitie: CETA is een gemengd akkoord

Eleanor Sharpston

Op woensdag 21 december maakte advocaat-generaal Eleanor Sharpston van het Europese Hof van Justitie haar opinie bekend over het al dan niet gemengde karakter van het handelsakkoord tussen de EU en Singapore. Volgens haar is het akkoord gemengd. Dat wil zeggen dat zowel de Europese Unie als de lidstaten er bevoegd voor zijn en dat de nationale parlementen het moeten goedkeuren. Dit geldt voor alle Europese handelsakkoorden met soortelijke inhoud, dus ook voor CETA en waarschijnlijk ook voor TTIP. Dat is goed nieuws.

De Europese Commissie heeft gegokt en verloren

Het was de Europese Commissie zelf die de kwestie had voorgelegd aan het Europese Hof in de hoop dat het Hof haar gelijk zou geven in haar aanslepend meningsverschil met de lidstaten. Maar dit lijkt dus anders uit te pakken. Als het Hof over enkele maanden zijn advocaat-generaal volgt,wat de gewoonte is, dan heeft de Commissie het pleit verloren.

De advocaat-generaal heeft een lijst gemaakt van de bevoegdheden die exclusief Europees, gemengd of exclusief nationaal zijn en besluit dat het EU-Singapore-akkoord gemengd is. Op dezelfde basis kan elk ander Europees handelsakkoord beoordeeld worden, dus ook CETA met Canada en later TTIP met de VSA of het handelsakkoord met Groot-Brittannië na de Brexit, enz. CETA is alvast gemengd en TTIP –als dat doorgaat en het voorbeeld van CETA volgt- zal ook gemengd zijn, het post-Brexit akkoord ook.

Meer parlementaire controle

Als de Europese handelsakkoorden gemengd zijn, dan moeten ze worden voorgelegd aan het oordeel van de 38 parlementen van de lidstaten (waaronder 6 Belgische). Dat zal het Europese handelsbeleid zichtbaarder en democratischer maken. De regeringen van de lidstaten vormen samen immers de Raad van de Europese Unie en stippelen samen met de Europese Commissie het Europese handelsbeleid uit. Ze hebben de gewoonte om dit achter gesloten deuren te doen zonder daarover veel informatie te verstrekken aan hun parlementen, laat staan hun mening te vragen. Dat zal moeten veranderen. Ze zullen hun parlementen veel meer en veel vroeger moeten betrekken bij het handelsbeleid willen ze het deksel niet op de neus krijgen.

Geen investeerder-staat geschillenregeling zonder nationale parlementaire goedkeuring

Dit geldt ook voor de fel bekritiseerde investeerder-staat geschillenregeling (ISDS). Dat hoort ook zo. ISDS zet de nationale rechtspraak tussen haakjes en geeft buitenlandse investeerders rechten die burgers en binnenlandse investeerders niet hebben. Je zou toch mogen verwachten dat de nationale wetgevers daar iets over te zeggen hebben. De advocaat-generaal stelt dat de EU ISDS mag inrichten, maar enkel voor de ‘directe’ buitenlandse investeringen en niet voor al de andere investeringsvormen. Maar omdat er wereldwijd geen consensus is over de definitie daarvan kan er geen onderscheid gemaakt worden en blijft ISDS een gemengde bevoegdheid waarvoor nationale parlementen zich moeten uitspreken.

Bovendien benadrukt de advocaat-generaal dat haar opinie over de bevoegdheidsverdeling niets zegt over de wettelijkheid van ISDS die door vele juristen in twijfel getrokken wordt. Daarover zal het Hof zich later (kunnen) uitspreken dankzij de vraag die België daarover zal stellen, zoals in oktober is overeengekomen onder druk van de Waalse minister-president Paul Magnette. We kijken ernaar uit en hopen dat de federale regering zich aan haar afspraak houdt.

Marc Maes
Beleidsmedewerker Handelsbeleid van 11.11.11

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels