Groen Klimaatfonds komt uit de startblokken

Filipijnen na tyfoon Haiyan. Ontwikkelingslanden ondergaan nu al de gevolgen van klimaatverandering

Na een moeizame start, lijkt het Groene Klimaatfonds (GCF) nu eindelijk uit de startblokken te komen. De grote vraag blijft welke richting het fonds, dat klimaataanpassing in ontwikkelingslanden moet financieren, inslaat.

Plaatselijk eigenaarschap, duurzaamheid en een focus op schone energie zijn enkele van de niet-onderhandelbare onderwerpen, wil het fonds een succes worden, zeggen burgerorganisaties.

"Het GCF-bestuur wil in ieder geval een paar projecten in de pijpleiding hebben voor de klimaatconferentie in Parijs in december. Zo kan het laten zien dat het klaar is om zaken te doen, en dat de rijke landen hun beloften nakomen", zegt Karen Orenstein van Friends of the Earth. "Uiteraard wordt dat geloofwaardiger als er substantieel meer van het beloofde geld wordt gestort."

Het is van essentieel belang, zegt ze, dat de eerste projecten van het GCF een fatsoenlijk precedent scheppen voor toekomstige activiteiten. "Het GCF moet het beste laten zien wat het te bieden heeft. Dat betekent direct inspringen op de behoeften van de meest kwetsbaren als het gaat om aanpassing aan en verzachting van de impact van de klimaatverandering. Dat moet gebeuren door milieuvriendelijke initiatieven, die de mensenrechten respecteren en goed zijn voor de plaatselijke economie, en niet door Wall Street-achtige transacties waarvan in theorie voordelen zouden kunnen doorsijpelen naar de armen."

Prioriteiten

Het fonds is het belangrijkste mechanisme van de Verenigde Naties voor financiering van klimaataanpassing en verzachting van de impact van de klimaatverandering in ontwikkelingslanden.

Tijdens de Klimaattop in Kopenhagen in 2009, spraken donoren af om jaarlijks 100 miljard dollar te mobiliseren voor 2020. Dat geld zou moeten komen uit een niet nader gedefinieerde combinatie van publieke en private gelden.

De rijke landen bleken in de afgelopen jaren traag met het storten van geld in het fonds. Maar nu Japan afgelopen maand een eerder beloofd bedrag van 1,5 miljard dollar overmaakte, heeft het fonds de vereiste grens van 50 procent van het benodigde vermogen bereikt om te beginnen met het financieren van projecten en programma's in ontwikkelingslanden.


Het fonds wil in november, kort voor de Klimaattop in Parijs, de eerste projecten indienden voor goedkeuring door het GCF-bestuur. Het heeft ook strategische prioriteiten bepaald en investeringskansen die nog niet adequaat gesteund worden door bestaande klimaatfinancieringsmechanismen, en die gebruikt kunnen worden om de impact van het GCF te vergroten. Het gaat dan vooral om investeringen in efficiënte en veerkrachtige steden, landmanagement en het verbeteren van de veerkracht van kleine eilanden.

Schone energie

"De projecten moeten vanuit de landen zelf aangestuurd worden. Niet alleen door overheden, maar ook door de bevolking zelf, burgerorganisaties en de plaatselijke private sector", zegt Orenstein. "En uiteraard moeten daarvoor geen vervuilende energiebronnen worden gebruikt."

Tot op heden hebben 33 regeringen, inclusief ontwikkelingslanden, bijna 10,2 miljard dollar beloofd voor het fonds. Het blijft echter onzeker of de financiering in de toekomst in stand blijft en hoe deze sneller gerealiseerd kan worden.

Een van de mogelijkheden om extra geld in het fonds te krijgen, is het afschaffen van de subsidies voor fossiele brandstoffen en dit geld te besteden aan klimaataanpassing, zeggen analisten. Zij wijzen ook op de mogelijkheid om inkomsten uit de emissiehandel of financiële transactiebelastingen hiervoor te gebruiken.

 

IPS DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels