Herfkens: "Afrika moet vaker 'nee' zeggen"

De Millenniumdoelen van de Verenigde Naties zijn zelfs voor de allerarmste landen in Afrika geen onhaalbare kaart. Ontwikkelingslanden moeten de juiste prioriteiten stellen en assertiever worden als hulp niet werkt, zegt Eveline Herfkens, coördinator van de Millenniumcampagne van de VN. “Afrika moet vaker ‘nee’ durven zeggen.”


Herfkens, oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking van Nederland, was vrijdag en zaterdag aanwezig bij een tussentijdse evaluatieconferentie over de Millenniumdoelen in Rome.

De deadline van de Millenniumdoelstellingen is in 2015. Is de afgelopen jaren voldoende vooruitgang geboekt om die deadline te kunnen halen?“Er is op verschillende fronten vooruitgang geboekt bij het bereiken van de Millenniumdoelen. Maar de ontwikkelingen gaan te langzaam en zijn te fragmentarisch. In bepaalde regio’s gaat het heel goed, andere regio’s blijven achter. Onze grootste zorg is Afrika bezuiden de Sahara. Maar zelfs daar liggen enkele van de armste landen op schema bij sommige doelen. Mozambique zal naar verwachting de doelstelling om de armoede en de kindersterfte te halveren, MDG 1 en MDG 4, halen voor 2015. Er zijn tenminste twaalf landen die op schema liggen als het gaat om doelstelling twee, basisonderwijs voor iedereen.

De landen die zich hebben gehouden aan hun beloften, blijken in staat de doelen te halen. Ze stellen de juiste prioriteiten, bestrijden corruptie, verbeteren de gezondheidszorg en het onderwijs. In het algemeen kun je concluderen dat succesvolle landen de landen zijn die een genereuze schuldkwijtschelding hebben gekregen, zoals Tanzania. Daar gaan een miljoen kinderen extra naar school, omdat niet terugbetaald hoeft te worden aan de rijke landen. Dat uitgespaarde geld kan aan onderwijs besteed worden. Deze landen profiteren van de hulp, maar wat belangrijker is, die hulp stelt ze in staat verantwoordelijkheid te nemen.”

Hoe komt het dat Afrika bezuiden de Sahara, en met name Zuidelijk Afrika, achter blijft?“Je kunt eeuwen in de geschiedenis teruggaan om de oorzaken te benoemen, maar ik zal me beperken tot de laatste decennia. Het bestuur in Afrika bezuiden de Sahara heeft in die periode nogal te wensen overgelaten. Internationale handelswetgeving is niet goed afgestemd op Afrikaanse landen. Ze lijden deels onder het Europese en Amerikaanse beleid op het gebied van landbouwsubsidies.

Hulpverlening heeft in het verleden niet erg bijgedragen aan het bevorderen van goed bestuur. Te weinig regeringen in Afrika nemen zelf verantwoordelijkheid voor de toekomst van hun land. De manier waarop donoren opereerden, ondermijnde het weinige verantwoordelijkheidsbesef dat er was. Afrikaanse landen werden gemodelleerd naar de wensen van donoren en niet naar de wensen van hun eigen volk.

Er moet dus veel veranderen. Maar ik ben daar positief over, omdat steeds meer regeringen wel verantwoordelijkheid nemen. De houding van donoren verandert ook. Wat daarentegen niet goed gaat, zijn de ontwikkelingen rond de internationale handel.”

Het Noorden belooft veel, maar vaak worden die beloften niet nagekomen. Dat gebeurde ook met de afspraken die de G8-landen in 2005 deden tijdens hun bijeenkomst in Gleneagles. Is hier sprake van een gebrek aan politieke wil?“Het heeft deels te maken met onwetendheid. Je kunt moeilijk van politici in Japan, de Verenigde Staten of Canada verwachten dat ze echt iets doen als hun eigen electoraat daar de noodzaak niet van ziet. Ik hou er niet van om generaliserend over Afrika bezuiden de Sahara te spreken, en evenmin om te generaliseren als het gaat om de G8. Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland hebben hun beloften gehouden waar het de omvang van de hulp betreft. Rusland is geen speler in de G8 als het gaat om ontwikkelingshulp. Dus in feite praten we over Italië, Japan, Canada en de Verenigde Staten. Maar zelfs in de VS is de hulp aan Afrika meer dan verdubbeld. Niet op het hoogste niveau, maar er zijn dingen in beweging. De Amerikaanse president heeft toezeggingen gedaan en het Congres is royaler geworden met hulp.”

Sommige mensen beweren dat de kern van het probleem ligt in het feit dat het donoren de agenda bepalen van landen in Afrika bezuiden de Sahara. Daardoor zouden die landen niet in staat zijn de Millenniumdoelen te halen.“Die visie verdient enige nuancering. Er zijn regeringen in Afrika die het buitenland de schuld geven voor alles waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn. Ten tweede is het zo dat er te weinig Afrikaanse regeringen zijn die het lef hebben ‘nee’ te zeggen tegen donoren, als blijkt dat de hulp van die donoren niet effectief is. Het was echt een doorbraak, toen Tanzania vijf jaar geleden zei: Luister eens, we worden gek van al jullie missies en rapporten, jullie zijn drie maanden niet welkom. En in die tijd stellen we zelf orde op zaken. De kritiek dat donoren teveel de agenda bepalen, komt te vaak van Afrikaanse regeringen die zelf weinig geloofwaardig zijn, die zich nauwelijks inzetten voor de armen.”

Wordt het beleid van donorlanden niet deels gestuurd vanuit hun eigen belangen? Dat kan ontwikkelingslanden hinderen een beleid te ontwikkelen dat zich in de eerste plaats richt op de belangen van hun bevolking.“Ook dit wil ik nuanceren. Sommige landen in het Noorden willen namelijk wel gewoon helpen. Mensen in het Noorden hebben bijvoorbeeld hun best gedaan om Afrika een stem te geven in de onderhandelingen over de EPA’s, de economische handelsverdragen tussen de Europese Unie en ontwikkelingslanden die vrijhandel bevorderen. Dan komt er een internationale bijeenkomst en niet een van de Afrikaanse regeringen stelt de problemen met de EPA’s daar aan de kaak. Afrika benut de mogelijkheden die er zijn om kwesties op de agenda te zetten vaak niet voldoende.”

Als je naar de groep ontwikkelingslanden in zijn geheel kijkt, dan zie je dat die gedomineerd wordt door grote Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen. Zij zetten hun eigen issues hoog op de agenda. Afrika doet te weinig moeite om die landen daarop aan te spreken en eigen punten aan te dragen.

In het Noorden wijs ik er continu op dat we het Zuiden beleid opdringen, dat onze handelspolitiek schadelijk is en onze hulp niet effectief. Maar vanuit het Zuiden zou ik graag iets meer willen horen over eigen verantwoordelijkheid. Zelfs het armste land in de wereld heeft geen excuus om basisonderwijs voor kinderen ontoegankelijk te houden. Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Je kunt eindeloos discussiëren over het gebrek aan markttoegang in het Noorden. Ik zet me al bijna mijn hele leven in voor markttoegang voor Afrikaanse producten. Maar tegelijkertijd heb ik al die jaren weinig serieuze pogingen van Afrikaanse landen onderling gezien om markten open te stellen.”

BRON:
http://www.ipsnews.be

IPS DOOR:

Deel dit artikel