Het EU-mandaat voor de MDG-top: veel woorden, weinig daden

Op maandag 14 juni 2010 keurde de Europese Raad voor Ministers van Buitenlandse Zaken haar Raadsbesluiten over de Millenniumdoelstellingen goed. Kort daarop, op donderdag 17 juni, kwam de Europese Raad op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders samen om zich hierover uit te spreken. De besluiten geven het EU standpunt rond de Millenniumdoelstellingen weer in het licht van de VN-Conferentie over de Millenniumdoelstellingen die van 20 tot 22 september in New York zal doorgaan. In de besluiten wordt duidelijk benadrukt dat het behalen van de Millenniumdoelstellingen nog steeds mogelijk is, maar dat hiervoor een sterk(er) politiek engagement vanuit de hele internationale gemeenschap nodig is. Er moet actie ondernomen worden en waar nodig beleidsveranderingen worden doorgevoerd.

actie_aidwatch_eu_mdg_juni2010
De Europese ngo’s zetten druk op de EU regeringsleiders om een concreet actieplan op te zetten voor de MDG’s.
Dat ook de EU tot deze internationale gemeenschap behoort, lijkt zij echter wel te vergeten. De besluiten van de Raad voor Ministers van Buitenlandse Zaken bevatten vooral veel oproepen gericht aan andere actoren - zoals de ontwikkelingslanden, de civiele maatschappij, de private sector, de opkomende economische machten en donorlanden alsook multilaterale organisaties - terwijl de EU zichzelf slechts een minimum aan verbintenissen of acties oplegt. Als 's werelds grootste donor zou de EU de lat wat hoger moeten leggen en een voorbeeldrol moeten spelen.

Zoals zelf aangegeven in de raadsbesluiten, zal de EU haar tussentijdse doelstelling om tegen 2010 0,56% van het gezamenlijk BNI te spenderen aan officiële ontwikkelingshulp (ODA) niet halen, dit met een tekort van ongeveer € 19 miljard. Toch bevatten de besluiten een positieve herbevestiging van het engagement om dit percentage tegen 2015 op te trekken tot 0,7%. Wel wordt er met geen woord gerept over de nood aan de invoering van wettelijk bindende nationale lineaire tijdschema's en het opstarten van een ‘ODA Peer Review'-proces. Hierdoor zou namelijk zowel jaarlijkse controle als rapportering kunnen gegarandeerd worden, iets waarvoor de Europese ngo's vurig ijveren.

In de besluiten geeft de EU aan voorstander te zijn van een actiegeoriënteerde benadering, maar dit zonder zelf een (baanbrekend) actieplan voor te stellen. De keuze voor een holistische aanpak met respect voor de onderlinge verbondenheid van de verschillende Millenniumdoelstellingen wordt positief ontvangen door 11.11.11, evenals de aandacht voor mensenrechten, gendergelijkheid en sociale beschermingssystemen. Helaas blijkt het hier te gaan om vage woorden die niet vertaald worden in concrete daden. Daarom stuurden we reeds een brief naar de heer Charles Michel, ontslagnemend minister van ontwikkelingssamenwerking, met de volgende boodschap: "Wij pleiten er [...] voor dat de Belgische onderhandelaars een EU-mandaat verdedigen dat een sterk hernieuwd politiek engagement verbindt aan concrete stappen. We verwachten echter ook dat concrete werklijnen worden uitgezet om in de komende jaren het werk rond alle MDG's in een hogere versnelling te krijgen zonder te vervallen in een opbod tussen de millenniumdoelstellingen".

Op 17 juni kwam vervolgens de Europese Raad samen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders. In hun conclusies werd het EU mandaat voor de VN-top kort herbevestigd.‘De Europese Raad blijft vastbesloten om de streefcijfers voor ontwikkelingshulp tegen 2015 te halen, overeenkomstig zijn conclusies van juni 2005. De Europese Raad komt overeen hierop elk jaar terug te komen op basis van een verslag van de Raad.' Hoewel dit mandaat dus niet krachtig en uitgewerkt genoeg blijkt, lijkt de jaarlijkse verslaggeving vanuit de Raad wel een stap in de goede richting. Dat de EU zich aan haar gedane beloftes houdt, lijkt ons echter niet meer dan logisch, aangezien de Millenniumdoelstellingen een minimumpakket vormen dat tegen 2015 kan en dus moet verwezenlijkt worden.



Deel dit artikel