HSBC grootste financier verwoestende palmolie-industrie

Een OerangOetang wordt gered van een palmolieplantage in West -Kalimantan

HSBC, de grootste bank van Europa, heeft honderden miljoenen dollars geleend aan palmoliebedrijven in Indonesië. Daarmee is de bank een van de grootste financiers van de verwoestende palmolie-industrie in Indonesië, zegt Greenpeace in een nieuw rapport, dat ook Rabobank, ING, ABN Amro en BNP Paribas noemt.

Alleen al in de afgelopen vijf jaar was HSBC partner in bankensyndicaten die voor 16,3 miljard dollar aan leningen hebben verstrekt aan zes bedrijven wier activiteiten grote oppervlakken regenwoud, veengrond en leefgebied van de orang-oetan verwoesten.

Ontbossing en verwoesting van veengronden door de palmolie- en pulpindustrie wordt algemeen gezien als de belangrijkste oorzaak van bosbranden en rookvervuiling. Volgens een studie van de universiteiten van Harvard en Columbia zijn naar schatting honderdduizend mensen in Zuid-Azië voortijdig overleden als gevolg van grote rookoverlast in 2015.

Landroof en kinderarbeid

De palmolie-bedrijven waarin HSBC heeft geïnvesteerd, zijn volgens Greenpeace verantwoordelijk voor vernieling van regenwouden ? inclusief het leefgebied van orang-oetans, landroof van de plaatselijke bevolking, opereren zonder vergunning, misbruik van werknemers en kinderarbeid, bosbranden en het verwoesten van veengronden.

Deze activiteiten zijn in strijd met de Indonesische wet, en ook met het eigen duurzaamheidsbeleid van HSBC. "HSCB zegt een verantwoord beleid te hebben op het gebied van ontbossing", zegt Annista Rahmawati, campagnevoeder bij Greenpeace in Zuidoost-Azië. "Maar die mooie woorden worden vergeten als er contracten ondertekend moeten worden. Waarom werkt HSBC eraan mee om miljarden bijeen te brengen voor bedrijven die het vuur aanwakkeren?"

Greenpeace noemt HSBC echter "relatief progressief." De bank heeft een duurzaamheidsbeleid en staat open voor kritiek, staat in het rapport.

Rabobank, ING en ABN Amro

Ook andere banken zijn betrokken bij financiering van de palmolie-industrie, waaronder ING, Rabobank, ABN Amro en BNP Paribas.

Van alle banken die Greenpeace onderzocht, is ABN Amro volgens de milieuorganisatie de enige die een beleid heeft dat "in de buurt komt" van een NDPE-beleid (No Deforestation, No Peat, No Exploitation). Maar dat beleid wordt niet goed geïmplementeerd, zegt Greenpeace. ABN Amro is betrokken bij een lening 1 miljard dollar aan het palmoliebedrijf Noble, waarvoor in mei 2016 de handtekeningen werden gezet.

Rabobank, ING, ABN Amro en BNP Paribas zijn lid van de Round Table for Sustainable Palm Oil (RSPO), met als doel palmolieproductie te laten voldoen aan de duurzaamheidseisen. De Rabobank publiceerde in november vorig jaar een "aanscherping" van de visie op de palmoliesector. In oktober ondertekenden de Nederlandse banken een convenant dat moet bijdragen aan het handhaven van de mensenrechten bij investeringen, waaronder ook die in de palmoliesector.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels