ICRC’s Centrale Opsporingsdienst doet een halve eeuw aan contactherstel

Op 7 april huldigde het Internationale Rode Kruiscomité (‘ICRC’) de activiteiten van de Centrale Opsporingsdienst (‘Tracingdienst’), een dienst die alles in het werk stelt om familiaal contactherstel waar te maken voor krijgsgevangenen en burgers die getroffen worden door conflict of door andere tegenspoed, zoals een natuurramp.

Henry Dunant’s eerste bericht

Om de geschiedenis van de Tracingdienst te begrijpen, moeten we diep in het verleden van de Rode Kruisbeweging tasten. Het was Henry Dunant in hoogsteigen persoon die het eerste tracingbericht heeft overgebracht. In zijn memoires ‘Un souvenir de Solférino’ verhaalt hij over deze gebeurtenis:

“Een jonge korporaal, Claudius Mazuet genaamd, zo'n twintig jaar oud, met vriendelijke, expressieve trekken, lag krachteloos neer met een kogel in de linkerkant van zijn lichaam. Er was geen hoop voor hem, dat wist de jongen zelf ook. Toen ik hem hielp met drinken, bedankte hij me, en met tranen in de ogen zei hij: "Oh, meneer, kon je maar naar mijn vader schrijven zodat hij mijn moeder kan troosten…!" Ik heb het adres van zijn ouders genoteerd, en even later blies hij zijn laatste adem uit.”

Dunant voegde in een voetnoot de contactgegevens van de ouders toe. Hij kwam te weten dat de jongeman zich vrijwillig bij het leger gevoegd had en dat hij de enige zoon was van het gezin. Het enige nieuws dat de ouders ontvingen, was het nieuws dat Dunant hen bracht. Net als zoveel anderen, was Claudius vermist.

Contactherstel tijdens de wereldoorlogen in Europa

Centraal Agentschap voor Krijgsgevangenen [c]ICRCIn augustus 1914 trok de wereld ten strijde. Als gevolg van dit mondiaal conflict lieten meer dan negen miljoen mensen het leven. Hoewel het traditionele mandaat van het ICRC niet sprak over het contactherstel tussen krijgsgevangenen en hun familieleden, breidden de activiteiten van het ICRC langzaam aan uit tijdens de donkere jaren van de oorlog. Als resultaat daarvan richtte het ICRC achtereenvolgens het ‘Internationaal Agentschap voor Krijgsgevangenen’ (WOI) en het ‘Centraal Agentschap voor Krijgsgevangenen’ (WOII) op. Vertegenwoordigers van het ICRC gingen op bezoek bij de krijgsgevangenen, wisselden informatie uit via Rode Kruisberichten en keken toe op de leefbaarheid in de gevangenissen.

De naamswijziging in 1960 brengt nieuwe bevoegdheden met zich mee

Tegen 1960 besloot het ICRC over te gaan tot een naamsverandering. Voortaan zouden de activiteiten van het Centraal Agentschap voor Krijgsgevangenen onder het takenpakket van de Centrale Opsporingsdienst vallen. Men voelde aan dat de vroegere benaming niet langer overeenkwam met de nieuwe activiteiten die het ICRC ontplooid had bij talrijke conflicten sinds het begin van de Koude oorlog, onder andere tijdens de opstand in Hongarije van 1956, de conflicten tegen de koloniale bezetters, de Algerijnse Oorlog en de Mau-Mau opstand in Kenia. Daarenboven onderzocht het ICRC de mogelijkheid om ook hulp te bieden aan slachtoffers van natuurrampen, zoals zij gedaan had in Marokko na de aardbeving bij Agadir in 1960.

De bedoeling was om aan de dienst een uitgebreider elan te geven. In de loop der jaren hadden de activiteiten van het agentschap immers ook betrekking gekregen op nieuwe categorieën van personen, zoals vluchtelingen en burgers die niet van hun vrijheid beroofd waren. Stilaan legde men zich er ook op toe om de gedetineerden en vermisten van interne conflicten op te sporen en, indien mogelijk, in contact te brengen met hun families.

Het recht om het lot van vermiste personen te kennen

(ICRC/A.Gutman)Stel je eens voor hoe het zou zijn indien op zekere dag elk spoor van een familielid plots zoek is en de verblijfplaats en het welzijn van de geliefde onbekend blijft. Contact met familieleden is nochtans een essentiële en fundamentele behoefte.

Families hebben het recht om geïnformeerd te worden over het lot van vermiste familieleden. Dit principe is een onderdeel geworden van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten.

De Tracingdienst in België

In de afgelopen jaren is het ICRC intensiever gaan samenwerken met de nationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanverenigingen. Dit netwerk is essentieel om aan de behoeften en de vraag van gescheiden familieleden te voldoen. Door middel van samenwerking, is de Internationale Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging in staat om over de landgrenzen heen contact te herstellen of om duidelijkheid te brengen over het lot van vermiste personen.

Ook Rode Kruis-Vlaanderen heeft een Tracingdienst. Deze maakt deel uit van het departement Internationale Zaken en heeft zijn kantoor op de hoofdzetel van Rode Kruis-Vlaanderen, gelegen te Motstraat 40 in Mechelen.

http://tracing.rodekruis.be/

 

Deel dit artikel