Internationale Dag van de Gedwongen Verdwijning

Hopen tegen beter weten in: voor een Internationaal Verdrag tegen Gedwongen Verdwijning

Leven in onzekerheid over het lot van dierbaren is het ergste wat een mens kan overkomen. Met het verstrijken van de tijd blijven de angst en het verdriet bestaan. Op 30 augustus herdenken we tijdens de Internationale Dag van de Gedwongen Verdwijning diegenen die ontvoerd zijn, vastgehouden worden in geheime detentieplaatsen, gemarteld worden en in sommige gevallen gedood zijn. We brengen tevens hulde aan de moed van de families die in het ongewisse worden gehouden over het lot van hun dierbaren. Laten we daarnaast van deze gelegenheid gebruik maken om na te denken over de manier waarop gedwongen verdwijningen in de toekomst voorkomen kunnen worden.


Gedwongen verdwijning is een misdaad die onder het internationaal mensenrechtenrecht en – ten tijde van oorlog – onder het internationaal humanitair recht valt. Het komt neer op het uitwissen van het bestaan van een individu. Daarbij wordt hem de wettelijke basisbescherming onzegd waar iedere man en vrouw – ongeacht schuld of onschuld – recht op heeft. Het is een schending van de rechten van het slachtoffer, alsook van de rechten van zijn familieleden. De schade toegebracht aan diegenen die achterblijven en tegen beter weten in blijven hopen, is omvangrijk en langdurig en treft niet alleen individuen, maar ook de samenleving waarin zij leven.

Ontvoeringen, buitengerechtelijke moorden en geheime detentie door en in opdracht van overheden zijn helaas niets nieuws. Deze misdaden zijn gedurende de hele geschiedenis op alle continenten gepleegd en blijven tot op heden plaatsvinden. De Verenigde Naties hebben sinds 1980 ongeveer 50.000 gedwongen verdwijningen in meer dan negentig verschillende landen gerapporteerd. Het afgelopen jaar heeft de VN-Werkgroep voor Gedwongen en Onvrijwillige Verdwijningen verschillende overheden gevraagd onderzoek in te stellen naar 550 nieuwe zaken.

Toch worden slechts enkele van de verantwoordelijken voor deze misdaden ooit berecht. Straffeloosheid of falingen van het gerecht creëren een sociaal klimaat waarin er geen vertrouwen in de instellingen is en dus ook geen stabiliteit. Indien gedwongen verdwijning ongestraft blijft, zal de herinnering aan de vermisten blijven rondspoken in de maatschappij die zulke daden verhult.

Overal ter wereld hebben families van vermisten vele decennia tegen zo'n straffeloosheid gestreden. Zij hebben de herinnering aan hun dierbaren levend gehouden door opheldering te eisen en tegelijkertijd te werken aan het voorkomen van toekomstige verdwijningen. Een onderdeel van hun strijd is de groeiende eis voor een internationaal verdrag.
 
Na 25 jaar van campagnevoeren door achtergebleven families, keurde de nieuwe VN-Mensenrechtenraad op 29 juni 2006 het ‘Internationaal Verdrag voor de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning’ goed. Het verdrag zal nu aan de Algemene Vergadering van de VN voor aanvaarding door de staten voorgelegd worden. Het nieuwe verdrag bevat een absoluut verbod op gedwongen verdwijning, zowel in vredes- als in oorlogstijd. Het bepaalt ook dat geen enkele persoon ooit buiten de bescherming van de wet geplaatst kan worden. Het verdrag verplicht staten om gedwongen verdwijning als een misdaad te behandelen en maatregelen te nemen zoals het registreren van gedetineerden, het verlenen van het recht op toegang tot een rechtbank en een advocaat, en het garanderen van het recht op contact met de familie. Daarnaast is het belangrijk dat het verdrag voorziet in een internationaal mechanisme dat staten controleert op het nakomen van de verdragsverplichtingen en een procedure voor een dringend beroep voor gevallen waar een gedwongen verdwijning wordt vermoed.

Pessimisten zullen zeggen dat dit slechts één van vele verdragen is en dat het niet voldoende zal zijn om gedwongen verdwijningen tegen te gaan. In de loop van de afgelopen jaren heeft de ontwikkeling van het internationaal humanitair recht en het mensenrechtenrecht  echter geleidelijk aan een positieve invloed uitgeoefend waar 50 jaar geleden niemand nog van durfde te dromen. Het nadrukkelijk vastleggen van rechten van individuen en verplichtingen van staten helpt heldere grenzen te trekken tussen het recht enerzijds en willekeurige daden anderzijds.

Internationale controlemechanismen hebben eveneens een impact. In juni 2006, tijdens de eerste bijeenkomst van de VN-Mensenrechtenraad, verklaarde de Chileense minister van Buitenlandse Zaken Paulina Veloso, wiens echtgenoot in 1977 tijdens ‘Operatie Condor’ verdween, te geloven dat de inspanningen van de VN, alsmede de algemene veroordeling door de internationale gemeenschap, een ontradend effect hadden en het aantal verdwijningen mogelijk deden afnemen. "Tijdens die momenten van eenzaamheid en ongerustheid was de toewijding van de Commissie een geweldige steun voor mij, die mij kracht gaf het vertrouwen in mensen, in mensenrechten en in de gemeenschap die hen verdedigt, te behouden" sprak mevrouw Veloso tegen de Raad.
 
Het Internationale Rode Kruiscomité (ICRC) poogt met alle middelen om gedwongen verdwijnen te doen ophouden. Regelmatige bezoeken aan gedetineerden en activiteiten gericht op het onderhouden en herstellen van familiebanden vormen voor het ICRC de sterkste waarborgen tegen de verdwijning van mensen tijdens gewapende conflicten. Vorig jaar bezochten medewerkers van het ICRC zo’n 2.500 detentiecentra in ongeveer 70 landen ten behoeve van zo’n half miljoen gedetineerden. Daarnaast volgden zij ook de situatie op van meer dan 46.000 gedetineerden die eerder bezocht werden en maakten zij de uitwisseling mogelijk van zo’n 100.000 persoonlijke berichten tussen gedetineerden en hun familieleden.

De zoektocht van de achtergebleven familieleden naar antwoorden en de inspanningen om de herinnering aan verdwenen dierbaren levend te houden, dwingen bewondering en respect af. Hun volhardende strijd om het onrecht ongedaan te maken en om nieuwe verdwijningen elders te voorkomen, verdient de steun van alle staten en het brede publiek. Het nieuwe verdrag zal maatregelen introduceren die dringend nodig zijn om gedwongen verdwijningen in de toekomst te voorkomen. Het zou daarom zo snel mogelijk door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen en door een groot aantal staten geratificeerd moeten worden.


Door Philip Spoerri, Internationale Rode Kruiscomité, Genève

 

Rode Kruis-Vlaanderen DOOR:

Deel dit artikel