Investeren in meisjes is goed voor economie

BRUSSEL: Arme landen moeten meer meisjes naar school sturen, zegt Plan International. Het kan de landen helpen sneller uit de economische problemen te geraken, stelt de ngo in een nieuw rapport. Als 1 procent meer meisjes naar de middelbare school gaat, stijgt het bruto binnenlands product al met 0,3 procent per jaar.

Er zijn meer dan 500 miljoen vrouwelijke adolescenten en jonge vrouwen in ontwikkelingslanden, schat Plan International in het rapport 'Girls in the Global Economy: adding it all up'. Maar veel meisjes krijgen de kans niet om goed onderwijs te volgen, en de crisis maakt hun situatie alleen maar slechter. Wanneer het economisch slecht gaat, worden de meisjes als eersten van school gehaald in de armste landen. Sommige ouders vinden onderwijs voor jongens belangrijker. Andere meisjes moeten werken of op de kinderen passen terwijl hun moeders het gezinsinkomen proberen op te krikken. "Ook jongens lijden onder de crisis", zegt Nikki van der Gaag, co-auteur van het rapport. "Maar op een andere manier. Toen ik het rapport schreef, was ik erover verbaasd dat er zo weinig specifieke gegevens bestonden over de situatie van jongens of meisjes. Zulke informatie is nodig om het beleid aan te passen."

Uitweg uit de armoede

Uit de beschikbare informatie blijkt dat investeren in meisjes een uitweg uit de armoede kan zijn. "Landen met het laagste aantal meisjes in het onderwijs bevinden zich onderaan de rangschikking van menselijke ontwikkeling", zegt van der Gaag. Wie in onderwijs investeert, krijgt een aantrekkelijke return. "Een extra jaar onderwijs verhoogt het inkomen van het meisje met 10 tot 20 procent", zegt het rapport. "Het is een aanzienlijk stap vooruit, die de armoedecyclus kan doorbreken." Instellingen als de Wereldbank zijn het daarmee eens. "Lager onderwijs voor meisjes is enorm verbeterd maar dat is niet het geval voor de stap naar middelbaar onderwijs of naar productief werk", zegt Guggi Lareya van de Wereldbank in Brussel. "Te veel meisjes blijven vastzitten in het vroege moederschap of het huishouden, en daardoor gaan enorm veel kansen verloren. Zoals onze voorzitter Robert Zoellick al zei: investeren in meisjes is niet alleen rechtvaardig, het is ook verstandig, het is goed voor de economie."

Vrouwen ontslaan

In heel wat landen verliezen werkende meisjes en vrouwen als eersten hun baan. Op de Filipijnen bijvoorbeeld zijn zeven op tien ontslagen werknemers vrouwen, volgens de lokale vrouwenorganisatie Gabriela. Beleidsmakers moeten die massale uitstroom van vrouwelijke arbeidskrachten stoppen, zegt Plan International. Volgens het rapport werkt 82 procent van de mannen in Zuid-Aziƫ, tegenover 27 procent van de vrouwen. Als de verhouding tussen de hoeveelheid vrouwelijke en mannelijke arbeidskrachten in India met 10 procent zou toenemen, dan zou het bruto binnenlands product met 8 procent stijgen. Bovendien zijn de lonen voor vrouwen "welbesteed", aldus de auteurs. "Vrouwen herinvesteren 90 procent van hun inkomen in het huishouden, terwijl mannen slechts 30 tot 40 procent herinvesteren."

Tienpuntenplan

Plan International stelt een tienpuntenplan voor. Een van de aanbevelingen: investeer niet alleen in infrastructuurprojecten als wapen tegen de crisis maar ook in sociale dienstverlening zoals gezondheidszorg en onderwijs, want daardoor krijgen vrouwen meer kansen om hun inkomsten te verhogen. "Donoren zoals de EU zouden hun investeringen in middelbaar onderwijs moeten opvoeren, en partnerlanden moeten helpen om de toegang voor vrouwen tot de arbeidsmarkt te verbeteren en om fatsoenlijke en gelijke lonen en werkomstandigheden te verzekeren", zegt Deepali Sood, Plan-vertegenwoordiger bij de EU. 'Girls in the Global Economy' is het derde jaarrapport van Plan International over de situatie van meisjes in de wereld. De organisatie wil de reeks voortzetten tot 2015, wanneer, volgens de Millenniumdoelstellingen, de gender-ongelijkheid op alle onderwijsniveaus weggewerkt moet zijn en het vrouwelijke aandeel op de arbeidsmarkt drastisch gestegen moet zijn. Plan International volgt 134 meisjes uit negen landen die in 2006 geboren zijn om te zien hoe hun situatie in 2015 zal zijn.

BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel