Fort Europa: Ceuta, die andere migratie

vluchtelingen spanje ceuta
Nog dagelijks proberen Afrikaanse jongeren Ceuta binnen te geraken, de Spaanse enclave op de Marokkaanse kust. Maar in de stad zelf is het alsof de migranten niet bestaan. De meeste inwoners hebben zelfs de enorme afsluitingen nog nooit gezien.

Enkele kilometers voor de grens tussen Marokko en Ceuta zingt een bord de lof van de Spaanse enclave. Het 18,6 vierkante kilometer grote gebied, dat al sinds 1668 bij Spanje hoort, is een prachtige plaats om de tienduizenden vogels te observeren die elk jaar de Straat van Gibraltar oversteken, de kortste route van Afrika naar Europa.

Verborgen in een koffer

Maar over die andere migratie hoor je veel minder in Ceuta. Aan de grens zelf zijn enorme hekken opgetrokken. Ze moeten de Afrikaanse migranten tegenhouden die op de vlucht zijn voor de honger, de wanhoop, en vaak de gewapende conflicten in hun land van herkomst.

Maar heel af en toe spreken de media erover, zoals begin mei toen de douane via een röntgenapparaat Abu ontdekte, een achtjarige jongen uit Ivoorkust die in de koffer van zijn vader verborgen zat.

Radar

Ceuta is een van de weinige Afrikaanse toegangspoorten tot de Europese Unie. Eind jaren negentig werd die gesloten. De Spaanse overheid begon toen met de bouw van twee parallelle hekken van elk zes meter hoog met prikkeldraad erbovenop.

Net zoals in Melilla, de andere Spaanse enclave in Afrika, kwamen er bewakingsposten. En tussen beide afsluitingen bevindt zich een weg waarop gepatrouilleerd wordt. Vanop de top van Hachoberg houdt de radar de naderende migranten in de gaten.

Verborgen onder opblaasbootje

Maar nog elke dag blijven jongeren het proberen. De meeste via de zee omdat Ceuta op een schiereiland ligt. Ze gebruiken bootjes, soms zelfs opblaasbare speelgoedbootjes waaronder ze zich verbergen.

In februari vorig jaar kwamen er vijftien migranten om toen ze al zwemmend Ceuta probeerden te bereiken en de grenswachten hen met rubberkogels beschoten.

Anderen proberen het door zich in geheime bergplaatsen in auto’s te verschuilen. En sommigen blijven het via de hekken proberen, met zelfgemaakte ladders.

Alsof ze niet bestaan

Voor de 80.000 inwoners van Ceuta lijkt het alsof de migranten niet bestaan. De media spreken er amper over. Migranten die binnen geraken, komen in het Tijdelijke Verblijfscentrum voor Immigranten terecht. Dat is een enorm complex maar ligt zeer goed verborgen.

Veel inwoners zeggen dat ze nog nooit de enorme afsluitingen gezien hebben, ook al bevinden die zich maar 5 kilometer van het stadscentrum.

Geen Arabisch op school

De Spaanse inwoners, de meest welvarende groep, zijn zeer conservatief, religieus en erg aan tradities gehecht. De conservatieve Volkspartij (Partido Popular) heeft al tientallen jaren de meerderheid en wil niets weten van hervormingen. Daarom wordt in de scholen nog steeds geen Arabisch onderwezen.

Toch is de helft van de plaatselijke bevolking Marokkaans of van Marokkaanse afkomst. Sommigen hebben fortuinen vergaard met smokkelen, maar de meeste wonen in de arme wijk El Príncipe. Het komt daar soms tot zware conflicten met de Spaanse bevolking.

De derde groep vormen de grensbewoners. Het zijn Marokkanen die meestal in het naburige stadje Fnideq wonen en elke dag de grens oversteken om in Ceuta te werken of er producten te kopen of te verkopen op de zwarte markt. Een akkoord tussen Spanje en Marokko uit 1960 bepaalt dat alles wat iemand op zijn schouders kan dragen vrijgesteld is van tol.

Tot slot heb je de zogeheten “zwarten”. Ze vormen de belangrijkste bron van inkomsten in Ceuta: hun aanwezigheid bezorgt heel wat mensen in de private en publieke sector werk.
Maar ook die groep probeert de stad zoveel mogelijk te negeren.

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels