IPS: Chinese dammenbouwers trekken naar Afrika

China gebruikt zijn financiële slagkracht en ervaring in het bouwen van megadammen om in een zestal Afrikaanse landen grote rivieren af te dammen. Natuurbeschermers en mensenrechtenactivisten houden de werken nauwlettend in de gaten, omdat China bij de bouw van dammen in eigen land weinig blijk heeft gegeven van ecologische of sociale scrupules.



China blijft dammen bouwen in eigen land om zijn energiecapaciteit uit waterkracht tegen 2020 te verdubbelen en betrekt daarbij ook buurlanden als Birma, Laos en Cambodja. Verder van huis investeren de Chinezen in de bouw van stuwdammen in een zestal Afrikaanse landen: Sudan, Ethiopië, Zambia, Ghana, Nigeria, de Republiek Congo en Mozambique. De werken worden gefinancierd met exportkredieten van de Chinese Eximbank en maken vaak deel uit van grotere samenwerkingsakkoorden over mijnbouw en energie.

De ervaring in de bouw van stuwdammen heeft China in eigen land opgedaan. Meer dan de helft van 's werelds dammen staan in het Rijk van het Midden, dat sinds kort ook de financiële slagkracht heeft om op te treden als wereldspeler inzake waterenergie. De kroon op het werk tot nu toe is de Drieklovendam op de Jangste, de langste rivier van Azië. De bouw van de 185 meter hoge dam was zo georganiseerd dat de Chinese bedrijven heel wat konden opsteken van hun buitenlandse partners.

De Drieklovendam is ook een symbool geworden voor de weinig scrupuleuze manier waarop China omgaat met de omwonenden en de natuur. Meer dan een miljoen mensen werden gedwongen om te verhuizen en unieke cultuur- en natuurlandschappen onder water gezet.

"China bouwt dammen met een top-downbenadering, waarbij ambtenaren alles beslissen en de lokale bevolking niets in de pap te brokken heeft", zegt Ali Askouri, de voorzitter van de Piankhi Research Group in Londen. "In Afrika is dat een gevaarlijke manier van werken, omdat het heel wat sociale onrust kan veroorzaken."

De eerste alarmerende berichten hebben inderdaad niet lang op zich laten wachten. Voor de bouw van de Merowe-dam in Sudan, een project van de Chinese Eximbank en twee Chinese firma's, moeten 50.000 mensen hun vruchtbare landen in de Nijlvallei verlaten voor nederzettingen in de woestijn. Het protest van mensen die vroegen of ze niet aan de oevers van het nieuwe stuwmeer mochten gaan wonen, werd brutaal de kop ingedrukt.

"De Chinese ingenieurs zijn zich bewust van de repressie maar zoeken nooit contact met de lokale bevolking", zegt Askouri, "Je kan moeilijk over ontwikkeling debatteren wanneer de mensen die het project coördineren zich verborgen houden in kampen die de klok rond worden beschermd door private bewakingsfirma's".

Ook milieuorganisaties maken zich zorgen. In Ghana dreigt de Bui-dam op de Zwarte Volta een kwart van het Bui National Park onder water te zetten. De bouw van de Mpanda Nkuwa Dam in Mozambique heeft een grote invloed op het ecosysteem in de delta van de Zambezi.

"Sinds de komst van de Chinezen zijn de criteria voor dialoog met lokale gemeenschappen afgezwakt en werd het project in een hogere versnelling geplaatst", zegt Daniel Ribeiro, waterexpert bij de Mozambikaanse ngo Justicia Ambiental. Een rapport over de gevolgen voor het milieu is er nooit geweest.

In China zelf zijn er intussen eerste tekenen van een ontluikend milieubewustzijn. De Chinese minister van Water Wang Shucheng haalde onlangs uit naar "dramatische en onwetenschappelijke projecten" en brak een lans voor samenleving die zuiniger omspringt met water. Onder druk van de publieke opinie zijn de werken aan de dam op de schilderachtige Kloof van de Springende Tijger op de riveri Jinsha stilgelegd.

"We kunnen alleen hopen dat de ecologische controles die China met behulp van een milieuwaakhond in eigen land uitvoert, ook zullen worden toegepast op projecten van Chinese bedrijven in Afrika", zegt Peter Bosshard, directeur bij het International Rivers Network, een in Californië gebaseerde milieuorganisatie. IPS MDG7 (MC/ADR)

Deel dit artikel