Jaarverslag Internationale Rode-Kruiscomité 2004

Ondanks veiligheidsbeperkingen breidt het ICRC zijn activiteiten ten gunste van burgers en gevangenen wereldwijd uit

Volgens het jaarrapport van het Internationale Rode-Kruiscomité (ICRC) is het aantal operaties in 2004 toegenomen en werden meer mensen in nood bereikt, ondanks de moeilijke veiligheidssituatie. Burgers, de grootste slachtoffers van hedendaagse gewapende conflicten, blijven de belangrijkste begunstigden van de wereldwijde bijstands- en beschermingsactiviteiten.

De bijstandsprogramma's van het ICRC voorzagen meer dan 1,3 miljoen mensen in 34 landen van voedsel en meer dan 2,2 miljoen mensen van huishoudelijke goederen. De organisatie hielp lokale gemeenschappen ook in hun eigen behoeften te voorzien via programma's van duurzame voedselproductie en micro-economische initiatieven ten voordele van 1,1 miljoen individuen. Water, sanitatie en bouwwerken lenigden de noden van 19,4 miljoen mensen wereldwijd. Meer dan 2,7 miljoen mensen maakten gebruik van de bijna 250 gezondheidscentra die het ICRC in 2004 ondersteunde. 

De activiteiten van de organisatie ten voordele van personen beroofd van hun vrijheid, een bijzonder kwetsbare groep, was opnieuw één van de prioriteiten. Vertegenwoordigers van het ICRC bezochten in 2004 meer dan 2.400 plaatsen van detentie in 80 landen wereldwijd, met een bereik van ongeveer 570.000 mensen - 100.000 meer dan vorig jaar. De toegang tot gevangenen verzekeren en de naleving van de standaardprocedures van het ICRC voor gevangenisbezoeken (toegang tot alle gevangenen en alle plaatsen van detentie, individuele gesprekken, opstellen van namenlijsten, herhaling van bezoeken, herstellen van familiebanden en het voorzien van medische en andere dringende bijstand) bleef in veel gevallen een uitdaging. De belangrijkste doelstelling van de bezoeken is de omstandigheden van detentie en de behandeling van de gevangenen op regelmatige tijdstippen te onderzoeken.

Het ICRC verzamelde en verzond wereldwijd meer dan 1,3 miljoen Rode-Kruisberichten die familieleden, die van elkaar gescheiden zijn door een conflict, toelieten met elkaar in contact te blijven. Meer dan 6.000 mensen voor wie een opsporingverzoek door hun familieleden was ingediend, werden teruggevonden.

Afrika was goed voor 45 % van het operationele budget van het ICRC. De Democratische Republiek Congo, Liberia, Ethiopië en Somalië behoorden tot de 10 grootste operaties wereldwijd, met op de eerste plaats de operatie in de regio Darfoer in Soedan. Het ICRC hervatte ook zijn activiteiten in het noorden van Oeganda.  

In Azië bleef Afghanistan de grootste operatie. Ook in Nepal breidde de organisatie zijn aanwezigheid uit. In de laatste dagen van het jaar werden enkele uren na de aardbevingen en tsunami's die volledige gemeenschappen in Sri Lanka en in de Indonesische provincie Atjeh hadden verwoest, grootse hulpactiviteiten opgericht.   

Het ICRC voerde een brede waaier van bijstands- en beschermingsactiviteiten uit voor de slachtoffers van het conflict in Colombia. Het leidde grootschalige programma's voor kwetsbare burgers in de Russische Federatie, in het bijzonder in Tsjetsjenië  en in andere gebieden in het noorden van de Kaukasus. Het bleef ook onderhandelen voor de hervatting van de bezoeken aan personen die zijn gevangen genomen omwille van het conflict in Tsjetsjenië.  

Twee van de grootste ICRC-operaties in 2004 speelden zich af in het Midden-Oosten. In Irak richtte het merendeel van de activiteiten zich op gevangenisbezoeken en medische noodhulp. Niettemin beperkten veiligheidsproblemen in grote mate de mogelijkheid om de noden te beantwoorden. In Israël en de Bezette en Autonome Gebieden bezocht de organisatie gevangenen en bevorderde het de naleving van het internationaal humanitair recht.

Onafhankelijke, neutrale en onpartijdige humanitaire actie bleef in 2004 van vitaal belang voor de geloofwaardigheid van het ICRC en voor de mogelijkheid om zijn taken uit te voeren. 

Internationaal humanitair recht kwam vaak in de publieke aandacht. Het debat spitste zich hierbij vooral toe op de naleving en de relevantie van dit recht in hedendaagse gewapende conflicten. De grootste uitdaging bleef het verkrijgen van respect voor het internationaal humanitair recht. In gevallen waar schendingen werden begaan, voerde het ICRC in 2004 vertrouwelijke gesprekken met de strijdende partijen. De organisatie beëindigde de studie over gewoonterechtelijke regels van internationaal humanitair recht, die in maart 2005 werd gepubliceerd. Het vatte eveneens een studie aan over mechanismen die de naleving van het internationaal humanitair recht in niet-internationale gewapende conflicten, in het bijzonder door gewapende oppositiegroepen, kunnen verbeteren. Die studie moet in 2005 voltooid zijn.

Het jaarrapport illustreert ook de inzet van het ICRC voor een goed bestuur en verantwoording. Door operaties te plannen en doelstellingen en budgetten te bepalen op basis van de onmiddellijke evaluaties op het terrein, kan het ICRC fondsen werven voor nauwkeurig vastgestelde noden en die daarvoor ook aanwenden. De jaarlijkse financiële afschriften komen overeen met internationaal afgesproken standaarden en worden onderzocht door een internationaal accountantsbedrijf.

Het volledige jaarrapport vind je op de website van het Internationale Rode-Kruiscomité.

Deel dit artikel