"Klassieke ontwikkelingshulp volstaat niet meer na 2015"

Patrick Gomes spreekt de VN toe tijdens de zitten over de SDG's

De onlangs aangenomen Duurzame Ontwikkelingsdoelen zijn voor de groep Landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS) een goede gelegenheid om zich te herpositioneren op het wereldtoneel. Dat verklaart haar secretaris-generaal Patrick Gomes in een interview met IPS.

Volgens Gomes gaat de groep meer nadruk leggen op vijf strategische domeinen. Het betreft onder andere rechtspraak en goed bestuur, globale gerechtigheid en veiligheid, handel binnen ACS, industrialisering en regionale integratie, duurzame, weerbare en creatieve economieën opbouwen, maar ook de financiering van ontwikkeling.

Dat zijn niet toevallig zaken die de ACS-leider weerspiegelt ziet in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's), de opvolgers van de Millenniumdoelstellingen, die eind september in New York door de Verenigde Naties werd aangenomen.

Diverse groep

Een gezamenlijke strategie bepalen voor zo'n bonte verzameling van landen, is geen sinecure. "Natuurlijk betreft het een zeer diverse groep met verschillende problemen en verlangens", zegt Gomes, een 79-jarige Guyaan die sinds vorig jaar aan het hoofd van ACS staat.

"Het zijn allemaal ontwikkelingslanden, maar elk met bijzondere omstandigheden. Onder onze leden tellen we 40 van de armste landen, 37 kleine eilandstaten (waarvan sommige ook behoren tot de eerste groep), en 15 binnenstaten. Het concept van nationale zeggenschap wordt zeer belangrijk."

"Ook heeft de groep van ACS een 'kwetsbaarheidsindex' geëist, die rekening houdt met specifieke uitdagingen voor een land in ontwikkeling. Dat verhindert niet dat lidstaten schouder aan schouder staan in bepaalde gedeelde kwesties, of elkaar steunen uit solidariteit. We huldigen ook een principe van subsidiariteit en complementariteit", verklaart hij.

Cruciaal moment voor financiering

De conferentie deze zomer in Addis Abeba over financiering en ontwikkeling, de VN-top over duurzame ontwikkeling in september en de klimaatconferentie in Parijs van eind november lijken een triumviraat dat het lot van de wereld in de komende jaren zal bepalen. Financiering staat hierin centraal.
Gomes vindt dat we anders naar ontwikkeling moeten kijken in de periode na 2015. "Het is duidelijk dat het traditionele concept van officiële ontwikkelingshulp niet volstaat om de ontwikkelingsnoden van onze landen te lenigen."

"Als het gaat over duurzame financiering op de lange termijn, moeten we bekijken hoe we binnenlandse middelen in onze ontwikkelingslanden kunnen mobiliseren. Dat betekent onze fiscale wetten verfijnen en belastingontduiking en corruptie inperken, om te verhinderen dat er miljarden dollars op illegale manieren wegvloeien. Maar ook privégeld voor investeringen aantrekken en de staatsschuld beter beheren, zijn uitdagingen."
Hij beklemtoont dat zijn groep van landen in het bijzonder geïnteresseerd is in Zuid-Zuidsamenwerking, al dan niet aangevuld met traditionele donorlanden en internationale organisaties (driehoekssamenwerking), als modellen voor ontwikkelingsfinanciering.

Doelstelling van 0,7 procent

Los daarvan blijft de traditionele ontwikkelingshulp essentieel, ook na 2015. "De ontwikkelde landen moeten hun belofte uit het verleden nog waarmaken, om minstens 0,7 procent van het bruto binnenlands product aan ontwikkelingshulp te besteden. Slechts enkele Europese landen hebben die doelstelling al gehaald. Bovendien hebben de rijke landen dit engagement herhaald in Addis Abeba", aldus Gomes.

"Het Europese Ontwikkelingsfonds voor ACS-landen is aanzienlijk, maar uiteraard niet genoeg om de SDG's te halen. Het fonds is wel uniek omdat het deel uitmaakt van een wettelijk bindend akkoord tussen twee groepen soevereine staten. In het kader van ons partnerschap, voorziet de EU in een voorspelbare hoeveelheid geld en is de ACS-groep medebeheerder van het fonds."

Met betrekking tot de SDG's blijft de secretaris-generaal positief. "Er is in de wereld een groeiende bewustwording over ontwikkelingskwesties. Er is ook interesse om de huidige systemen te herzien om betere ontwikkelingsdoelen te behalen. De middelen om de ontwikkelingsagenda na 2015 uit te voeren, bestaan. Het is een kwestie van collectieve wil om ze op de juiste manieren aan te wenden."

 

Deel dit artikel